Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Big data big dilemma's

Iedereen heeft het over big data, maar wat kan de politie ermee? Welke kansen zijn er voor de opsporing en handhaving? En hoe zit het met de privacy? Drie experts over big data bij de politie: ‘Onze grootste uitdaging is: hoe houden we de samenleving veilig én waarborgen we de privacy van burgers?’

  • Login to see the comments

  • Be the first to like this

Big data big dilemma's

  1. 1. achtergrond malisatie. Je mag zo min mogelijk data van iemand verwerken en uitsluitend voor een specifiek doel’, zegt Kelly Vink. Zij houdt zich als beleidsmedewerker informatie bij het Landelijk Parket bezig met big data en priva- cy. ‘Big data-technologie daarentegen heeft juist zo veel mogelijk informatie nodig om slimmer te worden en scherpere analyses te maken.’ In de kern tegenstrijdig dus, maar Vink wijst erop dat big data-technologieën, mits op een juiste manier ontwikkeld, ook privacy bevor- derend kunnen werken, doordat zij er veel sneller dan de mens in slagen de relevante speld in de hooiberg te vinden. ‘Bij een on- derzoek worden soms zo veel digitale gege- J uridisch gezien is nog niet helemaal duidelijk hoe het nu zit met het door- vlooien van grote hoeveelheden data. Jurisprudentie op dit relatief onontgon- nen gebied is nog schaars. Een van de groot- ste zorgen op het gebied van big data-toe- passingen is de inmenging in de persoonlijke levenssfeer, constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) al in 2016 in haar rapport ‘Big data in een vrije en veilige sa- menleving’. Critici vrezen dat de inzet van big data-technologie privacyschendingen in de hand werkt en niet-transparante besluitvor- ming tot gevolg heeft. ‘De privacywetgeving gaat uit van datamini- Iedereen heeft het over big data, maar wat kan de politie ermee? Welke kansen zijn er voor de opsporing en handhaving? En hoe zit het met de privacy? Drie experts over big data bij de politie: ‘Onze grootste uitdaging is: hoe houden we de samenleving veilig én waarborgen we de privacy van burgers?’ TEKST ERIK VAN DER VEEN blauw #3 - juni 2018 4342 blauw #3 - juni 2018 Juridisch ‘Hoe maak je de opsporings­bevoegdheden digi-proof?’ B ig data. De term komt de laatste tijd vaak voorbij in relatie met de politie, maar heel nieuw is groot- schalige gegevensverzameling nu ook weer niet. Het gaat enerzijds om reeds bestaande data uit de eigen politiesystemen, in beslaggenomen gegevensdragers en sen- sordata, zoals ANPR (kentekenregistratie). Anderzijds worden veel data automatisch geproduceerd door het gebruik van bijvoor- beeld internet, sociale media, mobiele tele- foons en allerhande digitale toepassingen: van slimme camera’s tot allerlei technische snufjes in auto’s. Al die gegevens kunnen interessante infor- matie opleveren voor de uitvoering van de politietaak. Steeds meer teams kijken naar de mogelijkheden van deze nieuwe technolo- gie. Zeker omdat krachtiger computers, slim- mere software en algoritmen in toenemende mate verbanden en patronen kunnen ontdek- ken in die brei aan informatie die het mense- lijk brein al lang te boven gaat. De geautomatiseerde analyse van grote, ge- combineerde gegevensbestanden kan bij- voorbeeld helpen en ondersteunen bij het in kaart brengen van criminele netwerken, be- hulpzaam zijn bij crowd control, risicotaxa- tie-inschattingen of het realtime volgen van een crisissituatie. De mogelijkheden van deze nieuwe technologie werpen echter ook juridische, ethische en praktische vragen op. BIG DATA BIG DILEMMA’S
  2. 2. 44 blauw #3 - juni 2018 C omputers worden steeds krachti- ger, leren zichzelf nieuwe dingen en kunnen steeds complexere al- goritmes berekenen. Nu nog is de kennis van de mens noodzakelijk om ver- scherping in de analyse van de technologie aan te brengen. De verwachting is dat algo- ritmes over twintig tot dertig jaar autonoom kunnen denken en beslissen. Dat zorgt voor nieuwe ethische vraagstukken. Want wie controleert de computer dan nog en op wel- ke wijze is transparant hoe deze systemen tot hun analyse komen? ‘Binnen de politie is het standpunt dat wij geen besluiten door computers laten ne- men’, is Wijsman stellig. ‘Aan de andere kant komt er een moment dat het heel lastig wordt om nog uit te leggen hoe een bepaal- de uitkomst tot stand is gekomen.’ En juist die duidelijkheid is van belang, meent Reinder Doeleman. ‘Zodat je kunt verklaren hoe het systeem tot een bepaalde bevinding is gekomen. Om geloofwaardig te zijn moe- ten algoritmes transparant, reproduceer- baar en uitlegbaar zijn. Als mens zal je het niet even kunnen narekenen, maar je moet het algoritme wel kunnen uitleggen.’ Doeleman is sectorhoofd van de Dienst Regionale Informatie Organisatie in Amsterdam en voorzitter van de landelijke stuurgroep predictive policing, ofwel voor- spellend politiewerk. Het Criminaliteits Anticipatie Systeem (zie ook Blauw 2, 2017) dat in steeds meer eenheden wordt uitge- rold, is hier een voorbeeld van. Door het combineren van talloze gegevens kan het computersysteem inschatten waar de kans op een bepaald delict het grootst is. Zelflerende systemen Juist omdat zelflerende systemen soms las- tig te doorgronden zijn, is het belangrijk deze te voeden met objectieve gegevens, goed te weten hoe de computers ‘redene- ren’ en onder welke condities. ‘We moeten vooringenomenheid absoluut zien te voor- Ethisch ‘Wie controleert de ­computer straks nog?’ de data, gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving’, zegt Vink. Digi-proof Wat echter lastig blijft, is de eerder ­genoemde tegenstelling tussen de privacy- wetgeving en ontwikkeling van big data-­ technologie. De uitdaging is om niet alleen privacywetgeving maar ook opsporings­ bevoegdheden ‘digi-proof’ te maken. Om big data-analyse verder te brengen, is het belangrijk dat juristen meer de taal van de techniek kunnen spreken en een vertaalslag naar het opsporingsinstrumentarium ­kunnen maken.’ De wetgeving loopt per definitie achter op nieuwe ontwikkelingen, maar met het oog op de nieuwe analysetechniek en algoritme-­ ontwikkeling loopt ze nu wel erg uit de pas, volgens Vink. ‘Ik kijk naar methoden om nieuwe technologische mogelijkheden bin- nen opsporing, onderzoek en vervolging op een duurzame en robuuste manier in te zet- ten. Tegelijkertijd wil je eventuele risicovolle trajecten ook tijdig kunnen stoppen. Maar momenteel is er nog veel onduidelijkheid over de wijze waarop de wetgeving moet worden uitgelegd, kijkend naar de toepas- sing van deze nieuwe technologie.’ komen’, weet Wijsman. ‘Daarom houden we heel scherp in de gaten of bepaalde uitkom- sten zijn ontstaan doordat we menselijk ge- drag aan het nabootsen zijn of doordat we het systeem hebben gevoed met gekleurde informatie.’ Binnen de opsporing is tegen- spraak inmiddels een ingeburgerd begrip. In het rapport van de WRR wordt gesteld dat ‘gegevensverwerkende partijen altijd duide- lijk moeten maken hoe zij tot bepaalde uit- komsten komen’. Big data-projecten en -toepassingen in het veiligheidsdomein moeten wat betreft de WRR onderwerp zijn van een externe review door een toezicht- houder. De toegenomen mogelijkheden om data te verzamelen en te analyseren, vragen om versteviging van het onafhankelijk toe- zicht. Dat kan ook voorkomen dat het systeem wordt vervuild met foutieve informatie. Mensen kunnen bijvoorbeeld worden opge- zadeld met bepaalde misstappen uit het verleden die zijn blijven hangen in de syste- men. Ook dit is een voornaam aandachts- punt binnen politie en OM. ‘Een paar jaar geleden gaf een sectorhoofd uit de informa- tieorganisatie al aan dat hij niet bij een or- ganisatie wilde werken waar dit soort din- gen gebeuren’, benadrukt Wijsman. ‘We zijn daar heel kien op. Ook daarom zit er al- tijd nog een menselijke validatie tussen en hier zal aandacht voor zijn bij de ontwikke- ling van het kader. De machine helpt en on- dersteunt ons alleen om daarmee analyses zorgvuldiger uit te kunnen voeren.’ Weerstand Dat verouderde gegevens onschuldigen ver- dacht kunnen maken, is een van de voor- naamste argumenten van tegenstanders van het gebruik van big data door de over- heid. Vink: ‘Of er is vrees dat er ooit iemand aan de macht komt die deze informatie mis- bruikt. Maar als we niets doen, lopen we ook een risico. De toenemende beschik- baarheid van data en de complexiteit van de vens gevorderd dat dit met louter menselijke analyse bijna niet meer te doorgronden is. Het kan dan ook proportioneler en secuurder zijn om dergelijke analyse met behulp van nieuwe technologie uit te voeren.’ Privacybescherming Sowieso heeft privacybescherming altijd de volle aandacht van de politie, geeft Oscar Wijsman aan. Hij is binnen de politie des- kundige op het gebied van big data, analy- tics en data science. ‘We zijn immers ge- bonden aan de Wet Politiegegevens en de Politiewet. En per 25 mei ook aan die van de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming. Wij zullen nooit wil- lekeurige data pakken en kijken of we daar interessante informatie uit kunnen halen.’ Politie en justitie zijn bevoegd om legitiem inbreuk te maken op de privacy van ver- dachten. Maar het is een constante uitda- ging om te manoeuvreren binnen de wette- lijke kaders van de opsporingsbevoegdheden, zegt Wijsman. ‘Aan de ene kant willen we alles uit de kast halen om Nederland zo veilig mogelijk te maken, maar tegelijkertijd zijn we ons er constant van bewust dat we ook moeten garanderen dat de data veilig zijn door de privacy optimaal te beschermen.’ Vink gelooft in het inbedden van waarbor- gen van privacybevorderende technologie en transparante algoritmen om uit deze spa- gaat te komen. ‘Maar dat vereist wel een nadere wetsverduidelijking of wetswijziging. Vooral wanneer je signaleert dat criminelen in toenemende mate gebruikmaken van nieuwe technologische methodieken, cruci- ale opsporingsinformatie soms op het inter- net toegankelijk is en privacywetgeving niet meer synchroon lijkt te lopen met deze praktijk. Daarom moeten we kijken hoe we op een andere manier het fundamentele recht op privacy kunnen beschermen.’ Om de technologie op een juridisch juiste wijze in te zetten, kijken politie en OM naar mogelijkheden om een kader in te richten wanneer big-data-projecten worden opge- start. ‘Het begint met het afbakenen van je taak om op basis daarvan te bezien of je wel of niet rechtmatig toegang kunt krijgen tot RECHT OP PRIVACY Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) be- schermt burgers tegen willekeurige inmenging door de overheid. Daarnaast zijn er andere artikelen die het recht op privacy be- schermen. Bijvoorbeeld artikel 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten, artikel 12 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Het recht op priva- cy staat natuurlijk ook in de Nederlandse Grondwet (artikel 10). WET ­POLITIEGEGEVENS De bevoegdheid tot het verzamelen van gegevens door de politie vloeit voort uit bepalingen in onder andere het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens (Wpg). De Wpg bepaalt de voorwaar- den waaronder deze gege- vens mogen worden ver- werkt voor de politietaak, zoals bewaren, inzien, be- werken en delen. In de Wet justitiële en strafvorderlij- ke gegevens (Wjsg) staan waarborgen voor een zorg- vuldige omgang met straf- vorderlijke gegevens door het OM. Op termijn zullen de Wpg en Wjsg worden samen- gevoegd. EUROPESE PRIVACY­ WETGEVING Sinds 25 mei is de Wet be- scherming persoonsgege- vens (Wbp) vervangen door de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg), de nieuwe Europese privacywetgeving. De Avg gaat echter niet over het gebruiken van persoonsge- gevens voor de politietaak. Daarop is nog steeds de Wpg van toepassing. De invoe- ring van de Avg heeft wel gevolgen voor de reikwijdte van de Wpg. Zo vallen het verwerken van persoonsge- gevens voor onder meer de vreemdelingentaak, korps- cheftaken en taken voor justitie niet meer onder de Wpg maar onder de Avg. achtergrond blauw #3 - juni 2018 45 DE DRIE V’S VAN BIG DATA Een eenduidige definitie van de term big data ­ontbreekt. Vaak wordt ­gesproken van de drie V’s: VOLUME = hoeveelheid data VARIETY = de diversiteit aan data VELOCITY = de snelheid waarmee data worden verwerkt De kunst is om van al die data intelligence te maken door patronen en verbanden te herkennen.
  3. 3. 46 blauw #3 - juni 2018 A l in 2012 is een strategie ontwik- keld om slimmer gebruik te maken van big data en te zien wat dit be- tekent voor de informatiehuishou- ding. De laatste jaren is fors geïnvesteerd in de infrastructuur om dit te realiseren. ‘We zijn nog lang niet daar waar we willen zijn’, zegt Wijsman. ‘Maar in vergelijking met an- dere Europese politiekorpsen lopen we voorop. Wij doen hier dingen die nog lang niet overal gewoon zijn. Denk aan toepas- singen als MEOS, onze vernieuwde BlueView of de Blue Spot Monitor. Dat we dat al kunnen, geeft ons een goede basis voor doorontwikkeling van het gebruik van big data. Het fundament ligt er. Maar we kunnen er nog meer uit halen. De komende twee jaar hebben we twee hoofdlijnen: we investeren in mensen en in data.’ Politiedataplatform Er wordt gewerkt aan een landelijk politie- dataplatform waarin de huidige big data-­ omgevingen worden samengevoegd. Wijsman: ‘Daarmee hebben we veel sneller toegang tot alle data en kunnen we die mak- kelijker combineren en tegelijkertijd toe- gang en gebruik nog beter controleren.’ Dat kan nuttig zijn bij TGO’s waarbij snel een goede informatiepositie moet worden opge- bouwd, maar ook voor agenten die op straat voor een klus komen te staan en direct in- formatie nodig hebben, met een handelings- perspectief erbij. ‘Want de technologie moet altijd in dienst staan van de uitvoe- ring’, benadrukt Wijsman. Tegelijkertijd wordt ook geïnvesteerd in mensen. Hoewel de functie formeel niet eens bestaat binnen de politie, is het voor- nemen om meer data-scientists aan te trek- ken of op te leiden. Zij verwerken grote hoe- veelheden data en zetten die om naar bruikbare informatie. De functie lijkt op die van een data-analist, met dit verschil dat laatstgenoemde zich vooral bezighoudt met het verwerken van historische data tot infor- matie, waar de data-scientist zich toelegt op het maken van voorspellingen door data te analyseren en modellen te bouwen. Data-scientists ‘Ook investeren we in de werkwijze, omdat de huidige praktijk deels verandert’, vervolgt Wijsman. ‘Data-scientists gaan steeds nau- wer samenwerken met bijvoorbeeld de op- sporing. Die interactie zorgt ervoor dat de opsporing efficiënter kan werken.’ Veelbelovende stappen dus op weg naar een volledig data-gedreven politieorganisatie, maar volgens Wijsman nog niet voldoende. ‘Het gaat niet alleen om de financiële midde- len, maar ook om het aantrekken van de juis- te mensen. We scholen collega’s om, maar we hebben ook nieuwe mensen nodig om alles bij te houden en de vertaalslag te ma- ken vanuit de operatie naar de technologie. Want de wereld verandert heel snel op dit vlak. We staan nog maar aan het begin.’ • Praktisch ‘Hoe maak je van al die data ­intelligence?’ analyses die in de toekomst noodzakelijk kunnen zijn, maken dat we nieuwe technolo- gie moeten gaan beschouwen als onderdeel van de toolbox van politie en justitie.’ Doeleman begrijpt wel waar de weerstand tegen de grootschalige verzameling en ana- lyse van data vandaan komt. ‘Je kunt nog zo vaak benadrukken dat je er uiterst omzichtig mee omgaat, maar als er weer een integri- teitskwestie aan het licht komt, ben je terug bij af. Aan de andere kant zijn de grootste tegenstanders vaak juist de mensen die bij een groot incident verontwaardigd zijn dat de politie het niet heeft zien aankomen. Dat is feitelijk onze grootse uitdaging: hoe ­houden we de samenleving veilig en waar- borgen we tegelijkertijd de privacy van ­burgers?’ achtergrond ADVIES WRR De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ziet drie fasen bij het gebruik van big data: de verzameling, analyse en het gebruik. Hierbij maakt de raad onderscheid tussen het verzamelen van reeds bekende en nieuwe gegevens door inzet van opsporingstactieken. Door de data te combineren voor analyse worden nieuwe verbanden zichtbaar. Of dit juridisch mag, is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de gehanteer- de analysemethode, de mate van inbreuk op de privacy en het eventueel te weinig beschermen van persoons- gegevens. De WRR toetst bij de toelaatbaarheid van big data-gebruik vooral drie aspecten. 1. De mate van toekomstgerichtheid: wordt de analyse gebruikt om het verleden te verklaren of het heden te begrijpen of om actief in te grijpen in real-time of te verwachten gebeurtenissen? 2. Worden beslissingen genomen zonder menselijke tussen- komst? 3. Wat is de impact op het leven van mensen? Reageren? Mail naar erik. van.der.veen1@politie.nl

×