Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De Sneuper 133, maart 2019

1,126 views

Published on

De Sneuper 133, maart 2019.
Inhoudsopgave:
HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS
SMEDERIJ KIESTRA IN DOKKUM
BELASTINGEN VOOR FRIESE ADMIRALITEIT
FAMILIE MIROSCH UIT HOLWERD
GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS
LOTGEVALLEN VAN SYTSKE MEINDERSMA
SCHIMMELS VOOR DE KOETS
REACTIES KWARTIERSTAAT POSTHUMA - IEST
RUBRIEKEN & COLUMNS
COLUMN: Je mutte mar hoare...
HERALDIEK: vlag van Kollumerland c.a.
VERGANE GLORIE: Meckema te Kollum
DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA
INGEBOEKT: Terpen en wierden - WO I
MUSEUMBEZOEKJE: Kloostermuseum
DIGITAAL VERHAAL: sneuper digitaliseert voort

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De Sneuper 133, maart 2019

  1. 1. DE SNEUPER nummer 133 jaargang 32 nr. 1 MAART 2019 losse nummers € 3,95 SMEDERIJ KIESTRA IN DOKKUM
  2. 2. COLOFON 148 16 22 24 4 7 FOTO OMSLAG: TJIEBE KIESTRA IN DE DEUR VAN DE OUDE SMEDERIJ AAN DE DUVENHOEK IN DOKKUM  COLLECTIE JAN DE JAGER © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling. correspondentie uitsluitend via: Brokmui 62 9101 EZ Dokkum kopij via e-mail: redactie@hvnf.nl website www.hvnf.nl weblog https://www.hvnf.nl/blog/ redactie Warner B. Banga Dokkum Theo Delfstra Feanwâlden Nykle Dijkstra Leeuwarden Piet de Haan Dokkum Lisette Meindersma Burgwerd JacobRoep Hollum (Ameland) Hans Zijlstra Amsterdam opmaak Warner B. Banga
  3. 3. prijs losse nummers € 3,95 (exclusief porto) tweeëndertigste jaargang nr. 1 maart 2019 verschijnt in maart, juni, september en december in een oplage van 750 exemplaren nummer 133 INHOUD Geschiedenis is een hoop leugens waarover iedereen het eens is Napoleon Bonaparte HISTORISCH CITAAT: SNEUPERDE 5 6 7 8 11 24 14 16 27 4 21 22 28 29 30 REDACTIONEEL LEDENNIEUWS 2019-01 VAN DE BESTUURSTAFEL HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS SMEDERIJ KIESTRA IN DOKKUM BELASTINGEN VOOR FRIESE ADMIRALITEIT FAMILIE MIROSCH UIT HOLWERD GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS LOTGEVALLEN VAN SYTSKE MEINDERSMA SCHIMMELS VOOR DE KOETS REACTIES KWARTIERSTAAT POSTHUMA - IEST RUBRIEKEN & COLUMNS COLUMN: Je mutte mar hoare... HERALDIEK: vlag van Kollumerland c.a. VERGANE GLORIE: Meckema te Kollum DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA INGEBOEKT: Terpen en wierden - WO I MUSEUMBEZOEKJE: Kloostermuseum DIGITAAL VERHAAL: sneuper digitaliseert voort WARNER B. BANGA JOHANNES DIJKSTRA HAIJE TALSMA JAN DE JAGER EIMERT SMITS F Azn JAN VAN DER VELDE SAKE MEINDERSMA ARJEN DIJKSTRA LISETTE MEINDERSMA IHNO DRAGT RUDOLF J. BROERSMA REINDER TOLSMA LISETTE MEINDERSMA PIET DE HAAN HANS ZIJLSTRA DRAAITREEFT 11 24 14 16 27 21 22
  4. 4. COLUMN NETWERKEN Onlangs was ik in het Princessehof te Leeuwarden, waar de Jaarbijeen- komst Netwerk Zuiderzeecollectie werd gehouden. Wij zijn lid van dit interprovinciale, museale gezelschap met zowel ‘t Fiskershúske in Mod- dergat als het Museum Dokkum. Het programma begon met een‘inloop’ en lunch; een slimme zet om de mensen op tijd aanwezig te hebben bij de start van de actie. De agenda meldde dat we aan de slag moesten om kansen en activiteiten voor ons netwerk te definiëren voor de komende twee jaar en daar heb ik kort voor mijn pensioen nog graag over meege- dacht. Dit zou gebeuren middels een‘co-creatie sessie’... Als ik zoiets lees, dan bereid ik me voor op het ergste. GREAT MINDS De club die ingehuurd was door het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen (de trekker van dit samenwerkingsverband) om de co-creatieve sessie in goede banen te leiden, meldt op haar website: ‘We are all about Big New Ideas.’ Toe maar, denk ik dan. En verder: ‘We organise great minds coming together and keep the pace in creation and decision making.’ Dat klinkt natuurlijk al beter ( ), maar toch leken even mijn ergste ver- wachtingen bewaarheid te worden. Want de‘great minds’moesten zich in een kring opstellen en na het uitspreken van ‘klop klop’ een virtuele boomhut instappen en zich voorstellen ( ). SUCCES Toch bleek het heel nuttig en het vereist ook professionaliteit om 20 eigenwijze museummensen in het gareel te houden en het besteuithentepersen.Wehebbendelaatstejarenalhetnodigebereiktoverigens,zoalstweereizendetentoonstellingen,organi- satie van workshops, eigen databank en veel kennisuitwisseling om enkele zaken te noemen. Dat is zelfs doorgedrongen tot het ministerie, blijkens een notitie van OCW, waar we als een succesvol samenwerkingsverband ten voorbeeld worden gehouden. VISHUIDEN Eén van de dingen die ons Netwerk zeker weer gaat trachten te realiseren, is de organisatie van een reizende expositie. Dat is een kostbare onderneming, die we ieder apart – en dat geldt zeker voor de kleinere musea, zoals die van ons – moeilijk zelf- standig voor elkaar kunnen krijgen. Ik heb gesuggereerd om iets te doen met / over vissenhuid. Zoiets heb ik al eens op kleine schaal, maar met veel succes, in ‘t Fiskershúske opgezet; in deze samenwerking kan dat ongetwijfeld nóg beter. Zo vertelde de collega uit Urk iets dat nieuw voor me was, namelijk dat daar vroeger een fabriekje heeft gestaan waar lampenkappen van zalmhuiden werden gemaakt. ONDERHOUDEN VAN CONTACTEN Ieder was het erover eens dat informele, collegiale contacten heel belangrijk zijn voor het welslagen van zo’n netwerk. Ik vond in de wandelgangen een belangstellend oor voor onze zorgen om de toekomst van de Reddingbootloods in Moddergat (een schaal 1:1 replica van dit voor Moddergat zo belangrijke bouwwerkje uit 1878 staat in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen). Nu deze door de eigenaar verkocht is aan iemand van buiten de provincie die er een woning van wil maken, lijkt de kans wel heel klein geworden dat de originele roeireddingboot (eigendom van het mu- seum) ooit in zijn loods zal kunnen terugkeren.We hadden toch meer werk moeten maken van onze informele contacten met de verkoper voor wie de portemonnee nu belangrijker was dan de historie van zijn geboortedorp. 4 HET BELANG VAN door IHNO DRAGT giwdragt@museumdokkum.nl JE MUTTE MAR HOARE... INFORMELE CONTACTEN REDDINGBOOTLOODS IN ZUIDERZEEMUSEUM HAAIEN OF ROGGENHUID WERD VOOR BOEKBANDEN GEBRUIKT VEEL BIJBELTJES HEBBEN EEN GOEDKOPERE IMITATIE VAN LEER MET HAAIPRINT FOTO:MUSEUMDOKKUM FOTO:ZUIDERZEEMUSEUM
  5. 5. 5 REDACTIONEEL NIEUWE GEMEENTE, NIEUWE KANSEN Een gloednieuw jaar met een nieuwe gemeente: Noardeast-Fryslân. Een gemeente die zo’n beetje het ‘werkgebied’ van onze historische vereni- ging omvat. Dantumadiel ligt nog even ‘dwers’, maar zal zich uiteindelijk ook aansluiten; dat valt immers ook binnen het territorium van onze club! Bij een nieuwe gemeente hoort uiteraard een nieuw logo (zonder het taalkundige koppelteken overigens; in welke gemeente gaf dat ook al weer grote problemen?) én een nieuw heraldisch gemeentewapen, en kijk, dát vinden wij weer interessant... Dit wapen kent bovenin twee golvende balken in blauw en geel, die aangeven dat het een kustgemeente betreft. Het overige deel is groen, beladen met een gouden ster, die voorkwam in de wapens van de drie oorspronkelijkegemeenten.HetwapenwordtgedektdooreenFriesegrie- tenijkroon, die is overgenomen van Kollumerland c.a. en Dongeradeel. HAW GJIN NOED OF PINE... In de keuzecommissie voor dit nieuwe wapenschild zaten naast onze voorzitter Haije Talsma en vaste columnist Ihno Dragt ook onze leden Bearn Bilker en zijn voorganger Piet Visser. Een historisch verant- woorde keuze dus! Het bracht de redactie op het idee om de nieuwe gemeenteraad op het hart te drukken: ‘Haw gjin noed of pine, wy passe goed op it ferline.’ Redactielid Theo Delfstra ontwierp daarvoor een fraaie herindelingsmok met deze spreuk en de gemeentewapens, die aan alle raadsleden is aangeboden om daarmee onze vereniging te promoten. DE SNEUPER 133 De Sneuper 133 begint met een kijkje in de smederij van Tjiebe Kiestra aan de Duvenhoek in Dokkum door Jan de Jager. Admiraliteitskenner Eimert Smits F.Azn dook in de belastingen van de Friese Admiral- iteit, maar kon het toch niet leuker maken. Opnieuw een genealogische bijdrage van Sake Meindersma over de lotgevallen van zijn verre familielid Sytske Meindersma. Arjen Dijkstra vertelt het verhaal achter zijn favoriete jeugboek ‘Schimmels voor de koets’ door Nynke van Hichtum. Het voorjaar is altijd weer een tijd van herdenken en stilstaan bij ons oorlogsverleden: Jan van der Velde uit Holwerd doet dat met het aangrijpende verhaal over de Roma-familie Mirosch. Verder uiteraard onze vaste rubrieken: Vergane Glorie van Reinder Tolsma over Meckema-state te Kollum, dat mooi aansluit bij de Heraldiek van Rudolf Broersma over wapen en vlag van Kollum en Kollumerland c.a. en hiernaast natuurlijk de bijna laatste Column van Ihno Dragt. Verder de vaste rubrieken door redactieleden: Ingeboekt over nieuw verschenen boeken, een Museum- bezoekje aan het Kloostermuseum en het digitale webnieuws door webmaster Hans Zijlstra. NIEUWE RONDE, NIEUWE KANSEN Een gevarieerd nummer vol oud nieuws weer, waar ook uw artikel of verslag van uw historisch (familie-)onderzoek in had kunnen staan. Jammer als dat niet zo is, maar nieuwe ronde, nieuwe kansen... De redactie wenst u veel leesplezier en wacht in spanning af. O ja, de foto van de ingang van de Joodse Begraafplaats in De Sneuper 132 was natuurlijk die van de ingang van de Algemene Begraafplaats in Leeuwarden. Met dank aan de oplettende lezers die ons daar op attendeerden. NOARDEAST-FRYSLÂN NIEUWE GEMEENTE door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl © Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. Deredactieheefternaargestreefddeauteursvanillustratiesopdejuistewijzetevermelden,daar waar afbeeldingennietdoordeschrijvers zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden. DE SNEUPER 133 BRON:WIKPEDIA BRON:WIKPEDIA/THEODELFSTRA
  6. 6. 7 BESTUURSTAFEL ...WY PASSE GOED OP IT FERLINE Na 2018, een jaar met veel activiteiten, zijn de kerstdagen en de jaarwis- seling alweer voorbij en beginnen we vol goede moed aan uitdaging 2019. Wij wensen iedereen een goed, voorspoedig en vooral gezond 2019 toe. Binnen de redactie ontstond het idee om de nieuwe gemeenteraad van de gefuseerde gemeentes in Noordoost-Friesland een mok aan te bieden met zowel oude als nieuwe gemeentewapens en ons eigen wapen. Daarbij werd de tekst geschreven: ‘Haw gjin noed of pine, wy passe goed op it ferline.’ Oftewel: Maak je geen zorgen, want wij, Historische Vereni- ging Noordoost-Friesland, passen goed op het verleden. Deze mokken zijn ergens in februari aangeboden. Het doel daarbij is om de goede ver- standhouding tussen bestuurders en onze vereniging te benadrukken. HISTORIE IN DEN VREEMDE Van Hans Zijlstra verscheen er een overzicht 2018 van zijn blog en te- vens een oproep om alert te zijn op historische zaken uit onze regio die ‘in den vreemde’ worden aangetroffen. Een fotootje en locatie kunnen soms heel wat los maken en er voor zorgen dat zaken niet verloren gaan. Via berichten in de media zien wij regelmatig zaken voorbij komen, waar onze leden bij betrokken zijn. Dit betreft presentaties of het schrijven van boeken, maar ook het aandragen van zoekgeraakte zaken of punten. Veelal volgt er een blog, waardoor we weer weten dat we lid zijn van‘een levende’vereniging. U wordt uitgenodigd hier vooral mee door te gaan. VOORJAARSVERGADERING SCHIERMONNIKOOG Het bestuur werkt samen met Hilbert G. de Vries van Schiermonnikoog aan het programma voor de voorjaarsvergadering op 13 april 2019 op Schiermonnikoog. We willen u als leden hartelijk uitnodigen om deze vergadering bij te wonen. Uiteraard vragen wij u om uw aanmelding op tijd te doen, zodat wij weten hoeveel ruimte wij op de boot en in de bussen moeten reserveren. Meer informatie op ons welbekende inlegvel. Het vertrek van onze penningmeester en de uitnodiging voor kandida- ten heeft nog niet geleid tot een storm aan aanmeldingen. De uitnodig- ing staat nog steeds, dus wanneer u ambities heeft... De redactie en schrijvers van een bijdrage voor De Sneuper 133 willen wij hartelijk bedanken en we wensen u weer veel leesplezier met dit nummer van ons verenigingsorgaan. VAN DEVOORZITTER VERENIGINGSNIEUWS door HAIJE TALSMA BESTUURVERENIGINGSGEGEVENS Lidmaatschap van de vereniging € 15 per jaar / € 25 buitenland IBAN: NL08 RABO 0177 8581 41 BIC: RABONL2U BETALINGEN VIA REKENINGNUMMER 177.8581.41 t.n.v. Hist. Ver. NOF Opzegging lidmaatschap: uitsluitend schriftelijk voor 1 november via Brokmui 62 - 9101 EZ Dokkum voorzitter dhr. Haije Talsma tel.: 0518 - 45 15 81 secretaris mevr. Ciska Hoekstra tel.: 0594 - 63 22 62 penningmeester / ledenadministratie dhr. Arjen Dijkstra tel.: 0519 - 58 96 74 e-mail ledenadministratie penningmeester@hvnf.nl HERINDELINGSMOK HISTORISCH SCHIERMONNIKOOG  1865 BRON:WIKIPEDIABRON:HVNF/ONTWERP:THEODELFSTRA BESTEL UW EIGEN HERINDELINGSMOK Wilt u ook zo’n mooie en unieke herindelingsmok? Dat kan natuurlijk! Leden kunnen zo’n fraaie beker bestellen door 11 euro over te maken op de Raborekening van onze vereniging met de vermelding: MOK.Wij zorgen dan dat u een mok ontvangt.
  7. 7. AAN DE DUVENHOEK Aan de Duvenhoek in Dokkum had Tjiebe Kiestra sinds 1880 een smederij. In dit artikel wordt de geschiedenis van deze werkplaats verteld. De naam ‘Duvenhoek’ komt in verschillende varianten voor, namelijk: Duivelshoek, Duvelshoek, Duivenhoek en in de volksmond was het de Duvenhoek. De smederij van Kiestra was een van de zeven smederijen die Dokkum rond 1900 rijk was. De vier smederijen net buiten de stadswallen (ik heb het dan over de smederijen bij de Aalsumerpoort, De (Altena) Streek en deWoudpoort) zijn meegerekend, hoewel ze in de gemeenten Oost- en Westdongeradeel en Dantumadeel lagen. Maar ze lagen zo dicht bij de Dokkumer stadswallen, dat ze economisch op Dokkum gericht waren. In de stad waren slechts drie smederijen. De smederij op de Suupmarkt was voornamelijk een kachelsmederij, de anderen in de Oosterstraat en aan de Duvenhoek waren grofsmeden. BAAS UTSJOCH Deze smid had als bijnaam ‘Baas Utsjoch’, maar zijn echte naam was Tjiebe Kiestra. Hij werd op 3 augustus 1844 te Dokkum geboren als zoon van tapper Lubbert Kiestra en zijn vrouw Renske Ozinga. Hij trouwde op 14 mei 1874 te Dokkum met de acht jaar oudere Froukje van der Horn, geboren op 7 april 1837 te Kollum. In de trouwakte werd bij Tjiebe nog geen beroep vermeld, maar in 1880 stond hij te boek als smid. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Lubbert, geboren op 21 juli 1877, en Getje, geboren op 28 maart 1879. 8 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS AAN DE DUVENHOEK TE DOKKUM SMEDERIJ KIESTRA door JAN DE JAGER kouweg@knid.nl RENSKE OZINGA EN LUBBERT KIESTRA FOTO:COLLECTIEJANDEJAGER FOTO:COLLECTIEJANDEJAGER ZOON LUBBERT, SMID TJIEBE KIESTRA EN DOCHTER GETJE VOOR DE SMEDERIJ AAN DE DUVENHOEK
  8. 8. FOTO‘S:COLLECTIEJANDEJAGER INTERIEUR VAN SMEDERIJ MET WERKBANKEN EN HOEFIJZERS 9 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FOTO:COLLECTIEJANDEJAGER tijdvanburgersenstoommachines IN DE SMEDERIJ Kiestra was een zogenaamde grofsmid, die zich vooral richtte op het aanbrengen van hoefijzers. Grof- en hoefsmeden gebruikten een zogenaamde noodstal. De paarden konden daar staan totdat ze voorzien waren van nieuwe hoefijzers. De nieuwe hoefijzers werden met de hand op maat gemaakt. Dit was een warm werkje, zo boven het smidsvuur. Een grofsmid smeedde meer dan alleen hoefijzers. Hij maakte ook boerengereedschap, zoals harken, schoppen en zelfs ploegen. Voor de boerenwagens maakte hij het nodige ijzerwerk. Voor de timmerman smeedde hij muurijzers of diverse beugels en kram- men. Maar ook grafhekken en stoephekken werden er kunstig gemaakt. Hiervoor kon hij beschikken over allerlei gereedschap, zoals diverse tangen, hamers in verschillende grootte en niet te vergeten een aam- beeld. Alles gebeurde met de hand en niet zoals tegenwoordig met allerlei elektrisch gereedschap en machines. TJIEBE KIESTRA 1844  1938INTERIEUR VAN SMEDERIJ MET GEREEDSCHAP FOTO:MUSEUMDOKKUM/KIMLOESBERG OEFIJZERS 9 DRAAITREEFT UIT 1769
  9. 9. DUVENHOEK 5 / KADASTER A273 Het pand aan de Duvenhoek was klein en had een eenvoudige gevel. Achter de smederij was de woonkamer met een bedstede en een kleer- kast. De woonkamer was bekleed met witte tegeltjes en erg klein voor een gezin van vier personen. Tjiebe Kiestra overleed er op 11 september 1938 op de hoge leeftijd van 94 jaar. Zijn vrouw was al op 27 maart 1925 overleden. Uit de boedel- inventaris van de smederij werd een aantal gereedschappen door de kinderen en kleinkinderen van Tjiebe Kiestra en Renske Ozinga aan de toenmalige Oudheidskamer van Dokkum, het tegenwoordige Museum Dokkum, geschonken. Het betrof een draaitreeft met de letters H.L.D. en T.J.D.G. 1769, waarvan de betekenis niet bekend is. Vóór Kiestra waren meerdere smeden eigenaar en gebruiker van de smederij, maar hun na- men komen niet overeen met de initialen. Verder werd een steekmes voor hoefbeslag met de letters T.K. en met het wapen van Dokkum erop aan de Oudheidskamer geschonken. Deze letters staan natuurlijk voor Tjiebe Kiestra. Tegenwoordig is de Duvenhoek 5 een woonhuisje en vindt men niets meer van het oude terug. Jammer, want daarmee is weer een stukje van de geschiedenis van Dokkum verdwenen. Het pand werd vanaf 1830 bewoond door smeden, zoals in 1830 door Hendrik Barres Faber (grofsmid), in 1840 door Jacob Lieuwes Westra (grofsmid), tussen 1880 en 1890 door Jeen Dirks Wouda (smid) en later door Tjiebe Kiestra en in 1941 zijn opvolger Jan Bijlsma (bankwerker). 10 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS ZOON LUBBERT KIESTRA 5E VAN RECHTS BIJ DE DIPLOMA-UITREIKING ALS HOEFSMID OP 23 OKTOBER 1900 VOOR DE SMEDERIJ AAN DE AALSUMERPOORT STEEKIJZER VOOR HOEFBESLAG MET DE INITIALEN VAN TJIEBE KIESTRA TJIEBE KIESTRA 1844  1938 IN DE DEUR VAN DE OUDE SMEDERIJ AAN DE DUVENHOEK FOTO:COLLECTIEJANDEJAGERFOTO:MUSEUMDOKKUM/FOTO‘SSTEEKIJZER:KIMLOESBERG DUVENHOEK de geschiedenis van Dokk Het pand werd vanaf 1830 bewoo Hendrik Barres Faber (grofsmid), in 1840 (grofsmid), tussen 1880 en 1890 door Jeen Dirks W door Tjiebe Kiestra en in 1941 zijn opvolger Jan Bijlsma (bank OEK
  10. 10. CONVOYEN EN LICENTEN Het spreekt nog altijd sterk tot de verbeelding: de oorlogsvoering ter zee in de zeventiende eeuw. De oorlogsvloot werd aangestuurd door de Admiraliteitskamers. Naast de oorlogvoering ter zee, had de Admirali- teit nog een belangrijke taak, namelijk het controleren van het handels- verkeer en het innen van de belastingen op zee en op de rivieren: de Convooien en Licenten. In 1579 kwam het verdrag van de Unie van Utrecht tot stand. De leden van deze unie sloten een verbond met als gezamenlijke inzet het verjagen van de Spanjaarden uit Nederland. Ook werd een aantal staatkundige zaken geregeld met betrekking tot defensie, belastingen en godsdienst. Bijna tien jaar later, in 1588, ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarvan de grenzen al redelijk vergelijkbaar waren met het huidige Nederland. Met de vorming van de Republiek werden de belas- tingen op de convooien en licenten in Nederland ingevoerd. ALGEMENE BELASTINGEN Koopvaarders en vissersschepen moesten convooigeld betalen voor de bescherming door de Nederlandse oorlogsschepen tegen aanvallen van vijanden en zeerovers. Het licentgeld was een vergoeding voor het recht om handel te mogen drijven met de vijand. Het waren de eerste algemene belastingen in Nederland naast de heffingen van grondbelasting, tollen en accijnzen, zoals die in de middeleeuwen op het platteland en in de steden werden geheven. Op verschillende plaatsen in de Republiek stonden kantoren, die we tegenwoordig douanekantoren zouden noemen, ressorterend onder een van de admiraliteiten. ADMIRALITEIT VAN FRIESLAND Elkvandevijfadmiraliteitenopereerdebinneneenei- gen gebied. De Admiraliteit van Friesland, opgericht op 1 april 1596, was gevestigd aan de Diepswal te Dokkum en bleef daar tot 1645. Daarna verhuisde hij naar Harlingen. Het werkgebied omvatte, voor zover het controle op convooi- en licentgeld betrof, de ha- vens van Friesland, Stad en Lande (Groningen met omgeving), Westerwolde en een gedeelte van Dren- the. De Waddeneilanden met de zeegaten Marsdiep en Vlie, een gedeelte van Drenthe en Overijssel be- hoorde tot de ‘Admiraliteit van het Noorderkwartier’, afwisselend gevestigd in Hoorn of Enkhuizen. De Admiraliteit beschikte over een eigen walorgani- satie voor de convooien en licenten met kantoren, scheepswerven en magazijnen. De organisatie had, voor zover we dat na kunnen gaan, ook ongeveer 33 bij- of douanekantoren en/of magazijnen onder andere in Dokkum, Makkum, Workum, Lemmer, Groningen, Zoutkamp, Delfzijl, Coevorden, Meppel, Bourtanghe, Linge enzovoort. De hele walorganisatie werd bekostigd uit de op- brengsten van de convooien en licenten en uit de verkoop van buitgemaakte schepen inclusief lading. De kantoren waren te herkennen aan een vignet. Daarnaast stond het wapen van de convooien en li- centen op alle bijkantoren, ingaande sluizen en rivie- ren. Pasgeleden is er in Makkum een dergelijk wapen teruggevonden. Er stond ook een gelijksoortig wa- pen op het zeekantoor te Dokkum. Dit zag er anders uit dan het wapen van de Friese Admiraliteit. 11 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS NIEUWE COLLEGE OF ADMIRALITEITSHUIS NU MUSEUM DOKKUM WAPEN VAN DOKKUMER ZEEKANTOOR WAPENBORD KANTOOR VOOR CONVOOIEN EN LICENTEN BRON:BELASTING&DOUANEMUSEUMROTTERDAM DE BELASTINGEN VOOR door EIMERT SMITS F. Azn er.dokkum@knid.nl DE FRIESE ADMIRALITEIT NIE WAP FOTO:MUSEUMDOKKUM BRON:HUBERTHERALD.NL
  11. 11. 12 ADVOCAAT-FISCAAL & ONTVANGER-GENERAAL Naast het dagelijks bestuur van de raadleden van de Admiraliteit was er de advocaat-fiscaal, die er intern en extern op moest toezien dat alles volgens de regels ging en dat er geen fraude werd gepleegd. Deze regels waren vastgelegd op plakkaten, die per 1 januari 1599, en later opnieuw per 31 juli 1725 waren uitgevaardigd. Naast de advocaat-fiscaal had elke admiraliteitska- mer een ontvanger-generaal, die de leiding had over, en belast was met het toezicht op de plaatselijke ontvangstkantoren. Hij had zitting in het admiraliteitshuis. De eerste ontvanger-generaal bij de Friese Admirali- teit was Albert Everz Boner. Hij werd aangesteld op 6 maart 1596 op een traktement van f 600 en woonde in Leeuwarden. Hij was ook raadslid en secretaris van de Staten van Friesland. Na de ingestelde instructie van 1599 werd Jan Hendrick Jarichsz van der Leij aangesteld op 9 augustus 1599 als ontvanger-gene- raal volgens de Resolutie van de Staten-Generaal. Hij was rond 1566 geboren en gehuwd met Judith de Gordijn. Van der Leij was een bekend wis- en zee- vaartkundige en probeerde in samenwerking met Court Boddeker van Bremen een oplossing voor het bepalen van de ‘lengte op zee’ te vinden. De Staten- Generaal had een beloning uitgeloofd voor het oplossen van dit probleem, waarvoor aan Van der Leij een vergoeding van slechts f 600 werd uitgekeerd. Later, na het schrijven van een aantal zeevaartkun- dige boeken, hield hij zich meer met theologie bezig. CONVOOIMEESTERS In ieder bijkantoor was de ontvanger, ook wel convooimeester genoemd, de belangrijkste man ter plaatse. De eerste convooi- meester in 1599 te Dokkum was Epe Jans Barles. Hij werd opgevolgd door Willem van Heteren, die eerst klerk was op het kantoor te Dokkum, maar op 8 januari 1611 convooimeester werd in de haven van Dokkum. Hij overleed in 1617. In 1599 was Jan Bruijnsveld in Makkum convooimeester. Elk plaatselijk kantoor had zijn eigen ontvanger. De ontvangers, ook wel collecteurs of convooimeesters genoemd, en de cherchers die moesten toezien op het laden en lossen, waren de in- specteurs van de plaatselijke kantoren en mochten geen handel voeren en geen nevenfuncties bekleden. Hun taak was toezicht houden op het in-en uitvoeren van goederen. Daartoe moesten kooplieden, voerlui en schippers zich melden op het kantoor om een paspoort of loscedel voor de goederen aan te vragen. Voordat kooplieden en schippers iets konden laden of lossen, moest de lading voorzien zijn van een paspoort of een loscedel. Die werd met een bepaald lettertype voorgedrukt en voorzien een van stempel. ONTVANGER-GENERAAL JAN HENDRICK JARICHSZ VAN DER LEIJ IN ZIJN BOEK ‘ ‘T GHESICHT DES GROOTEN ZEEVAERTS’ WAPEN FRIESE ADMIRALITEIT ROUWSTOET VAN ERNST CASIMIR IN 1633, MET ALS EENNALAATSTE IN DE RIJ JACOB JACOBS, DE ONTVANGERGENERAAL VAN CONVOOIEN EN LICENTEN oest de lading voorzien loscedel. Die ype CEDEL VOOR ACCIJNS HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FOTO:WARNERB.BANGA BRON:RIJKSMUSEUM BRON:FORUMRAREBOOKS.COM
  12. 12. 13 MOOIER KUNNEN WE HET NIET MAKEN... Het paspoort was een begeleidingsbiljet, dat steeds bij de goederen moest blijven tot het tijdstip dat zij de Republiek verlieten of gelost werden. Ze konden iedere dag bij de convooimeester ingeleverd worden, met uitzondering van zon- en feestdagen, want dan waren de kantoren in principe gesloten. De ontvanger en de collecteur tekenden beiden alle documenten, zodat zij volledig op de hoogte waren. De ontvanger had wel geldelijk beheer, de collecteur niet. De administratie van de ontvan- ger en de collecteur werd maandelijks vergeleken, afgerekend en gecon- troleerd door de ontvanger-generaal. Cherchers moesten erop toezien dat alles in- en uitgeladen werd volgens de geldige papieren, het paspoort en loscedel. Dit gebeurde tijdens de opening van de stadspoorten en als er in de havens gewerkt werd. Elk van de vijf admiraliteiten werd jaarlijks gecontroleerd en moest rekening afleggen aan de Generale-Admiraliteit: het overkoepelende orgaan van de admiraliteiten. De Generale-Admiraliteit op haar beurt moest uitein- delijk verantwoording afleggen aan de Staten-Generaal. De gehele instructie van 100 artikelen uit 1597 heeft bestaan tot 1725, waarna al het bestaande recht in wetten, gewoonten en jurisprudentie in wetgevingbijeenwerdgebracht.Tevenswerdtoeneenalgemenetariefs- verlaging doorgevoerd. Verder zijn er geen wijzigingen van betekenis meer geweest tot de afhandeling van alle zaken van de admiraliteit in 1816. Het bovenstaande kan beschouwd worden als de voorloper van de Europese douane unie. Of we het mooi vinden of niet, mooier kunnen we het niet maken... BRONNEN Notulen- en resolutieboek van het zeekantoor voor convoyen en licenten van de hand van secretaris Johannes Saeckema, uit- gegeven door M.H.H.Engels, Leeuwarden 1999. Admiraliteit in Friesland in Dokkum 1601. Notulen- en resolutieboek van het zeekantoor voor convoyen en licenten, bewaard gebleven dankzij Beyma thoe Kingma, uitgegeven door M.H.H.Engels, Leeuwarden 2001. Afschriften van 10 resolutieboeken Admiraliteit van Harlingen, familiearchief Eysinga-Vegelin, Tresoar toegang 323 inv.nr. 4269. Convoyen en licenten, Prof.dr. F.H.M. Grapperhaus, 1986. Het Generaal-Plakkaat van 31 juli 1725 op de convooien en licenten en het lastgeld op de schepen, Dr. J.L.F. Engelhard, 1970. De Friesche Admiraliteit boven water, E. Smits F.Azn, Dokkum 1996. Lijst met bijkantoren/magazijnen met ontvangers/convooimeesters, E.Smits F.Azn, Dokkum. Belasting & douane Museum, http://.www.bdmuseum.nl tijd van regenten en vorsten OUDE WAPEN BOVEN INGANG ADMIRALITEITSHUIS DOKKUM DE REDE VAN OOSTMAHORN, OP EEN GRAVURE UIT 1680 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS FOTO:MUSEUMDOKKUMBRON:MUSEUMDOKKUM
  13. 13. BAKKERSDOCHTER UIT KOLLUM Sytske Meindersma is geboren op 8 februari 1836 in Kollum als tweede kind van Meindert Ernstes Meindersma en Saakje Meijer. Haar vader is bakker in Kollum en na 1838 in Ee. Ze is een kleindochter van Ernst Wiggers Meindersma, bakker in Paesens, en Pietje Andries Cramerus en van Gerhardus Johannes Meijer, predikant in onder meer Nijkerk, en Sytske Dirks Zijlstra. Ze groeit op met een ou- dere broer Ernst en een jongere broer Gerhardus. In 1838 komt het gezin naar Ee. Het gaat wonen in de bakkerij bij de molen op nummer 29. Ook de molen is in bezit van Meindert Ernstes gekomen. In 1844 komt de bakkerij op nummer 88 (later nummer 168) aan de Grutte Loane in Ee in het bezit van haar vader Meindert en gaat het gezin daar wonen. De bakkerij komt uit de erfenis van oom Douwe Wiggers Meindertsma. Op dinsdag 15 mei 1860 trouwt Sytske – 24 jaar oud – met Wepke Ypes Botma – 27 jaar oud. Wepke komt uit Hantum. Daar is hij geboren als zoon van landbouwer Ype Cornelis Botma en Aaltje Jans Helder. BOERDERIJ BERGHUISTRA Wepke wordt boer in Nijkerk op nummer 2, de boerderij Berghuistra. Tegenwoordig is het huisadres Berchhuzen 7. De boerderij wordt gepacht. Ze pachten ook de boerderij op nummer 1. Hier woont een arbeider met zijn gezin. Beide boerderijen zijn eigendom van Theodorus M.T. Looxma. Na diens overlijden in 1876 worden ze eigendom van zijn schoonzoon Wilco Julius van Welderen baron Rengers, onder andere burge- meester van Leeuwarden. De nieuwe eigenaar laat beide huizingen vernieu- wen. Nummer 1 in 1885 en nummer 2 in 1878. Wepke en Sytske bestieren ruim 232 pondemaat (85 hectare) bouw- en weiland. Naar Friese maatstaven een enorm bedrijf. Er worden vijf kinderen geboren: Aaltje, geboren 6 maart 1861, een tweeling op 3 mei 1862, waarvan een jongetje levenloos ter wereld komt en een meisje, Saakje, dat na vijftien dagen overlijdt en dan opnieuw een Saakje, geboren 12 september 1863 en Elisabeth, geboren 1 mei 1866. HERTROUWD MET BEREND WOUDA Op 3 juli 1878 overlijdt Wepke thuis op de boerderij. Na Wepkes dood houdt Sytske boelgoed en verlaat met haar drie dochters Nijkerk. Ze gaat wonen in Ee op nummer 169. Haar ouders wonen in de bakkerij op nummer 168. Haar dochter Saakje wordt ingeschreven bij de ouders van Sytske op nummer 168. De opbrengst van het boelgoed bedraagt f 8814,45. Sytske en Wepke zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd, maar in gemeenschap van winst en verlies. De totale waarde van de boedel, opgemaakt door notaris Lambert Willem van Kleffens, bedraagt f 14.944,48. Hiervan krijgt Sytske de helft, zijnde f 7472,24. De andere helft is voor de kinderen. Ieder een derde deel. De verdeling van de boedel vindt pas plaats na het overlij- den van Wepkes vader Ype Kornelis Botma op 7 januari 1884. Wepkes deel uit de erfenis van zijn vader, f 8755,905 , gaat geheel naar zijn kinderen. Sytske hertrouwt op donderdag 6 juli 1882 in Metslawier met Berend Sipkes Wouda. Berend is weduwnaar van Gertje Egles Humalda. Sytske en Berend zijn dan beiden afkomstig uit Ee. Berends vader en Sytskes ouders zijn dan alle drie nog in leven. Berend Sipkes Wouda is op 10 april 1852 geboren in Metslawier, als zoon van de gardenier Sipke Berends Wouda en Elisabeth Pieters Reiding. Hij is dus ruim 16 jaar jonger dan Sytske. Berend trouwt eerder 14 oktober 1875 met Gertje Egles Humalda -19 jaar - dochter van de winkelier Egle Jacobs Humalda in Ee, en Trijntje Pieters Kloostra. Met haar krijgt hij drie kinderen. Elisabeth geboren 12 november 1876, Trijntje geboren 14 augustus 1878 en Sipke geboren 13 februari 1881. Kort na de geboorte van Sipke overlijdt Gertje op 26 maart 1881 in Ee. 14 VAN SYTSKE M. MEINDERSMA LOTGEVALLEN door SAKE MEINDERSMA smeindersma@kpnplanet.nl GRUTTE LOANE IN EE MET BAKKERIJ DWARS OP STRAAT GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS FOTO:FRIESFOTOARCHIEF 2 1 LOCATIE BERGHUISTRA BRON:TRESOAR
  14. 14. 15 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS tijdvanburgersenstoommachines BOERIN OP AANZIENLIJKE BOERDERIJ Berend staat met zijn gezin en veel inwonend personeel ingeschreven op nummer 256 in Ee. Ook Berends zwager Jacob Egles Humalda staat op dit nummer ingeschreven. Op zeker moment trekt Jacob in bij zijn toekomstige schoonmoeder op nummer 169. Na haar huwelijk wordt Sytske ook ingeschreven op nummer 256 met de dochters Aaltje en Elisabeth. Op 13 juli 1882, een week na haar moeder, trouwt Saakje Botma met Jacob Egles Humalda. Jacob is wees en nog minderjarig en zonder beroep. Zijn vader is kort daarvoor op 6 juni overleden, zijn moeder op 22 juli 1875. Zijn voogd is Berend Wouda, zijn zwager en man van zijn schoonmoeder. Jacobs moeder was eerder getrouwd met Pieter Johannes Ley. Uit dat huwelijk is een zoon Jan geboren. Deze Jan verdrinkt in 1870 in het Grootdiep. Sytske wordt weer boerin op een aanzienlijke boerderij: Aebingastate. Sytske en Berend slagen er echter niet in de tweede landbouwcrisis (1878 - 1895) te trotseren. Op 1 mei 1896 sluiten ze een hypotheek af van f 3000 tegen 5% rente per jaar. Elk hoofdelijk schuldig. Zonder onderpand of borg en op eerste aanzegging geheel af te lossen. Twee jaar later stoppen ze. Op 28 maart 1898 houden ze boelgoed. Volgens een pu- blicatie in de Leeuwarder Courant van 15 juni 1898 wordt Sytske failliet verklaard. Sytske overlijdt 17 fe- bruari 1899, op de boerderij. Berend hertrouwt op 15 mei 1902, met LeaWoudsma, 46 jaar, uit Ee, weduwe van Koenraad Schreiber. DE KINDEREN VAN SYTSKE Aaltje Botma trouwt – 24 jaar oud – op 30 april 1885 met Ype Jelles Kingma, oud 23 jaar.Ype is afkomstig van Anjum. Zijn beroep is dan land- bouwer. Ze vestigen zich op 30 april 1885 in Huizum. Ype wordt daar veehouder. In Huizum worden drie kinderen geboren. De laatste jaren wonen ze in de Gymnasiumstraat op nummer 2 in Huizum. Na de ge- meentelijke herindeling in Leeuwarden. Aaltje overlijdt op 24 mei 1946 en Ype op 23 januari 1947, beiden in Leeuwarden. 13 juli 1882 trouwt dochter Saakje met Jacob Egles Humalda. Zoals opgemerkt, wordt Jacob ingeschreven in Ee op nummer 169. De datum waarop dat gebeurt wordt niet vermeld; waarschijnlijk is dat na het overlijden van zijn vader Egle Jacobs. Saakje wordt ook ingeschreven op nummer 169. Jacob en Saakje blijven daar wonen als hun (schoon)moeder met twee dochters intrekt bij Berend Sipkes Wouda op nummer 256. Jacob wordt dan aangemerkt als hoofd van het gezin met als beroep landbouwer. Op 10 mei 1883 verlaten Jacob en Saakje Ee en gaan naar Marssum. Jacob wordt daar vermeld als landbouwer. Ze krijgen in Marssum drie kinderen. Op 16 juni 1888 verhuizen zij van Marssum naar Stiens. Daar wordt Jacob boer op Stienserhoek aan de weg van Stiens naar Vrouwbuurstermolen. Jacob stopt als boer op 12 mei 1895. Het gezin blijft nog een jaar op de boerderij wonen en vertrekt op 15 mei 1896 naar Metslawier. Saakje overlijdt daar op 8 mei 1944, Jacob op 20 mei 1951. Elisabeth Botma trouwt, 25 jaar, op 21 april 1892 met Jelle Wiersma, 33 jaar, landbouwer te Ee. Ze wonen op Old Holdinga Sate, de boerderij van Jelles ouders. Er worden twee kinderen geboren. Ze wonen er tot april 1898. Jelle houdt dan boelgoed; de boerderij wordt al in 1897 verkocht. Ze verhuizen naar Oostermeer. Jelle overlijdt daar in 1939. Elisabeth overlijdt na 1947. BOERDERIJ AEBINGASTATE MET BEWONERS VOOR 1914 FAILLISSEMENTSBERICHT LEEUWARDER COURANT JUNI 1898 LOCATIE AEBINGASTATE FOTO:COLLECTIEDOUWEZWART BRON:TRESOARBRON:DELPHER
  15. 15. HET VERHAAL ACHTER EEN JEUGDBOEK De meest beroemde persoon uit Nes (Westdongeradeel) is Sjoukje Maria Diederika Bokma de Boer, al kennen de meeste mensen haar onder de naam Nynke van Hichtum. Nynke van Hichtum werd vooral bekend als schrijfster van kinderboeken, waarvan de bekendste ‘Afkes Tiental’ is. Mijn favoriet is echter altijd ‘Schimmels voor de koets’ geweest. Ik heb dit voor het eerst gelezen aan het einde van de lagere school. Het verhaal is altijd blijven hangen. Toen ik later alle huizen van Nes ka- dastraal heb uitgezocht, werd mijn interesse gewekt, toen ik Johannes Martens van Kuiken tegenkwam als eigenaar van onroerend goed in Nes. Mijn aandacht vestigde zich op zijn beroep. Als Johannes Martens’ beroep wordt namelijk genoemd: restaurateur en buffetpachter te Am- sterdam en Driebergen. De link met ‘Schimmels voor de koets’ was snel gelegd, al werd ik in eerste instantie daarmee wel op het verkeerde been gezet. SCHIMMELS VOOR DE KOETS Het boek ‘Schimmels voor de koets ...of vlooien voor de koekepan’ kwam uit in 1936. Net als ‘Afkes Tiental’ en ‘Jelle van Sipke-Froukjes’ was het boek gebaseerd op ware gebeurtenissen. Even een korte samenvatting: Het boek gaat over Sjoerd Wartena, de zoon van een boerenarbeider en scheerbaas. Hij krijgt als jongen een ongeval, waardoor hij mank loopt. Dat is geen pré, als je bent voorbe- stemd om net als je vader boerenarbeider te worden. Want fysiek zijn die werkzaamheden zwaar en als je niet mee kunt komen, wordt het moei- lijk een vol loon te verdienen. Gelukkig krijgt Sjoerd de kans om bij zijn oom Bouwe in dienst te treden. Oom Bouwe is de paviljoenhouder in het Vondelpark in Amsterdam en als Sjoerd daar aan het werk gaat, kan hij een goede toekomst tegemoet zien. Wanneer hij echter verliefd wordt op een Fries meisje, krijgt hij ruzie met zijn oom. Oom vindt het niet goed dat hij met zo’n Friese boeretrien verke- ring krijgt. Het verhaal laat zich verder raden... Sjoerd stapt op bij het paviljoen en gaat zijn eigen weg. Maar uiteindelijk vindt oom Bouwe het toch allemaal goed en kan Sjoerd met zijn meisje trouwen. Hij haalt zijn moeder op voor de bruiloft met een koets met witte schimmels ervoor. EEN ECHT FRIES BOEK Over smaak valt te twisten. Wim Bloemendaal schrijft er over op zijn blog: ‘‘Schimmels voor de koets’ is weliswaar in het Neder- lands geschreven, maar het is een echt Fries boek, niet alleen vanwege de vele friesismen, maar ook omdat het, zelfs als het verhaal zich naar Amsterdam verplaatst, bijna volledig onder Friezen speelt.’ Hij vindt dit passen in 1936, toen het boek voor de eerste keer verscheen, maar 72 jaar later heeft het volgens Bloemendaal, anders dan ‘Afkes Tiental’, ‘Jelle van Sipke-Froukjes’ en ‘Drie van de Oude Plaats’ van dezelfde schrijfster, ‘een te gedateerd patina.’ Ook zoon Jelle Troelstra vond na lezing van het concept dat het‘Fryske’een aandachtspunt was. Het is echter wel een behoorlijk waarheidsgetrouw boek. Dat is niet opmerkelijk, want Nynke van Hichtum baseerde het verhaal volgens Aukje Holtrop op een schriftje met de memoires van een jongeman, die dit zelf had meegemaakt. Veel van de zaken die in het boek voorkomen zijn ook feitelijk te verifiëren. Het schriftje had als titel ‘Aantekeningen betreffende het leven en werken van de boerenbevolking in Friesland van 1870 tot 1890’. Daarnaast putte de schrijfster veel informatie uit ‘Van de mond der oude Middelzee’ van K.J. van den Akker. Mijn eerste ingeving toen ik Johannes Martens van Kuiken in de kadasterboeken tegenkwam, was dat dit zijn verhaal was. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Jo- hannes Martens van Kuiken stond model voor oom Bouwe. Ik zal hem afwisselend aanduiden als Johannes Martens of Joh. M. van Kuiken. SjoerdWartena was in het echt Ruurd Jans van Kuiken. Het verhaal van Ruurd Jans van Kuiken is al beschreven. In het navolgende speelt Ruurd dus slechts een bijrol. 16 SCHIMMELS door ARJEN DIJKSTRA a.dijkstra04@knid.nl VOOR DE KOETS SJOUKJE MARIA DIEDERIKA BOKMA DE BOER GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS BRON:WIKPEDIA de Oude Plaats van dezelfde sch het concept dat he Het is e He bo ve Mijn tege hann aandui Ruurd navolgen BRON:CATAWIKI.NL
  16. 16. GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS 17 DE FAMILIE VAN KUIKEN Tegenwoordig woont er niemand meer in Nes, die de achternaam Van Kuiken draagt. Wel zijn er nakomelingen van deze familie bekend. Ze woonden niet alleen in Nes, maar ook in Moddergat en Wierum. Stamvader is Evert Jans van Kuiken. Hij werd geboren in Nes rond 1759 en overleed op 17 oktober 1826. Zijn huisnummer bij overlijden was 139. Dit was het armenhuis (Nes B 140). Ruim een jaar daarvoor was ook zijn tweede vrouw, Taetske Ruurds daar overleden. Vermoedelijk verbleven zij al enkele jaren voor hun overlijden in het armenhuis. Zoon Jan Everts van Kuiken was een zoon uit het eerste huwelijk van Evert Jans met Grietje Jacobs. Jan Everts (1791) was gehuwd met Betske Jelles Boersma en was gardenier. Zij woonden in het huis Nes B 172 en de daarbij horende tuin Nes B 171. Dit huis stond waar nu de huizen aan de Foarstrjitte en Noarderwei staan. Dit hele gebied werd later zo vol gebouwd met kleine huisjes, dat het wel het Saarland werd genoemd. MaartoenJanEvertserwoondewasdaarnoggeensprakevan.Daarnaast hadden zij nog een dochter Luutske (1785, jong overleden) en een zoon Jacob (1788-1822). Zoon Ruurd Everts (1797) was de eerste zoon van Jan Everts enTaetske Ruurds. Hij was arbeider en getrouwd met PietjeTheunis Wouter en later met Hiltje Douwes de Vries. Ruurd en Pietje waren de grootouders van Ruurd Jans van Kuiken die model stond voor Sjoerd Wartena. Zij woonden in het huis Nes B 181. Op deze plek staat nu de loods bij Hoofdstraat 13, waar nu de familie Ype Visser woont. Ype is een rechtstreekse afstammeling van dit echtpaar. Zoon Hendrik Everts van Kuiken (1805) overleed in het militaire hospitaal in Bergen op Zoom, op 27 december 1832. Hij was schutter bij het vijfde compagnie, derde bataljon van de eerste afdeling van de Friese schutterij. Daarnaast was er nog een zoon Evert Everts van Kuiken (1799-1862), arbeider, gehuwd met Trijntje Jans Dijkstra. Ook was er nog een dochter Luutske (1802- 1863). Zij was gehuwd met Sybe Douwes Wiersma uit Ternaard. Een nakomertje in dit gezin was Marten Everts van Kuiken. Hij is geboren in 1813. Hij was dus nog maar 13 jaar toen hij wees werd. Hij had daarmee letterlijk een minder goede start dan zijn eerder genoemde broers. SOLDAAT IN MIDDELBURG Marten Everts trouwde met Cornelia JacobaVervoort. Zij kwam uit Middelburg. Dit roept direct de vraag op hoe een arbeiders- zoon uit de Dongeradelen in contact is gekomen met een vrouw uit Zeeland. Die vraag is simpel te beantwoorden: Marten moest in militaire dienst. Toen hij in de kazerne in Middelburg zat, heeft hij kennelijk Cornelia ontmoet. Die kans was ook heel groot als we zien waar de familieVervoort woonde in Middelburg. Cornelia was de dochter van schoenmaker Marinus Jo- hannes Vervoort en Johanna Hollen. In het geografisch informatie- systeem Geoloket Cultuurhistorie (Geoweb) van de Provincie Zeeland vin- den we, dat Marinus Vervoort (mede-)eigenaar was van ‘Twee huizen en erven met elkaar gecombineerd’ (kadastraal Middelburg D 754), gelegen aan de Lange Noordstraat en ook nog een huis en erf (kadastraal Mid- delburg A 471). Dit laatste huis stond op de hoek van de Koningstraat, schuin tegenover de Berghuijskazerne. Op de website www.jeoudekazernenu.nl wordt de kazerne beschreven: ‘In 1809 werd het oude mannen en - vrouwenhuis in dienst genomen als kazerne, om in 1848 gesloopt te worden en plaats te maken voor nieuwe kazernegebouwen. De kazerne was van 1809 tot 1933 in gebruik bij de in- fanterie. Talloze regimentsonderdelen waren er vaak maar korte tijd gele- gerd, soms ter sterkte van een bataljon. Met de legering van een bataljon, 500 tot 600 man moet de kazerne werkelijk propvol geweest zijn.’ De kazerne is in 2003 gesloopt. Ook aan de Zuidsingel was een kazerne. tijdvanburgersenstoommachines adressen Marten van Kuiken E KAZERNE AAN DE ZUIDSINGEL TE MIDDELBURG BRON:LEGERPLAATS.NLBRON:TRESOAR/BEWERKING:ARJENDIJKSTRA
  17. 17. GEBOORTE RECHTGEZET Marten (van beroep particulier) en Cornelia, naaister, trouwden op 9 september 1839 in Middelburg. Daarbij werd toestemming gegeven door de Heere Luitenant Kolonel, commanderende de 18e afdeling van de Infanterie te Grave. In de huwelijksakte wordt ook vastgelegd, dat Martens ouders overleden waren en dat de Taetske Ruurds Bosscha in de overlegde overlijdensakte toch wel echt dezelfde was als de Taetske Ruurds in de geboorteakte van Marten. Bij dit huwelijk wordt ook dochter Hendrika Everdina Joanna, geboren 14 juni 1839, erkend als wettige dochter. We mogen aannemen dat dit ook werkelijk de dochter was van Marten. De geboorte van Hendrika wordt weliswaar aangegeven door de vroedmeester Jacobus Johannes Pieterse, maar als getuige hierbij wordt genoemd: Marten Everts van Kuiken. Op 9 september 1839 werd dit door de erkenning bij het huwelijk dus rechtgezet en stond alles goed geregistreerd bij de burgerlijke stand. KOMMER EN KWEL IN NES EN WIERUM Al snel daarna verhuist het jonge gezin naar Nes. In Nes woonden ze op diverse plaatsen. Marten staat dan te boek als arbeider. In Nes wordt de rest van de kinderen geboren: Taetske (1840), Johannes Martens (1842), Evert (1844) en Evert (1846). Het jaar 1846 begint niet goed voor het gezin. Op 24 januari overlijdt het jongste zoontje Evert. Enkele weken later wordt een tweede Evert geboren (14 februari) en op 9 maart 1846 overlijdt Marten Everts van Kuiken op 33-jarige leeftijd. Hij overlijdt in een huis op het eerder genoemde Saarland. Cornelia blijft achter met vier kinderen. Ze blijven nog enkele jaren in Nes wonen, maar ver- trekken daarna naar Wierum. Het is voor hen een tijd van bittere armoede. In mei 1860 vertrekt het hele gezin naar Middelburg. Dat het een periode was van kommer en kwel toen zij nog in Westdongeradeel woonden, blijkt uit stukken van de Raad van State. In 1864 was de weduwe Van Kuiken onderwerp van een geschil tussen de gemeentebesturen van Middelburg en West- dongeradeel. Wanneer iemand in aanmerking kwam voor de bedeling dan konden de kosten daarvoor (op grond van een wet uit 1818) door het burgerlijk armbestuur worden verhaald op de ‘domicilie van onderstand’. Omdat de weduwe Van Kuiken geboren was in Middelburg, konden daar aanspraken worden gedaan. In 1857, toen het gezin Van Kuiken in Wierum woonde, kregen zij daar bijstand. Het gemeentebestuur van Middelburg wilde hier oorspronkelijk aan bijdragen. Middelburg heeft dit later echter ingetrokken. Omdat de weduwe Van Kuiken in de periode 1847-1857 voortdurend onderstand had gehad in Nes, zou de gemeente Middelburg dit niet meer hoeven te doen. Om een lang verhaal kort te maken: de gemeente Middelburg kreeg hierin geen gelijk. Tot juli 1856 kreeg de weduwe wellicht bijstand van het burgerlijk armbestuur in Nes, in de 15 maanden daarna krijgt ze huishuur en wekelijks brood via een aparte commissie van vier personen. Maar dit stond los van het armbestuur, zo werd verklaard door kastelein en armvoogd Pieter Jans Slagman. Op grond daarvan werd vastgesteld, dat de domicilie van onderstand Middelburg was. Voor Cornelia Vervoort maakte dit niet meer uit. Zij was al twee jaar eerder – op 4 februari 1862 – overleden in haar geboorteplaats Middelburg. SCHEERWINKEL VAN MEINDERT SJOERDS Nynke van Hichtum verhaalt over hoe Sjoerd Wartena vanuit de bedstede gluurt naar wat er in de scheerwinkel van zijn vader gebeurt. Vanuit de bedstede, want een echte winkel was het niet. Men kwam gewoon bij de barbier in de huiskamer om zich op zaterdag te laten scheren. Meindert Sjoerds was in het echt Jan Ruurds van Kuiken, geboren op 29 juli 1832 als zoon van Ruurd Everts van Kuiken en PietjeTheunis Wouter. In het bevolkingsregister wordt hij naast arbeider ook genoemd als barbier. Jan Ruurds was getrouwd met Antje Sybes Venema. Ze woonden met hun vijf kinderen in een kleine dubbele woning op wat voorheen onderdeel van het perceel Nes B 167 was. Later bouwde timmerman Kooistra op deze plek een loods, achter de woning Foarstrjitte 23. Nu woont Nutte Visser hier. Hij is een rechtstreekse afstammeling van dit echtpaar. Het echtpaar woonde hier sinds 1864, in 1875 kochten zij het huis voor f 525 van de weduwe Jogchum Scheltes Kooistra.Van Kuiken leende daarvoor f 350 bij Abe Willems Hiddema uit Holwerd. Het was armoe troef bij de Van Kuikens. In ‘Schimmels voor de koets’ wordt daar een goede beschrijving van gegeven, dus daar zal ik verder niet op in gaan. Het boek lijkt ook redelijk waarheidsgetrouw: Ruurd Jans van Kuiken schreef ook zelf in zijn levens- verhaal, dat hij door een ongelukkige val niet goed kon lopen. Ook het feest in de herberg, waarop Sjoerd Wartena als muzikant speelde, lijkt werkelijk te zijn gebeurd. Dit zal ongetwijfeld de herberg op de hoek van de Hoofdstraat zijn geweest. Eerst was de eerder al genoemde Pieter Jans Slagman hier kastelein, vanaf 1872 Jacob Piers de Graaf. Het contact tussen Johannes Martens van Kuiken en zijn familieleden in Nes lijkt sinds zijn vertrek wel te zijn onderhouden. Op enig moment gaan namelijk kinderen uit het gezin van Jan Ruurds naar Amsterdam om te gaan werken voor Johannes Martens, op dat moment buffethouder in het Vondelpark te Amsterdam. Uit de bevolkingsregisters van Westdongeradeel en Amsterdam blijkt het volgende: Gaatske Jans van Kuiken verblijft in de periode 1884-1890 (met beperkte tussenpozen) bij Johannes Mar- tens van Kuiken in Amsterdam. Ruurd Martens Jans van Kuiken was daar in ieder geval van 15 september 1887 tot 12 september 1890. Daarna verblijft hij echter bijna twee jaar in Nes, waarna hij weer terugkeert naar Amsterdam op 21 maart 1892. Dit zou er wel eens op kunnen wijzen, dat Johannes Martens het echt niet eens was met de partnerkeuze van Ruurd.Waarom zou die anders twee jaar lang weer terug naar Nes zijn gegaan? In 1892 wordt Ruurd echter weer inwonend bij Johannes Martens, maar in 1893 gaat Ruurd op zichzelf wonen in de Boerhaavestraat in Amsterdam. Hij is dan van beroep bediende, waarschijnlijk in het paviljoen in het Vondelpark. In 1897 vertrekt hij naar Gouda, maar daarover later meer. Johannes Martens van Kuiken duikt voor ons dus weer op rond 1884. Maar wat is er in de tussentijd gebeurd? 18 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS
  18. 18. VERTROKKEN ZONDER STUIVER OP ZAK... In mei 1860 trok Cornelia van Kuiken-Vervoort met de kinderen naar haar geboortestad Middelburg. Zij overlijdt daar op 4 febru- ari 1862. Op 25 maart 1864 duikt Johannes Martens van Kuiken weer op in de archieven. Hij wordt dan als patiënt genoemd in het gasthuis van Middelburg. Hij is opgenomen wegens ‘een verzwering aan de groote teen der rechtervoet’. Hij blijft daarvoor zo’n drie weken in behandeling, want op 15 april 1864 wordt hij uit het gasthuis ontslagen. Als zijn beroep wordt genoemd: ‘Be- diende bij den Hofmeester op de stoomboot Middelburg-Rotterdam’. Het lijkt er op dat zo zijn carrière in de horeca is begonnen. Het verblijf in het gasthuis wordt betaald door de hofmeester op de stoomboot. Die hofmeester was Gerardus François Ver- voort, de oom van Johannes. De stoomboot van Middelburg naar Rotterdam moet een vrij luxe boot zijn geweest, met ook een restauratie aan boord. Een hofmeester is verantwoordelijk voor de catering aan boord. Oom Gerardus zal Johannes wel onder zijn hoede genomen hebben toen ze terug kwamen in Middelburg. Hij legde daarmee de basis voor de roemruchte loopbaan van Joh. M. van Kuiken. Op 2 mei 1876 komt Joh. M. van Kuiken vanuit Haarlem naar Gouda. Van Kuiken begint dan als pachter van de stationsrestauratie aldaar. Daar- voor heeft hij naar eigen zeggen zes jaar als kelner gewerkt bij Hotel De Leeuwerik in Haarlem. Vlak voordat hij naar Gouda verhuisde, was hij op 26 april 1876 in Haarlem getrouwd met Antonia Toppers. Eerder is hij kennelijk gehuwd geweest met een Geertje van der Pijl, al wordt niet in de huwelijksakte genoemd, dat hij weduwnaar was. Zijn broer Evert Martens van Kuiken, toen koperslager in Amsterdam, was als getuige bij het huwelijk aanwezig. In november 1878 vertrekt het gezin naar Amsterdam, waar Joh. M. van Kuiken de stationsrestauratie aan het Westerdok gaat pachten. Hij opent het buffet op 10 november 1878. Zijn broer Evert M. van Kuiken, die dan als kastelein bekend staat, neemt tot mei 1879 de honneurs waar in Gouda en vertrekt dan naar Den Haag. Met de opening van het nieuwe Paviljoen Vondelspark op 4 mei 1881 maakt hij echt naam. Het Vondelpark, dat werd geopend in 1865, was een initiatief vanuit de burgerij. Dit was dan ook het pu- bliek dat hier kwam, want om het park waren ijzeren hekken geplaatst en er waren opzichters die er op toezagen dat er geen venters het park binnenkwamen. Het Vondelpark was een plek voor vrijetijdsbesteding, waar men onder andere kwam om te wandelen of om paard te rijden. Het park lag bovendien in een nieuwe wijk voor elite, mensen die een hapje buiten de deur wel konden betalen. Joh. M. van Kuiken timmert hier behoorlijk aan de weg. In 1882 krijgt hij een telefoonverbinding en daarnaast pacht hij ook de restauratie bij station Rhijnspoor. Getuige de vele advertenties vernieuwde hij ook regelmatig de inrichting. Hij voerde een res- taurant, maar je kon er ook zalen huren voor vergaderingen. In de masterscriptie VAN TABLE D’HÔTE TOT HAUTE CUISINE over res- taurants in Amsterdam in de 19e eeuw (Machteld van Voskuilen, 2013), wordt over Joh. M. van Kuiken het volgende geschreven: ‘Degene die (van de niet oorspronkelijk uit Amsterdam komende restauranthouders in 1893) het meest verdiende was J.M. van Kuiken. Hij had een huurwaarde van fl. 5500,- en was de eigenaar van het restaurant in het Vondelparkpaviljoen. Een restaurant dat bijna logischerwijs goed liep, want het was het enige restaurant gelegen in het Vondelpark. Tien jaar eerder stond Van Kuiken ook al op de lijst van restaurants in het adresboek, maar nog niet op de kiezerslijst. In tien jaar tijd heeft hij het Vondelparkpaviljoen dus flink op de kaart weten te zetten. [...] Het succes van de heer Van Kuiken is te danken aan het feit dat zijn restaurant gelegen was op deze bepaalde afwijkende plek, namelijk het Vondelpark. Als enig restaurant binnen het Vondelpark trok het veel bezoekers vanuit het park. Bovendien lagen rond- om het park, op loopafstand van het restaurant, buurten waarvan de be- woners konden worden gerekend tot de gegoede burgerij.’ Op 1 mei 1893 stopt Joh. M. van Kuiken met zijn werkzaamheden in het Paviljoen. Zijn vrouw Antonia Toppers overlijdt enige maanden later in hun huis aan het Sarphatipark 82. Dit statige herenhuis is samen met huisnummer 80 gebouwd rond 1888. In 1896 trouwt Joh. M. van Kuiken met Anna van Raalte. ...TERUG ALS EEN RIJK MAN Rond 1884 zien we de eerste contacten tussen Nes en Johannes Mar- tens van Kuiken weer verschijnen, omdat er familieleden uit Nes voor hem komen werken.Vanaf 1887 zien we hem veel onroerende goederen kopen in Nes en omstreken. Zo koopt hij in maart 1887 voor f 19.010 de boerderij en landerijen aan de Wierumerweg 3 en een huisje van zijn familielid Simon Jans van Kuiken aan de Achterweg. Simon Jans van Kui- ken is een zoon van Jan Everts van Kuiken en Betske Jelles Boersma. Dit huis wordt later als arbeidershuis gebruikt bij de boerderij. Simon Jans van Kuiken was tot dat moment een kleine gardenier, die enkele kleine stukjes land huurde. 19 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS ILLUSTRATIE UIT ‘SCHIMMELS VOOR DE KOETS’ RECLAMEKAART PAVILJOEN VONDELSPARK BRON:GEHEUGENVANNEDERLAND.NLBRON:ARJENDIJKSTRA
  19. 19. 20 GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENISBRON:COLLECTIEGERRITDEJONG Johannes Martens helpt zijn neef zakelijk verder, want vanaf dat moment werd Simon landbouwer op een boerderij van maar liefst 39 hectare. Hij pachtte vanaf dat moment de boerderij van Johannes Martens. In 1899 liep de pacht af en wilde Johannes Martens de boerderij opnieuw verpachten. Kennelijk was er weinig animo voor het pachten van de boerderij, want er verscheen meerdere malen een verzoek om pachters voor de boerderij in de kranten. Daarna werd de boerderij uiteindelijk verpacht aan Pieter K. Hoogland. In 1915 verkoopt Johannes Martens de boerderij aan Simon Gerrits Postma uit Sint Annaparochie. Het is een goede investering gebleken: de boerderij en landerijen werden verkocht voor f 54.000. Rond 1895 koopt Joh. M. van Kuiken het huis van zijn nicht Teatske Everts van Kuiken, weduwe van Anne Pieters Zoutsma. Zij was een dochter van Evert Everts van Kuiken enTrijntje Jans Dijkstra. Zij blijft overigens in dit huis wonen, ook als zij later trouwt met Pieter Wibalda. In 1902 verkoopt Johannes Martens dit huis aan Dirk Pieters Dijkstra voor f 700. Kennelijk laat hij ook nog geld onder het huis, want er is nog een notariële akte, waarin hij Dijkstra geld leent. Daarmee helpt hij ook hier zijn familie zakelijk verder. Dirk Pieters Dijkstra is een schoonzoon van Pieter Wibalda en zijn moeder was Meintje Ruurds van Kuiken. MON DESIR Johannes Martens koopt in 1887 ook een huis van Ype Pieters Douma. Ype Pieters had het huis aan de Foarstrjitte 13 in 1867 laten bouwen, toen zijn stief- zoon Hille Sybes Jousma op de boerderij aan het Hille Sybespaad 1 kwam. Johannes Martens kocht het huis van de erfgenamen. Hij ging er aanvankelijk niet zelf wonen. Het huis werd in 1892 bewoond door de weduwe Jelle van Kuiken en stond daarna leeg. Wellicht gebruikten deVan Kuikens het als een vakan- tiewoning. Toch hebben ze hier nog een tijdje ge- woond van 1900 tot 1905. Zijn dochters zijn vanuit dit huis getrouwd. Johannes Martens zit nog even namens de ARP in de gemeenteraad en heeft de aanzet gegeven om de Wiesterweg te verharden. Het lijkt er op dat hij toch enige positie in de regio heeft verworven. Of was dit maar schijn? Lang hebben ze het hier in ieder geval niet volgehouden. In 1905 verkopen ze het huis aan de Foarstrjitte voor een bedrag van f5.300 aan dokter Dirk Albertus de Groot, die hier als geneesheer aan de slag gaat. Johannes van Kuiken vond het wellicht wat al te kleinburgerlijk. Hij had natuurlijk jarenlang in stadse kringen verkeerd. Het huis is nu nog een karakteristiek gebouw in het dorp. Er is een foto bekend, waarop ‘Mon Desir’ (= Mijn Wens) naast het huis staat geschreven. Waarschijnlijk heeft Van Kuiken deze naam gegeven. Ongetwijfeld is het zijn droom geweest om als rijk man terug te keren naar de plek vanwaar hij ooit in armoede was vertrokken. Of die droom hem voldoening heeft gegeven zullen we nooit weten. Maar zeker is dat hij zijn familieleden een stukje in zakelijke zin vooruit heeft kunnen helpen. HOE VERGING HET RUURD? Ruurd Jans van Kuiken leek goed geschikt voor zijn werk in de horeca. Hij vond daarin ook na zijn werkzaamheden bij het pavil- joen in het Vondelpark zijn emplooi. Op 29 april 1897 trouwt Ruurd met Elisabeth Keijzer, 24 jaar, geboren te Haarlemmermeer. Dit lijkt niet overeen te komen met wat in ‘Schimmels voor de koets’ beschreven wordt. Daarin trouwt Sjoerd Wartena met een Fries meisje. Toch zit er wel een redelijke kern van waarheid in dat verhaal. Elisabeth was namelijk een dochter van Johannes Keijzer, rechercheur van politie en Stijntje Slagman. Stijntje Slagman werd geboren in 1845 in Nes - Westdongeradeel. Elisabeth moest dus pake zeggen tegen de al eerder genoemde kastelein Pieter Jans Slagman! Zo is de cirkel weer rond. Ruurds moeder heeft dit huwelijk niet mee mogen maken. Zij was toen al overleden. Ruurd en Elisabeth werden ook horecaondernemer. Net als Johannes Martens van Kuiken jaren eerder, pachtten zij voor f 3216 het buffet van de stationsrestauratie in Gouda. Daarna hadden zij jarenlang een pension in Bergen aan Zee. RENTENIER In 1905 vertrekt Johannes Martens van Kuiken met zijn vrouw Anna van Raalte naar het lommerrijke Brummen (Gelderland). Brummen is een plaats waar veel renteniers neerstreken. Ook het gezin van dominee Bokma de Boer (de vader van Nynke van Hichtum) verbleef hier – nadat hij emeritus werd – een paar jaar, voordat zij in 1885 naar Renkum vertrokken. Joh. M. van Kuiken koopt mei 1905 een huis te Brummen, sectie G 2639. Dit huis doet zijn naam eer aan, want lang blijven ze niet in Brummen. Op 1 april 1909 verkoopt hij het huis genaamd ‘Repos Ailleurs’ (De rust is elders) en vertrekt naar Driebergen. In Driebergen en Doorn is Van Kuiken ook weer bestuurlijk actief. Zo wordt hij als lid van een comité, genoemd bij de oprichting van een plaatselijke afdeling van de ‘Vereeniging Tot oprichting en instandhouding van Christelijke Rust- en Herstellingsoorden voor den Burgerstand’, en werd hij in augustus 1916 gekozen als een van de drie notabelen in de Nederlands Hervormde Ge- meente van Doorn. In 1919 bedankte hij hiervoor. In november 1921 overleed Johannes Martens van Kuiken in Den Haag aan de gevolgen van een ongeval in Zeist, waaraan enkele dagen eerder al zijn echtgenote Anna van Raalte was overleden. Dan blijkt Johannes Martens Nes enWierum niet te zijn vergeten, want hij laat via een legaat aan de diaconie van Nes een bedrag na van f 1000 en de diaconie van Wierum een bedrag van f 500. WONING MON DESIR AAN DE FOARSTRJITTE IN NES
  20. 20. GEMEENTEVLAG KOLLUMERLAND C.A. Uit het voorstel van burgemeester en wethouders, betreffende de instel- ling van een gemeentevlag op 9 februari 1960, blijkt dat er bij diverse gelegenheden in de gemeente werd gevlagd met de dorpsvlag van Kollum. Na hierop door Klaas Sierksma te zijn geattendeerd en ver- scheidene ontwerpen van hem te hebben bestudeerd, komen B & W met het voorstel om als gemeentevlag vast te stellen de hierbij afge- beelde uitvoering. Het voorstel wordt met twaalf tegen drie stemmen aangenomen, waar- na dit als voorlopig besluit van 22 februari 1960 aan de Hoge Raad van Adel wordt voorgelegd. Deze geeft op 14 maart te kennen zich te kun- nen vinden in het ontwerp, waarna de vlag definitief wordt vastgesteld bij raadsbesluit van 19 april 1960, nummer 13: ‘Rechthoekig en bestaat uit drie even hoge banen, waarvan de bovenste en de onderste nogmaals verdeeld zijn in drie horizontale banen in de kleuren rood - geel - groen, respectievelijk groen - geel - rood, terwijl de middelste baan wit is en aan de broekzijde beladen met een rode ster. De bovenste en onderste drie banen zijn de kleuren van de oude Kollumer vlag, terwijl het witte gedeelte de bovenste balk uit het gemeentewapen weergeeft, met daarin de rode ster.’ Sierksma geeft, naast een foutieve datum van het raadsbesluit, de vol- gende beschrijving: ‘Zeven banen van rood, geel, groen, wit, groen, geel en rood, waarvan de hoogten zich verhouden als 1 : 1 : 1 : 3 : 1 : 1 : 1, met op de witte baan een rode zespuntige ster.’ VLAG & WAPEN VAN KOLLUM Zoals in De Sneuper 131 al te lezen viel, is het ont- werp en gebruik van het wapen van Kollum nauw verweven met dat van Kollumerland. De tot nu toe oudst bekende afbeelding is een zilvermerk uit 1642, gebruikt door een Kollumer zilversmid. Rond 1700 verschijnt het als dorpswapen (voor het eerst?) in kleur bij Hesman en Schoemaker. Hesman geeft zowel voor Kollumerland als Kollum hetzelfde wapen weer, dus met een ster en Schoemaker zonder ster. De dorpsvlag die Hesman afbeeldt, bestaat alleen uit de drie kleurenbanen. Mede omdat het wapen en de vlag veel bewoners weinig meer aansprak, zijn rond 1970 zowel het wa- pen als de vlag vermeerderd. In het midden van het wapen werd een zwaard opgenomen als herinne- ring aan het rechtshuis dat in Kollum heeft gestaan en werd er een ster aan toegevoegd, zodat het zwaard tussen twee sterren kwam te staan, die beide rood werden. Ook in de vlag werd een rode ster op- genomen als teken dat Kollum de hoofdplaats van de gemeente was. 21 HERALDIEK VLAG EN WAPEN VAN door RUDOLF J. BROERSMA tekenaar Fryske Rie foar Heraldyk KOLLUMERLAND & KOLLUM VLAG KOLLUMERLAND C.A. WAPEN EN VLAG KOLLUM VOLGENS GERRIT HESMAN ILLUSTRATIES:TERLUIN
  21. 21. 22 VERGANEGLORIE:VERDWENENBUITENS OUD EN NIEUW MECKEMA ‘Alleen de hoogte der voormalige standplaats, waarop eenmaal Meckamastate heeft geprijkt, alsmede een paar bijna toegegroeide vijvers en de grachten, die on- geveer in denzelfden toestand verkeeren, herinneren ons slechts in flauwe trekken, dat eertijds een van Friesland’s aanzienlijkste en voornaamste geslachten daar zijne woonstede heeft gehad.’ [1] In notaris Andreae’s tijd was er in ieder geval nog wel iets over van het roemruchte Meckema; nu is alles verdwenen. Ongeveer op de plaats van het oude Meckema is in 1971 bejaardenhuis Nij Meckema gebouwd, daarmee de oude naam in ere houdend. Tegenwoordig heet het geheel vernieuwde verzor- gingstehuis Meckema State. MECKEMA’S OP KRUISTOCHT? Andreae schrijft verder dat ‘volgens sommigen’ een zekere Sippe Meckema met andere Friese edelen al in de 12e eeuw een kruis- tocht naar het Heilige Land ondernam. Of dat waar is, is niet bekend, maar dat er in die tijd veel Friezen kruistochten ondernamen, bleek enige tijd geleden nog eens, toen een televisieserie aandacht besteedde aan de vijfde kruistocht (1213-1221), waarin Friezen een‘heldenrol’vervulden bij de bestorming en verovering van de kettingtoren in Damiate. STAMOUDERS MECKEMA Upcke vanBurmania weet rond 1600 te melden dat Sibod Sibada en Bauck Scheltema de stamouders van de Meckema’s zijn ge- weest. Zij moeten omstreeks 1360 geleefd hebben. Hun dochter Tiemck kreeg een dochter Teca, die trouwde met BroderTiaerda van Aalsum. Zij krijgen zes kinderen, van wie twee dochters non in klooster Sion werden, twee zonen geen nakomelingen kregen en twee dochters - Tiempck en Wits - stammoeders zouden worden van de Holdinga’s en de Meckema’s.[2] Uit deze opsomming blijkt dat de familienaam vaak overging via de vrouwelijke lijn, waarbij de echtgenoot de familienaam Meckema aannam. Of deze afstamming klopt wordt door andere schrijvers betwijfeld, maar dat de Holdinga’s en Meckema’s familiebanden hadden, wordt bevestigd door het gezamenlijk begerechtigd zijn tot het patronaatsrecht van het Holdinga-Meckema-Goyinga-prebende in de kerk van Kollum.Verder hadden beide families een aandeel in het nieuw bedijkte land ten westen van de Gruits in Nieuw Kruisland. MECKEMAEERNSMA Zekerheid over de bewoners van Meckema krijgen we pas met WytsTaeckesdr Meckema, die getrouwd was met Pybe Eernsma van Jouswier, die zich toen ook Meckema ging noemen. Zij erfde in ongeveer 1465 de state van haar broer Tiaert Meckema, die geen kinderen had. Een andere broer, Broer Meckema, komt in 1441 voor als hij met de abt van Gerkesklooster zijn recht op de aanwas van Nieuw Kruisland vastlegt.Wyts Meckema overleed in 1475 en werd in de kerk van Kollum begraven. Hun vader Taecke van Meckema komt in 1421 voor als edelman in Friesland, maar zonder plaatsnaam. KOLLUMER BLOKHUIS In de 15e eeuw probeerde de stad Groningen vaste grond onder de voeten te krijgen in Kollumerland. De mensen in deze grietenij hadden daar wel oren naar, omdat er door de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers voortdurend onrust was. De stad ging in 1467 een verdrag aan voor 30 jaar met als doel de rust in de grietenij te bewaren, maar stelde als voorwaarde dat er een ‘sterck huus’ gebouwd moest worden, waarop door de stad ‘eenen casteleyn’ gezet werd. De kosten zouden worden bestreden door middel van een huisbelasting en de bevolking moest helpen met ‘graven, arbeiden en bolwarken’. Enkele met name genoemde hoofdelingen deden niet mee aan het verdrag, waaronder in Kollum Pybe Meckema, alias Eernsma en Pybe Bawama op Bama. ge TITEL MECKEMA TE KOLLUM door REINDER TOLSMA r.tolsma01@knid.nl MECKEMA DOOR JACOB STELLINGWERF  1723 VERGANE GLORIE In middeleeuws Friesland stonden meer dan 600‘stinzen’, verdedigbare stenen huizen. Het waren de steunpuntenvoordeFriesehoofdelingen.Demeestestinzenverdwenenindeloopdereeuwen,eenenkelewerduitgebouwd tot een adellijke buitenplaats. Daarvan zijn er in Noordoost-Fryslân nog een paar over, o.a. De Schierstins te Feanwâlden en Rinsma State te Driezum. Deze reeks beschrijft in het kort de lotgevallen van een aantal verdwenen buitenplaatsen. BRON:FRIESMUSEUM VERGANE GLORIE: VERDWENEN BUITENS
  22. 22. VAN OUD NAAR NIEUW MECKEMA Een dochter van Pybe en Wyts Meckema trouwde met Feije Riemersma van Dokkum, die zich ook weer Meckema noemde. Zij kochten na afloop van het verdrag met de stad Groningen het blokhuis (waar hun vader Pybe nog zo tegen was geweest!), dat zij afbraken of verbouwden tot Nieuw Meckema. Daarmee verwerd het oude stamhuis tot een gewone boerderij. In 1543 bijvoorbeeld wordt het nog ’Pybe Meckema’s landtsate- huys in Meckemaburen’ genoemd. Door vererving werden leden van de familie (Meckema van) Aylva eigenaar en in 1718 is het volgens Schota- nus een gewone boerderij. Andreae geeft als plaats van Oud Meckema ’t Olde Hof aan, ten zuiden van de Zevenhuisterweg. De landerijen lagen ten noorden daarvan. In 2000 werden er op een perceel ernaast nog be- woningssporen aangetroffen: resten van lemen vloeren, een vuurplaats, bolpotscherven uit de 12e /13e eeuw, botmateriaal en meshelften.[3] De identificatie van het Groninger Blokhuis als Nieuw Meckema komt van Rengers ten Post, als hij schrijft over de galg van Kollumerland: ‘de galge der grietenie te Collum stond do noch bij Collum bij de Casteleis huesz dar nu Sippe Meckama woent anno 1583, dat noch de galge venne heet.’ [4] De drie zonen van Feije en Wyts waren Bourgondisch gezind, Sippe en Sybe Meckema legden de eed van trouw af aan Karel V en moesten daardoor in 1518 vluchten, toen de Geldersen hier de baas werden. Ze schijnen naar Brussel te zijn gevlucht, want Sippe werd daar in 1519 begraven als ‘Heerschap uit Friesland’ in de Sint Gudulakerk en waarschijnlijk zijn broer ook, want een steen aldaar vermeldt ‘Jr. S.... van Meeckema’, overleden in 1544. HANS VREDEMAN DE VRIES Hun broer Pybe Meckema diende als artillerie-officier in het leger van Schenck van Toutenburg, waarin de vader van Hans Vredeman de Vries ‘busschieter’ was. Zo zouden contacten gelegd kunnen zijn en schilderde Hans voor de familie Meckema een altaarstuk in memorie van Pybe, die in 1549 overleed. In Kollum kwam hij in contact met de werken van Vitruvius over het ‘doorzicht’ (perspectief), die hij bestudeerde, wat hem later in praktijk en bespiegeling tot de grondlegger van de bouwkundige schilderkunst in Nederland maakte. HESSEL & LISCK De zoon van grietman Sippe van Meckema, Hessel, vocht in 1586 in de slag bij Boksum, waarbij hij sneuvelde. Korte tijd later werd zijn zoon ge- boren, die ook weer Hessel heette. Hessel Hesselsz van Meckema trouw- de in 1609 met Lisck van Eysinga. Over dit echtpaar is meerdere keren in De Sneuper gepubliceerd.[5] Na de dood van Hessel in 1612 brak er een strijd los tussen Lisck en de zuster van Hessel, Luts, over Hessels nalaten- schap. Uiteindelijk kreeg Lisck ‘het olde Casteleins ofte Nieuwe Meckama- huys, hoff, hieminge ende hornleger tot Collum met alle de landen daer- onder resorterende’, terwijl Luts Oud Meckema in Meckemaburen met de rest van Hessels nalatenschap kreeg. Broer Ritscke van Eysinga woonde na 1624 op Nieuw Meckema en via vererving ging de state naar de Sytzama’s, Van Vos thoe Beesten en de Burmania’s. Rond 1775 werd Nieuw Meckema afgebroken. BRONNEN [1] Mr. A.J. Andreae, Kollumerland en Nieuw Kruisland, geschiedkundig beschreven met oudheidkundige plaatsbeschrijving, 1885. [2] Upcke van Burmania, Frisicae nobilitatis genealogia, 1597-1604. [3] Paul Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009. [4] Johan Rengers ten Post, Kronyck, deel 1, uitg. 1852 [5] Wibo Boswijk, De Sneuper, nummers 119, 124 en 130. 23 SITUATIEKAARTJE KOLLUM - HISGIS ALLEEN EEN POEL 1 DUIDT DE PLEK VAN ‘NIEUW MECKEMA’ , OP EEN STRATEGISCHE PLEK LANGS DE RIJD BRON:HISGIS tijdvanpruikenenrevoluties VERGANEGLORIE:VERDWENENBUITENS Kollum Nieuw Meckema 1 ZEVENHUIZEN, VOORHEEN MECKEMABUREN LINKS MOET OUD MECKEMA GESTAAN HEBBEN FOTO:REINDERTOLSMA
  23. 23. ZWARTE PIET Begin januari 1938 streek een woonwagen genaamd ‘Lopikie’ met zigeuners, vader Pierre Stangus en moeder Catharina Caja Mirosch en hun zeven kinderen, neer in Holwerd. Ze kwamen al eerder gere- geld naar Holwerd. Er was op de Van Aylvawal een heel klein woonwa- genkampje, waar een paar wagens konden staan en ook plaats was voor een paar paarden. Woonwagenbewoners kregen maar een beperkte tijd om in een en de zelfde plaats te bivakkeren. Over het algemeen hielden ze zich bezig met scharensliep, stoelbinderij, ketellapperij en dergelijke. De familie had ook een draaiorgel, ‘De Zwarte Johannes’, waarmee ze de wijde omgeving afgingen om zo wat geld bij te verdienen. Het hoofd van de familie was paardenhandelaar, maar daarvan waren veel mensen niet op de hoogte. Zo was bekend gewor- den dat Zwarte Piet, want zo werd hij genoemd, eens bij een boer het erf op liep, toen hij die man met een mooi jong paard bezig zag. Hij begon een praatje en zei dat hij wel interesse had in dat dier. ‘Ja’, zei de boer, ‘dat kan ik me wel voorstellen, maar ik denk niet dat je het zou kunnen betalen’. ‘Och’, moet Zwarte Piet toen gezegd hebben, ‘je weet het maar nooit, vraag eens een prijs’. De boer dacht dat het een grapje was en toen Pierre zijn hand op hield, sloeg hij zonder verder na te denken toe met een willekeurig bedrag. ‘Verkocht’, werd de boer mee overdonderd. ‘Man, dat kun je nooit op tafel leggen’, zei de boer, ‘je moet toch weten dat bij veehandel direct betaald moet worden, geborgd wordt er nooit’. Kalm zei Pierre: ‘Dat weet ik, het is niet het eerste paard dat ik koop’ en hij haalde een dik pak bankbiljetten uit zijn binnenzak en telde de verbaasde boer het geld zo in zijn hand. De prijs was echt niet aan de hoge kant geweest, zo vertelde de boer de zondag er op ‘s morgens in café ‘De Gouden Klok’, waar mijn vader na de koffie, als moeke eten ging koken, met zijn leeftijdgenoten gezellig samen een borreltje dronk. ZWANGER Toen wij nog in Dokkum woonden, kwam vrouw Mirosch als ze daar op het kamp stonden, bij ons de boodschappen doen. En aangezien mijn moeder graag een praatje maakte met haar vaste klanten, en daar rekende ze vrouw Mirosch ook bij, wist ze veel van hun wel en wee. Zo wist mijn moeder dat die vrouw veel werk had aan het zindelijk houden van haar gezin. De woonwagen- bewoners stonden over het algemeen niet bekend om hun zindelijkheid en het hebben van bijvoorbeeld hoofdluis kwam nogal veel voor. Zij had mijn moeder wel eens verteld, dat het vaak zo moeilijk was om het gezin van vlooien en luizen vrij te houden. Iedere week ging het hele gezin in de teil, werden de haren goed gewassen en ging het‘dubbelloops jachtgeweer’, zo werd de ‘luizen-en-netenkam’genoemd, door de haardos. Toen wij dus in Holwerd woonden, kwam ze ons hier opzoeken voor haar boodschappen. Het mens liep vreselijk moeilijk, was hoogzwanger en had veel pijn. Bezorgd als moeke was heeft ze haar er toe kunnen bewegen naar de dokter te gaan. Bij de dokter aangekomen werd kennelijk vastgesteld dat het lang niet in orde was en werd onmiddellijke bedrust voorgeschreven. Moeke is toen meegegaan naar de wagen en heeft haar man van een en ander op de hoogte gesteld. Er moest van alles gere- geld worden, want zo’n wagen had geen overvloed aan ruimte. 24 HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS UIT HOLWERD FAMILIE MIROSCH door JAN VAN DER VELDE vanderveldes@knid.nl WOONWAGENS IN HOLWERD OP DE VAN AYLVAWAL FOTO:COLLECTIEJANVANDERVELDE NOG EEN BEATRIX Zoals we weten is op 31 januari 1938 prinses Beatrix geboren. Wat gebeurde er die week in Holwerd? Met behulp van ‘De Caleidoscoop van mijn Leven’ van Harke Magré van 27 september 2009 heb ik onderstaand verhaal geschreven. Harke was de zoon van bakker Magré uit de Klokstrjitte in Holwerd. Zijn verhaal is aangevuld met informatie van Annie Mirosch uit Drachten en uit het boek ‘De doden tellen’ van Renske Krimp. Begi zi en geld genk een om ze z De wijd ZIGEUNERDRIEHOEK CONCENTRATIEKAMP PIERRE STANGUS EN CATHARINA CAJA MIROSCH MET TWEE VAN HUN ZONEN FOTO:COLLECTIEJANVANDERVELDE
  24. 24. EEN KONINGSKIND GEBOREN Nu vrouw Mirosch het bed in moest, zaten ze met het probleem van slaapplaatsen voor de kinderen. Moeke kennende droeg ze gelijk de oplossing aan: twee kinderen, een jongen van ongeveer tien jaar (waarschijnlijk Albert of Bebie, geboren in 1926), en een wat ouder zusje Sophie (geboren in 1923) nam ze mee en die konden bij ons slapen. Niet dat wij bedden over hadden, maar een zogenaamd‘kermisbed’, een ma- tras zo op de vloer op zolder, was snel gemaakt en aangezien ze wel wat gewend waren, kon dat bij ons zo ook wel. Ze vonden het heerlijk. Voor hun doen hadden ze een zee van ruimte en‘s morgens bij ons ontbijten was ook een feest. Zoals het in dorpen de gewoonte was, ging moeke een lekkere gebon- den soep voor de patiënt maken en bracht die naar de woonwagen. Natuurlijk valt het in een dorp op als er iemand met een pannetje ergens naar toe gaat.Wat het bijzondere in dit geval was, is dat ze naar een woon- wagen ging... Maar omdat vrouw Magré dat deed en ze te weten kwamen wat er aan de hand was, wilden andere mensen niet achter blijven, zodat er veel eten en andere zorg aan dit gezin werd besteed. Al met al, de zigeunerbaby kondigde zich nog niet aan. Wel werd ein- delijk het koningskind geboren, wat de aandacht voor de woonwagen wat op de achtergrond drukte. Maar moeke haar zorg verminderde niet. Eindelijk, het was al bijna een week na de geboorte van Beatrix, kondigde zich ook hier een geboorte aan en werd op 5 februari een dochter ge- boren. De moeder maakte het slecht, maar het kind was een gezond meisje. De politie was inmiddels ook al eens langs geweest om hun aanzegging te doen dat de termijn van aanwezigheid inmiddels was verstreken. Maar met een briefje van dokter Eppens werd dispensatie verleend en mochten ze blijven, zolang de gezondheidstoestand van de moeder dat noodzakelijk maakte. BEATRIX EMMA WIJPKJEN Het was een katholiek gezin, dus moeke vroeg of het kind niet gedoopt moest worden, wetende dat dat bij katholieken meestal op de dag van de geboorte diende te gebeuren. Ja, dat moest eigenlijk wel, maar aangezien er in Holwerd geen pastoor was om dat te doen, moest het in Dokkum gebeuren. Vader Pierre voelde zich hiertoe niet geroepen en de moeder kon natuurlijk met geen mogelijkheid. Dus vroegen ze moeke of zij niet met de baby naar Dokkum wilde gaan om hiervoor te zorgen. Dat wilde zij wel en ze vroeg hoe het kind dan moest gaan heten. Nu, zeiden de ouders, dat moest moeke zelf maar uit zoeken. Ze moest het maar naar zichzelf laten noemen, zeker vanwege de goede zorgen die ze aan hun allen had besteed. Moeke vond dit toch wel wat al te raar en stelde voor om het kind dan naar het pas geboren koningskind te noemen, want haar naam was ook net bekend gemaakt. Dat vonden ze ook wel goed, maar moeke haar eigen naam moest er ook bij! Ze kwamen overeen om het kind dan maar de namen‘Beatrix Emma Wijpkjen’te geven. De naam van het nieuwe koningskind, van de overleden koningin-regentes Emma en als laatste die van moeke. Het punt was toen: hoe neem je zo’n pasgeboren kind mee als je uren onderweg bent, heen en terug naar Dokkum, zonder dat het onderkoeld raakt. Na wat nadenken besloot ze om de helft van een rieten koffertje te nemen; daarin een slap hoofdkussen en een paar grote handdoeken en iets als lakentjes erbij en het reiswiegje was klaar. Er was op één of andere manier al contact geweest met de katholieke kerk in Dokkum, zodat ze onderweg in de bus en naar de pastorie natuurlijk veel bekijks had. GEBOORTEGESCHENK Daar werd ze hartelijk ontvangen en in aanwezigheid van een aanwezige pater werd het kind door de pastoor gedoopt. Eerst werd het kind wat zout om het mondje gedaan Dat hoort bij die ceremonie en toen in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes gedoopt. Moeke is op dezelfde manier weer naar Holwerd teruggegaan en heeft het kind bij de moeder afgeleverd. Toen moest de baby nog aangegeven worden bij de burgerlijke stand in Ternaard. Daar is moeke ook bij geweest en ze heeft geregeld dat er een aanvraag voor het geboortegeschenk werd ingevuld. Er was namelijk van rijkswege een actie gestart, dat ieder kind dat in dezelfde week als het koningskind geboren zou worden – maximaal 7 dagen er voor of er na – een geldbedrag als geschenk bij de gemeente van inschrijving kon aanvragen. Het heeft wat moeite gekost, maar uiteindelijk werd het geschenk uitgekeerd. Na een poosje, toen de dokter het aanvaardbaar vond voor de moeder om te reizen, is de hele familie weer naar het zuiden vertrokken. Dat reizen heeft ze haar hele korte leven verder gedaan. 25 WIJPKJEN EN HARKE MARGRÉ VOOR DE BAKKERIJ IN HOLWERD BRON:COLLECTIEJANVANDERVELDE tijd van de wereldoorlogen HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS
  25. 25. PORAJMOS Hoe ging het daarna verder met Beatrix en haar familie? Harke schrijft hier het volgende over: ‘Voor zover ik mij kan herinneren hebben we de familie nooit meer terug gezien. Normaal kwamen ze na een paar jaar terug in Holwerd, nadat ze weer heel Nederland waren rondgereisd.’ Maar nu werd het heel anders: in 1939 begon Hitler de oorlog in Europa en in 1940 werd Nederland ook door Duitsland bezet. Hoe het met de familie Mirosch is afgelopen is Harke nooit duidelijk geworden. Met behulp van Annie Mirosch en een artikel in de Leeuwarder Courant van 1 mei 2015 weten we nu wel hoe het verder met de familie ging. We pakken het levensverhaal van Beatrix op in mei 1944. Onderhand was de Tweede Wereldoorlog met al zijn verschrikkingen in het laatste jaar. ‘Porajmos’ zo noemen de Roma en Sinti de jacht die tijdens de oorlog op hen werd gemaakt:‘de verslinding’. Ondanks een trekverbod in 1943 van de bezetter reisde de familie Mirosch toch door Nederland. En in mei 1944 stonden ze te Drachten op één van de 27 daartoe ingestelde be- waakte verzamelkampen. Hier kwam de politie hun namen opnemen; ze waren voorzichtig en gaven de namen van de jongens niet op, die liepen immers het meeste gevaar. TOT IN LENGTE VAN DAGEN Op 16 mei werden Pierre en Catharina Caja en de meisjes opgepakt tijdens een tot in de puntjes georganiseerde landelijke raz- zia en naar Westerbork afgevoerd. De directeur-generaal van politie in Nijmegen stuurde op 14 mei een geheim bericht naar de vijf grote steden, een dag later gevolgd door een telegram met de mededeling om ‘alle in uw gebied verblijvende zigeuners, ook kinderen’, aan te houden en deze naar kamp Westerbork over te brengen. Deze opdracht werd grondig uitgevoerd. In heel Nederland werden in de vroege ochtend van 16 mei vrijwel alle zigeuners (578 mensen) in één keer opgepakt. In het doorgangskamp Westerbork werd vervolgens bepaald welke woonwagenbewoners het etiket ‘zigeuner’ kregen. Op 19 mei werden 246 zigeuners vanuit Westerbork in veewagens op transport gesteld naar Auschwitz-Birkenau. Hieronder bevond zich ook de Mirosch-familie. Drie dagen duurde de reis. De trein kwam op 22 mei 1944 in Polen aan. De familie Mirosch werd in het Zigeunerlager ondergebracht. In de nacht van 2 op 3 augustus werd het Zigeunerlager ontruimd en werden Catharina Caja Mirosch en haar vier dochters Sophie, Engelina Margaretha Catharina, Maria en Beatrix Emma Wijpkjen door vergassing omgebracht. Pierre Stagnus stierf enkele maanden later in concentratiekamp Buchenwald. De vier zoons waren op het moment dat hun zussen, vader en moeder gevangen werden genomen aan het werk en wisten de oorlog te overleven. In 2015 werd Beatrix Emma Wijpkjen Mirosch tijdens de 4 mei-herdenking voor het eerst genoemd als oorlogsslachtoffer afkomstig uit Holwerd. Laten we tot in lengte van dagen voortaan haar naam noemen en nooit vergeten wat er toen is gebeurd. STROFFELSTIEN Op 8 oktober 2018 is er op de Van Aylvawal in Hol- werd een‘stroffelstien’ter nagedachtenis aan Beatrix Emma Wijpkjen geplaatst door Gunther Demnig. Demnig brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de vroegere woonhuizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine herin- neren aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevan- genen, dienstweigeraars, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten. De kunstenaar noemt ze Stolpersteine, omdat je erover struikelt met je hoofd en je hart en je moet buigen om de tekst te kunnen lezen. In de provincie Friesland wordt het project ‘Stroffelstiennen’ genoemd. HISTORIE&STREEKGESCHIEDENIS 26 GUNTHER DEMNIG PLAATST EEN STROFFELSTIEN VOOR BEATRIX MIROSCH ANNIE MIROSCH LEGT BLOEMEN BIJ DE STROFFELSTIEN IN HOLWERD FOTO:JANVANDERVELDE FOTO:BOTESAPESCHOORSTRA FOTO:BOTESAPESCHOORSTRA
  26. 26. 27 Op mijn artikel in De Sneuper 132 kwam een drietal reacties binnen: REACTIE MELLE KOOPMANS Melle Koopmans meldt dat Douwe Klazes Iest en Tjitske Kornelis voorouders van hem zijn en voegt daaraan toe dat er van Douwe Klazes Iest een hilarisch verhaal bekend is over de erfenis van zijn oudtante Sjoukje Hayes. Dit verhaal is beschreven in het boek ‘Douma’s van Bur- gum’ van Gepke van der Meer-Douma. Bij de nummers 98 en 99 in de kwartierstaat had ik vraagtekens geplaatst, omdat ik er niet zeker van was of dit daadwerkelijk de ouders van Antje Alberts waren. Melle geeft aan dat dit het geval was: na het overlijden van Albert Sjoerds in 1720 wordt een inventarisatie opgemaakt, mede op verzoek van dochter Antje. Albert blijkt te wonen op boerderij de Yes. De familienaam Iest is van deze naam afgeleid. Bron: Pieter Nieuwland collectie. Tettie Hayes (nummer 97) haar broer Tjalling heeft een dochter Gaatske, die trouwt met Focco Ypey. Deze familie wordt in Tytjerk herinnerd door het Bos van Ypey. Wilt Binnes (nummer 102) is een nazaat van Hendrick Wiltinge, eigenaar van Terwisga in Appelscha. Over deze familie is ge- schreven in ‘Van Terwisga tot Willinge Prins’ van Gerke Mulder. REACTIE ANDRYS STIENSTRA Andrys Stienstra is gerelateerd aan de Posthuma-familie. Zijn betovergrootmoeder is Suardina Wiebes Posthumus en zij is een achterkleindochter van Gerardus Posthuma en Antje Gerbens Reiding (nummers 32 en 33). Andrys wijst erop dat er omstreeks dezelfde tijd niet één, maar twee Sjoukje Jeens leefden in Ureterp en baseert dit onder meer op grafschriften en lidmatenlijsten van de Doopsgezinde Gemeente Drachten/Ureterp. Op basis van die gegevens kan de kwartierstaat als volgt worden bijgewerkt: 28 Taeke Tijsses overleden eind 1779 / begin 1780 in Ureterp 29 Sjoukje Jeens geboren 20 oktober 1741 Ureterp, overleden 22 november 1776 in Ureterp. 30 Libbe Wibbes Wiering geboren ca 1748, overleden 3 november 1817 in Ureterp Zoon van Wiebe Sietses en Engeltje Libbe (nummer 60 en 61). 31 Sjoukje Jeens overleden 1887 in Ureterp. Voorouders onbekend. REACTIE RON KEIZER Ook sneuper Ron Keizer is een nazaat van de voorouders van Frans Posthuma en Sjoukjen Iest. In dit geval van Alle Fransen Klaver en Zaapke Huiberts Rekker. Van hem ontving ik een aantal aanvullingen en correcties: 5 Werdina Franses Klaver overleed op 15 november 1840 (en niet op 15 oktober) 21 Saapke Huiberts Rekker overleed op 5 januari 1856. 40 Frans Alles Klaver geboren op 20 maart 1716 in Dokkum en overleden aldaar op 26 juli 1787. 41 Martje Jacobs geboren circa 1731 in Dokkum en aldaar overleden op 10 maart 1793. 43 Antie Pieters geboren 20 november 1742. Toegevoegd: 82 Jacob Boeles en 83 Kanke Jetses. Ook leverde Ron een aantal data aan van de 7e generatie: 84 Sicke Huberts is geboren in 1702 in Dokkum, overleden voor 1749 in Dokkum, trouwde op 24 maart 1720 in Hantumhuizen. 85 Saapke Sjoerds is geboren in Hantumeruitburen. 86 Pijter Goitsens is geboren in 1698 in Ternaard, trouwde op 21 januari 1734 in Ternaard. 87 Antje Geerts overleed omstreeks 1769 in ? Fijn, dat dankzij mede-sneupers de kwartierstaat verder ingevuld kon worden en dat er daarnaast nog is verwezen naar achtergrondinformatie. Dank daarvoor! KWARTIERSTAAT KINDEREN door LISETTE MEINDERSMA lisettemeindersma@meginhart.nl POSTHUMA-UURHAAN-IEST PORTRETGALERIJ FAMILIE POSTHUMA - IEST SJOUKJEN IEST EN FRANS POSTHUMA FOTO‘S:FAMILIEVANRIENSDIJKZANDEE GENEALOGIE&FAMILIEGESCHIEDENIS
  27. 27. FRIESLAND IN DE EERSTE WERELDOORLOG Dacht u ook dat er in de Eerste Wereldoorlog weinig gebeurde in Nederland en dus ook in Friesland? Niets is minder waar. De Sneupers Kees Bangma, Nykle Dijkstra, Sytze de Graaf en Ritske Mud doken in dit stukje vergeten geschiedenis. De invloed van deze oorlog was enorm. Mobilisatie van tienduizenden Friezen, de komst van Belgische en Franse vluchtelingen, internerings- kampen voor buitenlandse militairen in Gaasterland en Leeuwarden, honderden aangespoelde zeemijnen, honger en distributie. Een groot aantal Friezen wordt ingelijfd in het Amerikaanse leger en sneuvelt aan het front. Duizenden buitenlandse kinderen, die ernstig hebben geleden onder de oorlog, worden opgevangen. In dit fraai vormgegeven boek worden deze vergeten oorlogsjaren beschreven aan de hand van wat gewone mensen meemaken. Gebeurtenissen in en personen uit vrijwel alle Friese gemeenten komen aan bod. Met meer dan 250 grotendeels unieke beelden. Uit onze eigen regio en het werkgebied van onze vereniging is natuurlijk vooral het verhaal van de Belgische soldaat Frans Bosmans bijzonder, dat eerder verscheen in De Sneuper 107. Zijn graf is nog altijd te vinden aan het Damwâldsterreedje in Dokkum. In nummer 116 werd geschreven over de vele Noordoost-Friezen die gemobiliseerd werden. Over de doofpotaffaire met de omgekomen vissers uit Wierum schreef Kees Bangma nog in De Sneuper 130; het zijn verhalen die in dit indrukwekkende boek ook terug te vinden zijn. Ondertussen is de eerste druk bijna uitverkocht en werkt men aan de realisatie van een tweede druk, waarvoor een aantal voorintekenaars nodig is. U kunt intekenen via sneuperlid Kees Bangma via cbangma@hotmail.com of telefoon 06 5335 9622 Uitgeverij Louise, 2018, harde kaft, 472 pagina’s, € 35 28 door LISETTE MEINDERSMA lisettemeindersma@meginhart.nl INGEBOEKT WENDINGEN NAAR EN VAN HET WATER AF Het werkgebied van de HistorischeVereniging Noordoost-Friesland is wat kleiner dan het gebied, waarop Erik Betten zijn boek heeft gebaseerd. De inhoud is echter op alle fronten van toepassing op onze regio, want of het nu gaat om het noorden van Groningen of van Fryslân, de invloed van de zee is in beide gebieden groot geweest en de wijze waarop de bevolking daarmee omging ook nagenoeg identiek. Al eerder bespraken we in De Sneuper de tentoonstelling in Museum Wierdenland in Ezinge over dit onderwerp. Boek en tentoonstelling vormen een mooi geheel. Betten beschrijft hoe het land gevormd werd door het water en hoe de eerste bewoners zich wapenden tegen de getijden door het opwerpen van terpen of wierden, die soms verbonden werden door dijken, waar- door er een grotere terp ontstond. Betten onderscheidt een aantal fasen, door hem wendingen genoemd, waarin de mens zich óf naar het water toekeerde, óf er juist van af. Een interessante benadering. Centraal in het boek staat een zestal terp- of wierdendorpen: in Fryslân Wijnaldum, Firdgum en Hallum; in Groningen Ulrum, Warffum en God- linze. Dorpen die zich in de loop van de tijd elk op eigen wijze ontwik- kelden, maar waarvan het begin gelijk was: een aarden ophoging in het kwelderlandschap. Betten maakt korte metten met de mythe van de Friezen, die al decennia in de gebied zouden wonen. Net als andere wetenschappers is zijn standpunt dat de huidige Friezen zeer waarschijn- lijk afstammen van volkeren, die vanuit Noord-Duitsland westwaarts zijn getrokken. Het wordt er echter niet minder boeiend om. Wellicht dat DNA-onderzoek hierin meer duidelijkheid brengt. Het boek is boeiend geschreven in heldere taal zonder opsmuk. Het mag dan een geschiedenisboek zijn, ik had de neiging om het in een ruk uit te lezen als een spannende roman. Foto’s en tekeningen ondersteunen de tekst in hoge mate en maken van het boek een kleurrijk geheel. Ook voor wie niet erg thuis is in geschiedenis, is dit een heel begrijpelijk boek. Uitgeverij Bornmeer, 2018, 198 pagina’s, € 25, te bestellen via https://www.bornmeer.nl/winkel/terpen-en-wierdenland/ OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK door WARNER B. BANGA warner.b.banga@knid.nl TERPEN- EN WIERDENLAND & VER VAN HET FRONT? FOTO:UITGEVERIJBORNMEER FOTO:UITGEVERIJLOUISE
  28. 28. TURFAFGRAVINGEN & OPGRAVINGEN Het aan de rand van het voormalige kloosterterrein gelegen museum is gewijd aan het rond 1165 door abt Eyso gestichte klooster Claercamp, dat tijdens de reformatie in 1580 volledig afgebroken is. Zo ver- dween het eertijds roemruchte klooster uit beeld. Door turfafgravingen in 1941 en opgravingen in 2010 kon de omvang van het klooster in beeld wor- den gebracht en op het voormalige kloosterterrein zijn hier en daar de contouren van de voormalige omringende grachten zelfs nu nog te zien. In het voormalige kloosterterrein ligt een klein meertje: het Klaarkampstermeer. Het is ontstaan door de afgravingswerken van de monniken die de klei gebruikten voor stenen. Probleem was wel dat de klei zout bevatte, wat niet bevorderlijk was voor de kwaliteit van de zogenaamde kloostermoppen. Het meertje is zilt en daardoor groeien er bijzondere planten, zoals zeekraal en zeeaster. LEGENDARISCHE VONDSTEN Het modern ingerichte museum vertelt de stichting, groei en bloei en de teneergang van het klooster, maar biedt ook de mogelijkheid van excursies. In één overzichtelijke zaal wordt het eeuwen geleden afgebroken klooster aan de hand van kaarten, digi- tale fotopresentatie, film en de vele voorwerpen die tijdens de turfafgraving in 1938-1941 en de opgraving in 2010 gevonden zijn, weer tot leven gewekt. Daar- naast is er veel achtergrondinformatie over het kloosterleven van destijds. Legendarisch is de vondst van het kistje met daarin gouden en zilveren munten daterend van 1322-1346. De gouden munten zijn destijds naar de armlastige landeigenaar in Engeland gegaan, maar een deel van de zilveren munten is nog te bewonderen in Museum Dokkum. 29 MUSEUMBEZOEKJE door PIET DE HAAN p.dehaan01@knid.nl BRON:ITKIN.NL ADRES CONTACT WEBSITE OPEN PRIJZEN JAARKAART VERDER Klaarkampsterwei 6 9105 AZ Rinsumageast info@kloosterclaercamp.nl www.kloosterclaercamp.nl 1 april t/m 31 oktober zaterdag en zondag 13.00-17.00 uur andere dagen op afspraak € 3,00 Kinderen t/m 12 jaar gratis U kunt niet pinnen. NEE Groepsarrangementen en natuur- excursies naar het Klaarkampster meer op afspraak. KLOOSTERMUSEUM ARCHEOLOGISCH STEUNPUNT KLOOSTERMUSEUM CLAERCAMP EEN OVERZICHTELIJKE EXPOSITIERUIMTE ROUTEBESCHRIJVING IN DE MUSEUMFOLDER CLAERCAMP KLOOSTERMUSEUM BRON:VANPLAN.NLFOTO:PIETDEHAAN
  29. 29. 30 FAMILIE VAN AYLVA DIGITAAL Bij het Gelders Archief kun je, net als bij Stadsarchief Amsterdam, archief- stukken op verzoek (gratis) laten scannen, zodat je na enkele dagen de stukken digitaal kunt inzien. Dit liet ik doen voor een aantal documenten van de familie Van Aylva van hun Huizen Waardenburg en Neerijnen. Zo is nu onder andere een aantekenboekje (van H.W. van Aylva of diens vrouw?) betreffende bomen, planten, vogels en dergelijke gekocht of gekregen voor Neerynen in 1787-1792 en de executie van goederen van Tjaard van Aylva beschikbaar. InhetheraldischtijdschriftBlazoen stondeenaardigartikelovereenheral- disch zegelstempel van de Van Aylva’s. En in de database met gescande schilderijen op CollectieGelderland.nl staan ook diverse leden van deze familie Van Aylva, onder wie Tjaard en diverse (aangetrouwde) dames. Via het project Early Modern Letters Online kwam ik achter een brief van 1 november 1672 van Hans Willem van Aylva, Holwerd, 1633 - 1691, ver- stuurd uit Heerenveen aan Albertine Agnes van Oranje-Nassau, 1634 - 1696. In te zien bij Tresoar. Via hetzelfde project vond ik ook brieven van Balthasar Bekker van en aan Christiaan Huygens en Hadriaan Bever- land, evenals Sixtinus Amama, 1593-1629, van en naar André Rivet, een hugenoot aan Universiteit Leiden en Caspar Barlaeus. In het Fries Museum, bij de tentoonstelling Rembrandt en Saskia, hing een geschilderde kwartierstaat van Frouck van Aylva, 1656, met onder andere Galama, Goslinga, Douma, Burmania, Popma, Sterkenburg, Walta, Kamstra, Cater, Mockema, Tjaerda, Roorda. Bij een tentoonstelling in Dordrecht zag ik een afbeelding van de Synode van 1618, waarbij Ernst van Aylva namens Friesland aanwezig was. Een mooie vondst, in de online collectie van Museum of Fine Art Boston, was een aardewerken kan met zilveren lid en familiewapens Meckema van Aylva -Van Eysinga, ca. 1650 gemaakt door Leeuwarder zilversmid Augustinus Brunsvelt als huwelijksgeschenk voor Scipio Meckema van Aylva, zoon van Douwe van Aylva en Luts van Meckema, en Lisck van Eysinga, ge- boren te Oenkerk, dochter van Frans van Eysinga en Hylck van Eysinga. Dat allemaal nu net ook de beelden van Hessel Meckema van Aylva en zijn vrouw zijn teruggekeerd in de kerk van Holwerd! NOG STEEDS ZOEKENDE Tijdens het symposium over Traditionele Visserij, ge- organiseerd door Tresoar en de Wurkgroep Maritime Skiednis van de Fryske Akademy hield ik een lezing over Scheepsrampen vissersvloot Waddenzee, met een focus op Moddergat 1883 en Wierum 1893. Hier kon ik ook de aandacht vestigen op de inspanningen van de Stichting Maritieme Archeologie van Klaas Wiersma om schepen van de vloot van Moddergat op te duiken. Hulp is nog steeds welkom en de pre- sentatie met filmpje vindt u op www.slideshare.net/ sneuperdokkum! In de Digitale Charterbank Nederland staan charters met betrekking tot Dokkum vanaf 1318 voor een ver- drag tussen de steden Groningen en Dokkum ter ver- zekering van de onderlinge vrede en bevordering van de rechtszekerheid en de handel, 15 mei 1318, en van diverse abten, de Admiraliteit en Magistraat. Het Jaarboek De Vrije Fries 2018, waarvan ik ook redactielid ben, verscheen met mooie artikelen over onder andere verzuiling, ontzuiling en de Friese Beweging, vroegmoderne Friese kookboeken, Fries melkvee en melkproductie in Nederlands-Indië en een boekbespreking van Friesland en de Friezen in de Eerste Wereldoorlog. In Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam stond ik, in het laatste weekend voor de jarenlange sluiting voor een verbou- wing, oog in oog met het portret van Gemma Frisius door Maerten van Heemskerck. Het zou mooi zijn als Museum Dokkum deze eens in bruikleen kan krijgen voor een Frisius-tentoonstelling met cartografische werken en astrolabia. Als u zelf eens in de vele online museumcollecties van musea over de hele wereld wilt zoeken op plaatsnamen of familienamen waar u interesse in heeft, kijk dan op hvnf.nl naar mijn blogartikel van 26 januari 2019: Fries erfgoed online: nog steeds zoekende! DE SNEUPER DIGITALISEERT VOORT WEBSITE- & BLOGNIEUWS door HANS ZIJLSTRA sneuperdokkum@yahoo.com DIGITAAL&ACTUEEL TJAARD VAN AYLVA - 1750 BRON:COLLECTIEGELDERLAND.NL
  30. 30. 31 INHOUDSOPGAVE ( ONDER VOORBEHOUD ) ADVERTENTIE STREEKARCHIEF NOORDOOST-FRYSLÂN Het Streekarchief (officieel Streekarchivariaat Noordoost Friesland) is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Dongeradeel, Ameland en Schiermonnikoog. Het Streekarchief beheert de archiefbewaarplaatsen van de drie gemeenten in Dokkum, Ballum (Ameland) en Schiermonnikoog. In elk van de drie bewaarplaatsen worden in hoofdzaak de oude ge- meentelijke archieven bewaard. Te Dokkum worden de archieven van de voormalige gemeenten Dokkum, Oostdongeradeel en Westdongeradeel beheerd. In alle bewaarplaatsen worden naast deze archieven ook niet-overheidsarchieven bewaard. Dit zijn archieven van kerken, scholen, waterschappen, allerlei soorten verengingen en stichtingen, personen en/of families. Het Streekarchief beheert, naast de archieven, onder de noemer Historisch Informatie Centrum Noordoost-Fryslân ook een omvangrijke collectie boeken. Een overzicht van de aanwezige archieven en collecties en de bijbehorende inventarissen en catalogi vindt u op de website www.hicnof.nl in het menu-onderdeel Archieven en collecties. Ook beheert het Streekarchief een grote collectie oude foto’s van o.a. de gemeente Dongeradeel. Deze worden eveneens toegankelijk gemaakt via de web- site in het menu-onderdeel Beeldbank, samen met collecties oude foto’s uit Achtkarspelen en Ferwerderadiel. www.hicnof.nl VERSCHIJNT IN JUNI HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS JEPPEMASTATE EN HAAR BEWONERS UIT DE SCHADUW VAN BONIFATIUS HISTORISCHE SPOREN OP AMELAND GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS KLOKKENMAKER WIJBE WIERSMA DEZELFDE VOOROUDERS ALS... RUBRIEKEN & COLUMNS HERALDIEK: Dorpswapens Augsbuur en Burum VERGANE GLORIE: Ropta te Metslawier ACTUEEL, DIGITAAL & VARIA MUSEUMBEZOEKJE: De Sûkerei Damwâld WEBSITE & BLOGNIEUWS TITIA JIPPES - DE BOER ALLE JENT VAN DER MEULEN JACOB ROEP LISETTE MEINDERSMA MATTIE BRUINING RUDOLF J. BROERSMA REINDER TOLSMA LISETTE MEINDERSMA HANS ZIJLSTRA DE SNEUPER nummer 134 jaargang 32 nr. 2 JUNI 2019 losse nummers € 3,95 TITIA VAN BURMANIA VROUWE VAN JEPPEMA-STATE DE SNEUPER 134 WAT KUNT U VERWACHTEN? OPENINGSTIJDEN STUDIEZAAL DOKKUM maandag 13.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* dinsdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* woensdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* donderdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 18.00 uur* vrijdag 9.30 - 17.00 uur 17.00 - 20.30 uur* zaterdag 10.00 - 15.00 uur* * studiezaal wel toegankelijk maar geen archiefstukken opvraagbaar FOTO ZWARTWIT: COLLECTIE HISTORISCH CENTRUM NOARDEASTFRYSLÂN WILT U UW ARTIKEL OOK IN DE SNEUPER PUBLICEREN? Neem contact op via redactie@hvnf.nl of stuur uw artikel naar Brokmui 62 9101 EZ Dokkum t.a.v. de redactie van de Sneuper. Brokmui 62 9101 EZ Dokkum - TEL: 0519-22 28 53 - E: streekarchief@dongeradeel.nl
  31. 31. ZWART - WIT Hoofdstraat / Hegebuorren in Ferwert rond 1900

×