Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Burger review team

Een verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de inzet van een burger review team bij cold cases
Janet van Buel

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Burger review team

  1. 1. 2012 Burger Review TeamEen verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de inzet van een burger review team bij cold cases Onderzoek burger review team bij cold cases Kernopgave 5300099 Wetenschappelijke expertise en opsporing Leergang recherchekundige Afstudeerrichting algemene recherchekunde, Niveau 5 Janet van Buel Herman Gorterplaats 249 2902 TG Capelle aan den IJssel Studentnummer: 104247 2013
  2. 2. SAMENVATTING INLEIDING Cold cases zijn de afgelopen jaren in Nederland steeds meer een begrip geworden. Vanuit zowel de politie en justitie, als de maatschappij, is de behoefte gegroeid om ernstige onopgeloste zaken te heropenen. Onderzoek heeft uitgewezen dat onderzoek in cold case zaken loont. Zo blijkt dat ongeveer een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken, jaren na dato, alsnog tot opheldering van het misdrijf heeft geleid. Een andere ontwikkeling die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan, is de ontwikkeling van burgerparticipatie. Zo staat er in het concept inrichtingsplan van de Nationale Politie (2012) het volgende: ‘Wij zijn een politie die intensief samenwerkt met burgers & partners.’ Uit onderzoek is gebleken dat burgers de belangrijkste succesfactor zijn voor effectief en efficiënt opsporen en dat burgers in het algemeen erg positief staan tegenover burgerparticipatie in de opsporing. In de Verenigde Staten werkt de politie in opsporingsonderzoeken ook op diverse manieren samen met burgers. Ook bij het onderzoeken van cold cases worden er burgers ingezet. Bij de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina, wordt er sinds 2003 gebruik gemaakt van een ‘Civilian Review Team’. Het team, voornamelijk bestaande uit gepensioneerde opsporingsambtenaren maakt vast deel uit van het cold case team en is verantwoordelijk voor de ordening en review van cold cases. Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de inzet van een civilian review team, zoals toegepast bij de CMPD, als een zogenaamde ‘best practice’ wordt beschouwd. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de CMPD met zich meebrengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. Het doel hiervan is dat de inzichten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, door opsporingsafdelingen gebruikt kunnen worden om afwegingen te maken over het al dan niet inzetten van cocreatie bij opsporingsonderzoeken. Om inzicht in deze doelstelling te verkrijgen is de volgende probleemstelling behandeld: In hoeverre is het mogelijk om bij cold case onderzoeken in Nederland, gebruik te maken van een burger review team, zoals deze is samengesteld en ingezet door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina en wat voor bijdrage levert de inzet van een burger review team aan het onderzoeken van cold cases? Om tot de beantwoording van de centrale probleemstelling komen, zijn de volgende drie onderzoeksvragen opgesteld: 1. Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina? 2. Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland? 3. In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd? METHODE VAN ONDERZOEK Aan de hand van verschillende onderzoeksmethoden is antwoord gegeven op de drie onderzoeksvragen. Alle onderzoeksvragen zijn deels beantwoord door middel van de methoden literatuuronderzoek en interviews. Hierbij werden zowel semi-gestructureerde (mini)interviews afgenomen als gestructureerde vragenlijsten gebruikt. Door middel van een studiebezoek heeft onderzoeker enkele teamleden van de cold case unit bij de CMPD persoonlijk geïnterviewd. Daarnaast werd voor dit onderzoek een klankbordbijeenkomst georganiseerd waarbij met een groep deskundigen een discussie heeft plaatsgevonden over de (on)mogelijkheden van de inzet een burger review team zoals toegepast bij de CMPD. De discussiepunten werden gebruikt om onderzoeksvraag 2 te kunnen beantwoorden. Om onderzoeksvraag 3 te kunnen beantwoorden werd er een experiment opgezet. Er is één cold case gereviewd door een groep van acht reviewers. Het experiment is opgezet op basis van de resultaten van de eerste twee onderzoeksvragen. Het kader voor het experiment is vastgesteld met inachtneming van de adviezen van de klankbordgroep. Dat wil zeggen dat de grote lijnen van de werkwijze van de CMPD werden aangehouden, maar dat bepaalde aspecten anders werden ingezet, vanuit het oogpunt van de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zouden brengen bij toepassing ervan in de Nederlandse situatie.
  3. 3. RESULTATEN ONDERZOEKSVRAAG 1 De cold case unit bij de CMPD bestaat uit twee rechercheurs, twee vrijwilligers en twee reviewers en is opgericht onder druk van het gemeentebestuur in verband met het grote aantal onopgeloste kapitale delicten. Momenteel zitten er bij de CMPD zo’n 700 cold cases in het archief. Het verschil tussen de vrijwilligers en de reviewers is dat de vrijwilligers in overleg met de rechercheurs een cold case verzamelen en ordenen en dat de reviewers de cold case reviewen. Kenmerkend aan de reviewers is dat zij allemaal in meer of mindere mate een opsporingsachtergrond hebben. Een reviewer bestudeert meestal individueel een cold case en krijgt een kopie van de cold case mee naar huis die is samengesteld door de vrijwilliger. Gemiddeld krijgt een reviewer een maand de tijd om een cold case te reviewen. De reviewers maken middels een vaste methodiek een samenvatting van het onderzoek. Deze samenvatting, inclusief aanbevelingen, wordt aan het hele team gepresenteerd, waarbij gezamenlijk wordt bepaald in hoeverre de cold case potentie heeft om opgehelderd te worden. Het team heeft de afgelopen jaren diverse onderscheidingen ontvangen en werd in literatuurstukken benoemd als succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. De inzet van een civilian review team heeft diverse voordelen. Het onderzoek wordt namelijk met een frisse blik bekeken en er kunnen meer cold cases onderzocht worden omdat de rechercheurs direct aan de slag kunnen met de aanbevelingen. Zij kunnen ook op basis van de review besluiten dat de cold case niet in behandeling wordt genomen. Het succes dat het team boekte, kwam volgens de teamleden niet alleen door de bijdrage van het civilian review team of de bijdrage van de rechercheurs, maar vooral door de onderlinge samenwerking. Volgens de teamleden waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team zo effectief hebben gemaakt, te weten een zorgvuldige selectie van de reviewers, vertrouwen tussen de reviewers en de rechercheurs en de tijd die de reviewers krijgen om hun werk te verrichten en hun draai in het team, als team te vinden. RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 2 Er zijn op dit moment diverse initiatieven gaande waarbij de burger op diverse wijzen actief wordt betrokken bij opsporingsonderzoeken. Uit deze initiatieven is gebleken dat er ook in Nederland gemotiveerde burgers zijn die op vrijwillige basis een bijdrage willen leveren aan opsporingsonderzoeken en dat er mensen binnen de politie zijn die het bestaan van een burger review team een plek willen geven. Er is daarnaast veel aandacht voor de aanpak van cold cases en door de professionalisering in de opsporing op zowel forensisch als op tactisch gebied, is de behoefte om meer zaken te onderzoeken gegroeid. Deze ingrediënten zorgden voor draagvlak en animo bij het cold case team om te experimenteren met de inzet van een burger review team. Na onderzoek is gebleken dat de structuur die de werkwijze van de CMPD biedt, als positief werd gezien en dat het aanbrengen van structuur in de aanpak van cold cases door burgers, mogelijkheden biedt voor de ontwikkeling van een burger review team in Nederland. Daarnaast werd het aspect van het inzetten van mensen met een politieachtergrond, als kansrijk ervaren. De bezwaren die naar voren kwamen gingen met name over het feit dat één reviewer één zaak zou moeten reviewen in één maand tijd. Bij de CMPD wordt dit met name gedaan omdat er zich tussen de cold cases een aantal onafgeronde zaken bevinden. Door de andere wijze van het onderzoek naar kapitale delicten in eerste aanleg, zijn er nog veel onderzoeken met ‘open einden’. Daarbij is om die reden het onderzoeksdossier een stuk kleiner dan een Nederlands onderzoeksdossier. Bij de CMPD ligt de nadruk van de review daarom op de kwantiteit. Het uitgangspunt van burgerparticipatie in Nederland is het verbeteren van de kwaliteit van de onderzoeken. Door het inschakelen van burgers hoopt men op nieuwe inzichten die een effectieve bijdrage kunnen leveren aan een opsporingsonderzoek. Om die redenen zou het voor de Nederlandse situatie niet effectief zijn om zoals bij de CMPD, één reviewer één zaak toe te wijzen. Hoewel de rol van vrijwilliger in het reviewproces als nuttig werd ervaren, werd in verband met de haalbaarheid van het experiment besloten om de rol van vrijwilliger bij het reviewproces buitenwegen te laten. RESULTATEN: ONDERZOEKSVRAAG 3 De review heeft drie maanden geduurd. Een door de teamleider geselecteerde cold case werd gedigitaliseerd, op een beveiligde USB stick geplaatst en verstrekt aan de reviewers. Alle reviewers hadden een politieachtergrond maar zijn overgestapt naar het bedrijfsleven. Net als bij de CMPD hebben de reviewers een samenvatting gemaakt. Deze samenvatting werd inclusief de aanbevelingen besproken met leden van het cold case team tijdens de reviewbijeenkomst. Zowel bij het cold case team als bij het burger review team was er na deze bijeenkomst sprake van enthousiasme en de bereidheid om samen te werken. Zowel het burger review team als de leden van het cold case team gaven aan positief te kijken naar een samenwerkingsverband in de toekomst, mits de review op enkele punten verder zou worden ontwikkeld. Het is namelijk van groot belang te concluderen dat de
  4. 4. ontwikkeling van een burger review team moet worden gezien als ‘work in progress’. Het overnemen van de werkwijze van de CMPD, bij dit experiment heeft nog niet geleid tot de meest optimale inzet van een burger review team, maar het kan wel worden gezien als een stap in de goede richting. Volgens de cold case teamleden hebben de reviewleden namelijk enkele relevante aanbevelingen gegeven. De meerwaarde voor de teamleider van het cold case team van de review door het burgerteam is dat een stapel dozen in de hoek van zijn kantoor nu een zaak is die potentie heeft om opnieuw bekeken te worden. De samenstelling van het team, de inhoud van de samenvatting en de invulling van de reviewbijeenkomst, zijn punten die door zowel de reviewleden als cold case teamleden als ontwikkelpunten werden benoemd. Zoals eerder omschreven waren er een aantal kritieke succesfactoren die het team bij de CMPD zo effectief hebben gemaakt. Uit het experiment is gebleken dat investering in deze factoren bij zou kunnen dragen aan een positieve ontwikkeling van het burger review team. Uit de review is gebleken dat naast een individuele selectie, de samenstelling van de groep ook een belangrijke factor is waar rekening mee gehouden moet worden indien er een burger review team zou worden geformeerd. De groepsleden voldeden als individu ruimschoots aan de selectiecriteria, maar als groep was de samenstelling mogelijk te eenzijdig. Om een cold case vanuit zoveel mogelijk invalshoeken te bekijken werd deelname van vrouwelijke reviewers en reviewers met een gevarieerde leeftijd en (politie)achtergrond als wenselijk werd gezien. Door het enthousiasme van de burger reviewers en de cold case teamleden is er een goede vertrouwensbasis om de inzet van een burger review team verder te ontwikkelen. Het inzetten van een burger review team betreft een vorm van cocreatie. Dit is een actieve vorm van burgerparticipatie, die wederkerigheid vereist van beide partijen. Dit brengt met zich mee dat bij het invoeren van een soortgelijke werkwijze er wederzijdse verwachtingen en verplichtingen zullen ontstaan. Er zal dus het een en ander aan verwachtingsmanagement moeten worden gedaan. Als het team daarnaast de tijd en ruimte krijgt om zijn draai te vinden, is de kans groot dat het in de toekomst zijn meerwaarde zou kunnen bewijzen. AANBEVELINGEN • Investeer in de ontwikkeling van een burger review team bij cold case onderzoeken en plan daarvoor een periode van ongeveer één jaar. Gebruik deze periode om met diverse werkwijzen te experimenteren en om deze werkwijzen te evalueren en daar waar nodig te ontwikkelen. • Stel in de opstartperiode een speciaal geselecteerde werkgroep samen die zich richt op de voortgang en ontwikkeling van het burger review team. • Stel in de opstartperiode een procesbegeleider aan die fungeert als aanspreekpunt voor de burger reviewers en de cold case teamleden. De procesbegeleider is verantwoordelijk voor het faciliteren van de reviewers en begeleidt daarnaast het groepsproces en de brainstormsessies tijdens de review bijeenkomsten. Deze procesbegeleider kan tevens de samenwerking tussen het cold case team en het burger reviewteam monitoren en waar mogelijk verbeteren. • Investeer in een goede selectie van reviewers en experimenteer met de samenstelling van het team. Onderzoek daarbij de mogelijkheid van één of meerdere burger reviewers zonder politieachtergrond. • Zorg voor voldoende draagvlak voor zowel binnen als buiten de politie door de samenwerking en de eventuele successen van een burger review team te communiceren. Mogelijk kan dit bevorderd worden door een communicatieadviseur deel te laten nemen aan de eerder genoemde werkgroep. • Bij dit onderzoek is het juridisch aspect van de inzet van een burger review team nauwelijks belicht. Zorg in overleg met het openbaar ministerie voor een duidelijke juridische afbakening van het burger review team en de werkwijze van het team en zorg dat dit in een protocol wordt vastgelegd.
  5. 5. Van links naar rechts: het cold case archief bij de CMPD, voorbeeld van een Nederlandse cold case, studiebezoek in Charlotte (NC), de reviewbijeenkomst in Rotterdam, , het reviewteam bij de CMPD, de reviewsamenvatting.
  6. 6. VOORWOORD Voor u ligt het afstudeeronderzoek van mijn studie Recherchekunde aan de Politieacademie te Apeldoorn. Deze scriptie is geschreven als examenopdracht voor de kernopgave Wetenschappelijke Expertise en Opsporing. Ik ben blij dat ik een scriptieonderwerp heb gekozen waar ik mij met veel enthousiasme op heb kunnen richten. Het was me nooit gelukt om zo gemotiveerd te blijven zonder het enthousiasme van alle partijen die ik heb benaderd om dit avontuur aan te gaan. Hierbij wil ik dan ook een aantal mensen hartelijk bedanken voor hun bijdrage, hulp en steun. First of all, special thanks to my American colleagues from the Charlotte Mecklenburg Police Department, Stephen Furr, Dave Philips, James Zopp en John Lambert. Guys, thank you so much for an amazing work visit! Thank you for telling me everything about your department and your methods. I know you were very busy and I appreciate, you took the time to show me around. Maurice Stevens, hoofd rechercheondersteuning, dankzij jouw introductie bij de CMPD werd ik daar hartelijk ontvangen, bedankt daarvoor. Verder was het mij natuurlijk nooit gelukt zonder het enthousiaste burger review team. Jullie hebben behoorlijk wat tijd gestoken in het reviewen van de zaak en deden dit zorgvuldig en met veel toewijding, zonder er ook maar iets voor terug te verlangen. Mannen, ik kan jullie niet genoeg bedanken voor de inzet die jullie geleverd hebben. Jullie gedrevenheid was inspirerend! Ook wil ik mijn chef Frank den Rooijen bedanken, die me heeft gesteund tijdens het hele proces en de ruimte heeft gegeven om het onderzoek te voltooien. Anil Soerdjbali, hoofd opsporing, heeft me gemotiveerd om het onderzoek uitdagender te maken door te gaan experimenteren, iets waarvoor ik hem erg dankbaar ben. Mijn begeleidster Marjolein Goderie, die me enthousiast heeft begeleid, snel reageerde en daarbij zeer goed advies heeft gegeven om het onderzoek op te starten. Ik waardeer het erg dat je zelfs naar Rotterdam bent gekomen om de klankbijeenkomst bij te wonen. Ik had me geen betere begeleidster kunnen wensen. René Bergwerff, teamleider Cold Cases Rotterdam en Wilma de Boer, officier van justitie hebben mij enthousiast gesteund tijdens het onderzoek en hebben me, ondanks de drukte op hun afdeling, alle gelegenheid en middelen geboden om het experiment op te zetten, bedankt voor jullie vertrouwen en medewerking. Mieke Heijnemans en Wil Pubben, teamleden van het cold case team Rotterdam, Erik Staffeleu projectleider cocreatie en Henk Walles docent leergang recherchekunde, bedankt voor jullie professionele mening en kritische feedback, dat hield mij scherp. Last but not least wil ik Marco Jansen van Galen bedanken, mijn partner, die me onvoorwaardelijk heeft gesteund. Je hebt altijd met geduld en enthousiasme geluisterd naar alles wat met mijn studie te maken had en bent daarbij een serieuze sparringpartner geweest. Speciale dank dat je op het laatst zelfs een stuk van mijn onderzoek hebt getypt, toen ik een paar weken mijn rechter arm moest missen. Janet van Buel 10/10/2013, Capelle aan den IJssel
  7. 7. INHOUDSOPGAVE Samenvatting Voorwoord Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het onderzoek 1 1.2 Doel en relevantie van het onderzoek 2 1.3 Formele doelstelling 3 1.4 Probleemstelling en onderzoeksvragen 3 1.5 Operationalisatie van begrippen 3 1.6 Leeswijzer 4 Hoofdstuk 2 Methoden van onderzoek 5 2.1 Literatuuronderzoek 5 2.2 Observatie 5 2.3 Klankbordgroep 5 2.4 Veld experiment 5 2.5 Interviews 6 2.6 Aandachtspunten 6 Hoofdstuk 3 Cold cases review teams in de Verenigde Staten 7 3.1 Ontstaan cold case units 7 3.2 Organisatie cold case units 7 3.3 Burgerparticipatie bij cold case onderzoeken 7 3.4 Charlotte Mecklenburg Police Department; de ‘cold case unit’ 8 3.4.1 Algemeen 8 3.4.2 Cold case unit 8 3.4.3 De reviewmethodiek 9 3.4.4 Achtergrond en selectieproces 10 3.4.5 The distict attorney 10 3.4.6 Resultaten 10 3.4.7 Best practise 11 Hoofdstuk 4 Cold cases en burgerparticipatie in Nederland 12 4.1 Ontwikkeling cold case onderzoeken in Nederland 12 4.2 Kenmerken cold cases en cold case onderzoeken 12 4.3 Organisatie van cold case onderzoeken 13 4.4 Effectiviteit cold case team Rotterdam 13 4.5 Ontwikkeling van burgerparticipatie in de opsporing 13 4.6 Burgerparticipatie en high impact 14 4.7 Burgerparticipatie en cold cases 14 4.8 Participatieladder 14 4.9 Conclusie burgerparticipatie 15 4.10 Verenigde Staten en Nederland, vergelijking van de context 16 Hoofdstuk 5 Een burger review team voor cold cases, de (on-)mogelijkheden 17 5.1 Algemene discussiepunten burgerparticipatie 17 5.1.1 Vertrouwelijke informatie 17 5.1.2 Onterechte beschuldigingen 17 5.1.3 Onrechtmatig handelen 18 5.1.4 Kosten – Baten 18
  8. 8. 5.2 Visie van deskundigen op de inzet van een burger review team 18 5.2.1 Eerder experiment 18 5.2.2 Structuur 19 5.2.3 Caseload reviewer 19 5.2.4 Open blik versus productie 19 5.2.5 Selectie reviewer 20 5.2.6 Processtukken 20 5.2.7 Samenvatting en conclusie klankbordbijeenkomst 20 Hoofdstuk 6 De meerwaarde van een burger review team 21 6.1 Het experiment 21 6.1.1 Het kader 21 6.1.2 De reviewers 21 6.1.3 De ‘cold case’ 22 6.1.4 Het verloop van de review 22 6.2 Reacties op de review 23 6.2.1 Inhoudelijke aanbevelingen en conclusies cold case 23 6.2.2 De reviewers, feedback en visie 23 6.2.3 Het cold case team, feedback en visie 25 6.2.4 Onderzoeker 26 6.3 Tot slot 26 Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen 27 7.1 Inleiding 27 7.2 Onderzoeksvraag 1 27 7.3 Onderzoeksvraag 2 28 7.3.1 Mogelijkheden 28 7.3.2 Onmogelijkheden 28 7.4 Onderzoeksvraag 3 28 7.5 Conclusie kritieke succesfactoren 29 7.5.1 Samenstelling en selectie 29 7.5.2 Onderling vertrouwen 29 7.5.3 Opstarttijd / kosten – baten 30 7.6 Aanbevelingen 30 Literatuurlijst Bijlagen Bijlage 1: Verslag klankbordbijeenkomst Bijlage 2: Interviews
  9. 9. 1 1 INLEIDING Altijd al een groot fan geweest van Baantjer of fervent Cluedo fan? Dan kan de politie je goed gebruiken. Het korps Rotterdam-Rijnmond roept nu de hulp van burgers in bij een onopgelost misdrijf, een zogeheten cold case. Eén van deze zaken is die van de vermiste Monika Tanova: zij wordt sinds 30 december 2010 vermist. De politie heeft de gouden tip nog niet binnen en wil er nu alles aan doen om Monika terug te vinden. Burgers kunnen scenario´s opsturen met wat zij denken dat er gebeurd is. De politie kijkt dan of ze hier iets mee kunnen. De scenario´s kun je sturen naar www.helpmonikavinden.nl . ‘Er zijn al een heleboel scenario's in deze zaak doorlopen, maar er is nooit een stoffelijk overschot of bloedspo- ren gevonden. Ze is spoorloos verdwenen. Je weet dus ook niet of je wel naar daders moet zoeken: is ze wel om het leven is gebracht of is ze misschien vrijwillig vertrokken?’ zegt Roland Ekkers van politie Rotterdam- Rijnmond. De politie heeft alle informatie die ze tot nu toe over Monika hebben op de website gezet. Ook staat er wat de politie met het onderzoek heeft gedaan en hoe burgers de politie ku2nnen helpen. De destijds 25-jarige Bul- gaarse Monika Tanova wordt sinds donderdag 30 december 2010 vermist. Monika woonde met haar vriend en schoonmoeder in Rotterdam, maar na 30 december 2010 heeft niemand meer iets van haar vernomen (NOS, 2012, sept.4). 1.1 AANLEIDING TOT HET ONDERZOEK Het opsporingsonderzoek van onopgeloste ernstige misdrijven, zogenaamde cold cases, staat de laatste jaren binnen de Nederlandse politie steeds meer in de belangstelling. Het is niet duidelijk hoeveel cold cases er mo- menteel in Nederland zijn, maar er was in de jaren 2000 tot en met 2006 een stijgende lijn te zien in het aantal zaken dat opnieuw door onderzoeksteams in onderzoek zijn genomen (Van Leiden & Ferwerda, 2006). Voornoemd onderzoek geeft aan dat onderzoek in cold case zaken loont. Zo blijkt dat ongeveer een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken, jaren na dato, alsnog tot opheldering van het misdrijf heeft geleid. Anno 2013 is onderzoek van cold cases nog steeds een hot issue. Zo bericht Nieuwsuur (2013, mei 21) dat pro- cureur-generaal Marc van Nimwegen laat weten dat er in totaal 157 cold case zaken in onderzoek zijn. Daar- naast wordt van alle cold case zaken van vóór 2001 opnieuw naar DNA-sporen gekeken en worden die vergele- ken met de DNA-databank. Een andere ontwikkeling die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan, is de ontwikke- ling van burgerparticipatie. Zo concluderen de makers van het Programma Versterking en Opsporing (PVO, 2010) in hun eindrapportage het volgende: ‘Een ontwikkeling die niet meer te stoppen lijkt, is de behoefte van burgers om invloed uit te oefenen op de veiligheid in de eigen leefomgeving. Als succesvol voorbeeld kan Burgernet worden genoemd. Ook binnen de opsporing zal gezocht gaan worden naar effectieve strategieën.’ (pag 8). Uit het bovenstaande citaat is af te leiden dat er in de toekomst een duidelijke rol is weggelegd voor burgerpar- ticipatie binnen de opsporing. Een jaar geleden, bij de start van dit onderzoek, was het in de inleiding vermelde voorbeeld, het oprichten van een website waarin burgers worden opgeroepen om mee te denken over de vermissing van Monika Tanova, één van de eerste voorbeelden waarin burgers actief werden betrokken bij een opsporingsonderzoek. In de Verenigde Staten werkt de politie in opsporingsonderzoeken ook op diverse manieren samen met bur- gers. Naast burgers die bijstand verlenen door hun expertise, zoals specialisten in het zoeken naar stoffelijke resten, wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van de inzet van burgers bij cold cases. De achtergrond van deze laatste groep varieert van gepensioneerde politieagenten tot aan bibliothecaressen met een passie voor mis- daadbestrijding (Pettem, 2012). Ook bij het onderzoeken van cold cases worden er burgers ingezet. Bij de Charlotte Mecklenburg Police De- partment (CMPD) in North Carolina, wordt er sinds 2003 gebruik gemaakt van een ‘Civilian Review Team’. Het team, voornamelijk bestaande uit gepensioneerde opsporingsambtenaren maakt vast deel uit van het cold case team en is verantwoordelijk voor de ordening en review van cold cases. Het team maakt middels een vaste methodiek een samenvatting van het onderzoek. Deze samenvatting, inclusief aanbevelingen, wordt aan twee rechercheurs van de cold case unit gepresenteerd. De rechercheurs kunnen hierdoor de aanbevelingen
  10. 10. 2 direct opvolgen. Het team heeft de afgelopen jaren diverse onderscheidingen ontvangen en werd in literatuur- stukken (Cronin, Murphy, Spahr, Toliver, Weger, 2007 ; Pettem, 2012) benoemd als succesvol voorbeeld van de inzet van burgers en het verbeteren van effectiviteit in opsporingsonderzoeken. Volgens Cronin et al. (2007) en Pettem (2012) heeft de inzet van een civilian review team diverse voordelen. Het onderzoek wordt namelijk met een frisse blik bekeken en er kunnen meer cold cases onderzocht worden. Om deze redenen heeft het gebruik van een civilian review team mijn interesse gewekt en mij doen besluiten om de werkwijze van de CMPD in North Carolina, nader te willen onderzoeken. 1.2 DOEL EN RELEVANTIE VAN HET ONDERZOEK Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de inzet van een civilian review team, zoals toegepast bij de CMPD, als een zogenaamde best practice wordt beschouwd (Cronin et al. 2007 en Pettem 2012). Het is voor de Nederlandse politie belangrijk om de best practices van politieorganisaties uit andere landen te kennen om de eigen manier van werken hiermee te kunnen vergelijken en zo nodig te verrijken. De best practi- ce van een bepaalde organisatie is echter niet noodzakelijk de best practice voor een andere organisatie. Een goed begrip van de context, randvoorwaarden en de kritieke succesfactoren is hierbij essentieel. In de Verenigde Staten heeft men namelijk te maken met andere wetten, regels, protocollen, procedures en werkwijzen dan in Nederland. Niet iedere best practice is relevant, praktisch of juridisch haalbaar voor de Ne- derlandse politieorganisatie. Het onderzoek richt zich daarom op de mogelijkheden, maar ook op de onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de Charlotte Mecklenburg Police Department, met zich mee brengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. RELEVANTIE In een rapport over Trends en Veiligheid 2011-2012 geven Staffeleu en De Ridder aan, dat met de komst van de nationale politie goede initiatieven op het gebied van burgerparticipatie versterkt kunnen worden en nog ont- brekende initiatieven geïnitieerd. In oktober 2010 heeft het voormalig Centrum Versterking Opsporing (CVO) een nieuwe strategie geformuleerd voor de aanpak van criminaliteit die aansluit op de visie van de Nederlandse politie. Het in toenemende mate betrekken van burgers bij de opsporing is één van de veranderingen die voortgekomen is uit deze strategie (CVO, 2010 in Van der Hoeven 2011). Staffeleu en De Ridder (2011) benoemen in hun rapport de term ‘cocreatie’ als onderdeel van burgerparticipa- tie. Cocreatie veronderstelt een actieve vorm van wederkerigheid met de burger. Cocreatie is volgens Staffeleu en De Ridder (2011) een nieuwe vorm van participatie die veel kan betekenen voor zowel de politie als de bur- ger zelf, mits het op de juiste wijze wordt beleefd en uitgevoerd. Eén van de voornaamste redenen om cocreatie te stimuleren is dat het de effectiviteit van de opsporing ten goede zou kunnen komen. Volgens de heer Stoffel Heijsman, voormalig korpschef van de politie Utrecht en voorzitter van de groep korpschefs die de koers uitzet van het opsporingsbeleid, dreigt er een crisis in de opsporing. Dit stelt hij in een artikel in het NRC Handelsblad van 22 november 2010. ‘De politie lost te weinig misdrijven op’. Op 11 september 2012 werd deze stelling ook door Van Bochove, werkzaam bij het CVO, benoemd tijdens zijn presentatie over cocreatie in de opsporing. Daarbij gaf hij aan dat de huidige aanpak van criminaliteit door de dreigende crisis onder druk staat. Hij gaf aan dat de visie van de Nederlandse politie is dat we af moeten stap- pen van symptoombestrijding en het veiligheidsprobleem meer centraal moeten stellen om voor het maximale effect in de samenleving te gaan. Van Bochove geeft in zijn presentatie aan dat de politie voor een blijvend effect van de criminaliteitsbestrijding een meer intensieve relatie met de omgeving moet opbouwen, hetgeen een verandering moet brengen in de huidige aanpak van de criminaliteit. In het tijdschrift voor de politie moedigen Van Bochove, Van der Hoeven en Staffeleu, allen destijds werkzaam bij het CVO (2012, nr. 7, pag. 33), de politie aan om te experimenteren met cocreatie om innovatie binnen de politie te stimuleren. Het onderzoeken van de mogelijkheden van een burger review team bij cold cases in Nederland, sluit hierbij aan. Het doel is om, door te experimenteren met cocreatie in de opsporing, meer inzicht te krijgen in het ver- beteren van de effectiviteit van die opsporing door cocreatie.
  11. 11. 3 THEORETISCHE RELEVANTIE EN PRAKTISCHE RELEVANTIE Het onderzoek is theoretisch relevant omdat de uitkomst nieuwe inzichten kan bieden in de mogelijkheden van cocreatie binnen opsporingsonderzoeken. Meer specifiek in dit onderzoek wordt onderzocht in hoeverre de werkwijze van de CMPD daadwerkelijk geschikt is voor toepassing in cold case onderzoeken in Nederland. Het onderzoek is daarmee ook praktisch relevant omdat kan worden onderzocht wat deze werkwijze is en welke bijdrage de inzet van een burger review team eventueel levert aan een cold case onderzoek. Dit onder- zoek dient beschouwd te worden als een verkennend onderzoek, waarvan de uitkomsten een eerste aanzet kunnen zijn voor eventuele vervolgonderzoeken. 1.3 FORMELE DOELSTELLING Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de inzet van een civilian review team, zoals toegepast door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina met zich mee- brengt indien een soortgelijk team op vergelijkbare wijze wordt ingezet bij Nederlandse cold case onderzoeken. De inzichten die uit dit onderzoek naar voren komen, kunnen door opsporingsafdelingen gebruikt worden om afwegingen te maken over het al dan niet inzetten van cocreatie bij opsporingsonderzoeken. 1.4 PROBLEEMSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN Om te komen tot deze doelstelling is de volgende probleemstelling daarbij leidend: In hoeverre is het mogelijk om bij cold case onderzoeken in Nederland, gebruik te maken van een burger review team, zoals deze is samengesteld en ingezet door de Charlotte Mecklenburg Police Department (CMPD) in North Carolina en wat voor bijdrage levert de inzet van een burger review team aan het onderzoeken van cold cases? De probleemstelling is uitgewerkt in de deelvragen die hieronder staan: 1. Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina? 2. Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland? 3. In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd? 1.5 OPERATIONALISATIE VAN BEGRIPPEN Om te zorgen dat er geen onduidelijkheid bestaat over diverse begrippen binnen het onderzoek, volgt hieron- der een korte uiteenzetting van de gebruikte begrippen in het onderzoek. BURGER REVIEW TEAM Een burger review team is een vast team van vrijwillige burgers, bestaande uit een aantal personen dat deel- neemt aan het experiment. Het experiment wordt in hoofdstuk 2 als onderzoeksmethode en in hoofdstuk 6 inhoudelijk omschreven. CIVILIAN REVIEW TEAM Het civilian review team dat werkzaam is bij de CMPD en onderdeel uitmaakt van het cold case team. COCREATIE Cocreatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resul- taat van dit proces, zoals een plan, advies of product. COLD CASE Een onderzoek naar een kapitaal delict waarbij op een eerder moment de onderzoekslijnen geen of onvol- doende informatie opleverden om tot opheldering van de zaak te komen (Van Leiden & Ferwerda, 2006). COLD CASE ONDERZOEK Een cold case onderzoek is een nieuw opsporingsonderzoek door een speciaal voor dat doel geformeerd on- derzoeksteam naar een kapitaal delict, omdat eerder opsporingsonderzoek niet heeft geleid tot opheldering
  12. 12. 4 van de zaak (Van Leiden & Ferwerda, 2006). In dit onderzoek wordt onder cold case onderzoek ook verstaan, het inlezen van cold cases, het benoemen van onderzoeksrichtingen en het beoordelen van de kans tot ophel- dering van de cold case. MEERWAARDE Onder de term meerwaarde wordt binnen dit onderzoek de bijdrage verstaan welke de inzet van een burger review team specifiek levert aan cold case onderzoek. Dit afgezet tegen de (algemene) bijdrage die wordt gele- verd bij cold case onderzoeken algemeen. OPSPORINGSONDERZOEK Opsporingsonderzoeken zijn onderzoeken die de politie uitvoert naar strafbare feiten (De Poot et al., 2004). PERSON OF INTEREST Een persoon waarvan wordt gedacht dat hij/zij mogelijkerwijs betrokken kan zijn geweest bij een misdrijf, maar waarvoor (nog) onvoldoende feiten en omstandigheden aanwezig zijn om hem/haar aan te houden als ver- dachte of strafrechtelijk te vervolgen. REVIEW In dit onderzoek wordt met een review bedoeld, een methodiek waarbij een cold case onderzoek opnieuw wordt gelezen, bestudeerd, geanalyseerd, samengevat en waarbij wordt benoemd of er nog openstaande on- derzoeksmogelijkheden uit kunnen worden gerechercheerd. De methodiek wordt nader beschreven in hoofd- stuk 6 paragraaf 1.4. TACTISCHE AANWIJZING Alle informatie met betrekking tot de gebeurtenis waarvoor een bron is. Hieronder valt ook informatie uit spo- ren, sporenbeeld of technische aanwijzingen (Blonk, 2004). FORENSISCHE AANWIJZING Alle informatie die betrekking heeft op een aangetroffen spoor of sporenbeeld. WERKWIJZE CMPD Daar waar in het onderzoek wordt gerefereerd aan ‘de werkwijze van de CMPD’, wordt bedoeld de werkwijze van alle teamleden van de cold case unit werkzaam bij de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina, als omschreven in hoofdstuk 3. 1.6 LEESWIJZER Dit rapport bestaat uit 7 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 worden de methoden van onderzoek die zijn gebruikt om de probleemstelling en daarbij behorende onderzoeksvragen te beantwoorden, omschreven. In hoofdstuk 3 wordt de werkwijze van de CMPD omschreven. In hoofdstuk 4 komen de aanpak van cold cases en stand van zaken met betrekking tot burgerparticipatie in Nederland aan bod. In hoofdstuk 5 worden de (on)mogelijkheden van de werkwijze van de CMPD met betrekking tot Nederlands onderzoek naar cold cases omschreven. Om (deels) de probleemstelling te kunnen beantwoorden werd een experiment opgestart. In hoofdstuk 6 wordt het experiment dat heeft plaatsgevonden omschreven en of een burger review team een meerwaarde zou kunnen bieden. Tot slot komen in hoofdstuk 7 de conclusies en aanbevelingen aan bod.
  13. 13. 5 2 METHODEN VAN ONDERZOEK Dit onderzoek is kwalitatief van aard. Bij kwalitatief onderzoek ligt de nadruk op het begrijpen of het doorgron- den van individuele mensen, groepen of situaties en het heeft een open structuur. Waar kwantitatief onder- zoek vaker met meetinstrumenten en vragenlijsten werkt, worden in kwalitatief onderzoek met name technie- ken als interviews en observatie gebruikt (Baarda,de Goede & Teunissen, 2005). Ter beantwoording van de in paragraaf 1.4 genoemde onderzoeksvragen, is er gebruik gemaakt van de volgen- de methodieken: 2.1 LITERATUURONDERZOEK Het uitvoeren van een literatuuronderzoek is een onderzoeksmethode die helpt ter verduidelijking en verdie- ping van onderzoeksthema’s. Met behulp van literatuurbronnen, beleidsstukken en artikelen kan er theoreti- sche ondersteuning geboden worden aan wat in de praktijk is geconstateerd. Derhalve loopt de methode van literatuurstudie ter beantwoording van alle drie de onderzoeksvragen als een rode draad door dit onderzoek. De literatuurlijst is bij dit onderzoek gevoegd. 2.2 OBSERVATIE In de onderzoeksopzet voor dit onderzoek staat beschreven dat onderzoeker gebruik zal maken van de metho- diek observatie om onderzoeksvraag 2 te beantwoorden. Gepland was om een review bijeenkomst bij de Char- lotte Mecklenburg Police Department bij te wonen en de gang van zaken op deze bijeenkomst te observeren. Tijdens het studiebezoek in bij de CMPD werd de review bijeenkomst echter afgezegd omdat de reviewer nog niet klaar was met de review. Derhalve was het niet mogelijk om het werk van de teamleden te observeren en hier verslag van uit te brengen. Onderzoeker heeft getracht dit te vervangen door de leden van de cold case unit over de inhoud van een reviewbijeenkomst te interviewen. 2.3 KLANKBORDGROEP Om onderzoeksvraag 2 te kunnen beantwoorden werd er gebruik gemaakt van de expertise van een klank- bordgroep. De klankbordgroep bestond uit een groep van mensen die gezien hun achtergrond en/of huidige functie advies hebben gegeven over de haalbaarheid van het onderzoek. De uitkomst van onderzoeksvraag 1( Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoe- ken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?) werd aan de klankbordgroep gepresenteerd. De deelnemers werden vervolgens gezien hun ervaringen en ex- pertise, gevraagd om hun visie op de werkwijze van de CMPD en de haalbaarheid ervan in de Nederlandse situatie, zowel op lange termijn als voor het huidige experiment te geven. Deze visie werd gebruikt om onder- zoeksvraag 2 (Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toe- gepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?) te kunnen beantwoorden. Een verslag van deze klankbordbijeenkomst is onder ‘Bijlage 1’ bij dit onderzoek gevoegd. 2.4 VELD EXPERIMENT Voor de empirische component in het onderzoek werd een experiment uitgevoerd. Er heeft een review van een cold case plaatsgevonden door een groep van acht burger reviewers. De samenstelling en achtergrond van het team, de cold case en het verloop van het experiment, worden in hoofdstuk 6 nader omschreven. Het experiment is opgezet op basis van de uitkomst van onderzoeksvraag 1 (Wat is de werkwijze van het civili- an review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?) en de gedeeltelijke uitkomst van onderzoeksvraag 2 (Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?). Het kader voor het experiment is vastgesteld met inachtneming van de adviezen van de klankbordgroep. Dat wil zeggen dat de grote lijnen van de werkwijze van de CMPD werden aangehouden, maar dat bepaalde aspec- ten anders werden ingezet, vanuit het oogpunt van de mogelijkheden en de onmogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zouden brengen bij toepassing ervan in de Nederlandse situatie. In hoofdstuk 5 worden deze aspecten omschreven. De uitkomsten van het experiment werden gebruikt om onderzoeksvraag 3 en daarbij de centrale probleemstelling te kunnen beantwoorden, namelijk welke bijdrage de inzet van een burger review team eventueel zou kunnen leveren aan een cold case onderzoek.
  14. 14. 6 2.5 INTERVIEWS Het interview is, naast literatuuronderzoek en observatie, een onderzoeksmethode om informatie over cold case onderzoek bij de CMPD te verkrijgen. Om onderzoeksvraag 1 (Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police De- partment in North Carolina?) te kunnen beantwoorden werden twee rechercheurs, een reviewer en een vrijwil- liger van de cold case unit in Charlotte geïnterviewd. Het interview is tevens een geschikte methodiek om het experiment, dat in de vorige paragraaf werd omschre- ven, te evalueren. Om te kunnen bepalen of er sprake is van meerwaarde van een team zoals gesteld in onder- zoeksvraag 3 ( In hoeverre kan de toepassing van (aspecten van) een burger review team een meerwaarde bieden binnen de wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden uitgevoerd?) zal dit moeten wor- den afgezet tegen de (algemene) bijdrage welke wordt geleverd bij Nederlandse cold case onderzoeken. Interviews van de reviewers van het experiment en interviews van teamleden van een Nederlands cold case team kunnen inzicht bieden in hoeverre zij de inzet van een review team als een meerwaarde hebben ervaren. Deze methodiek werd om die reden ook bij beantwoording van onderzoeksvraag 3 gebruikt. Hierbij werden de tactisch en technisch coördinator van de Rotterdamse cold case afdeling en alle reviewers van het burger re- view team geïnterviewd. De teamleider en de officier van justitie werden middels een mini-interview gevraagd naar hun inzicht. Als interviewmethode werd in dit onderzoek zowel het semigestructureerde interview als het gestructureerde interview gebruikt. De teamleden van de ‘Cold Case Unit’ (CMPD) en de teamleden van de afdeling ‘Cold Cases’ Rotterdam, wer- den met behulp van het semigestructureerde interview geïnterviewd. Door het stellen van vooraf opgestelde open vragen, is weliswaar richting gegeven aan de vragen, maar niet aan de antwoorden. Bovendien biedt deze methode de mogelijkheid tot het doorvragen op gegeven antwoorden om op die manier zo volledig mogelijke informatie met betrekking tot het betreffende onderwerp te krijgen (Baarda & De Goede, 2005). Twee reviewers van het burger review team werden, gezien hun grote aandeel in het experiment, ook middels deze methode geïnterviewd. De vijf overige reviewers die aan het experiment hebben deelgenomen werden door middel van een gestructureerd interview, dat wil zeggen een vragenlijst ,geïnterviewd. Een voordeel van een gestructureerd interview is dat deze in het algemeen minder ruimte laat voor invloed van de waarnemers. Alle interviews zijn onder ‘Bijlage 2’ bij dit onderzoek gevoegd. 2.6 AANDACHTSPUNTEN COLD CASE Gezien ondermeer de beperkte tijd die voor dit onderzoek beschikbaar is, houdt het experiment in dat één bestaande cold case door het team in behandeling wordt genomen. Dit onderzoek dient daarom beschouwd te worden als een verkennend onderzoek, waarvan de uitkomsten een eerste aanzet kunnen zijn voor eventuele vervolgonderzoeken. EENHEID ROTTERDAM Omdat de nationale politie ten tijde van het onderzoek werd gevormd en de vorming als doel heeft om de politie eenduidig te laten werken, is er voor gekozen om de probleemstelling van dit onderzoek niet te beper- ken tot de eenheid Rotterdam. De aanpak van cold cases is echter landelijk nog niet universeel. Bij dit onder- zoek werden de werkwijze en de inrichting van het cold case team in Rotterdam als uitgangspunt genomen. Het betrof namelijk een cold case uit Rotterdam en het experiment heeft plaatsgevonden in samenwerking met het Rotterdamse cold case team. Hierbij zijn diverse teamleden geïnterviewd. Mede op basis van deze inter- views werden conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Dit brengt mogelijk met zich mee dat niet iedere conclusie zondermeer geldt voor de gehele nationale politie.
  15. 15. 7 3 COLD CASE REVIEW TEAMS IN DE VERENIGDE STATEN In dit hoofdstuk wordt de uitkomst van onderzoeksvraag 1 (Wat is de werkwijze van het civilian review team bij cold case onderzoeken in de Verenigde Staten, in het bijzonder de Charlotte Mecklenburg Police Department in North Carolina?) omschreven. Er wordt er ingegaan op de achtergrond van cold case onderzoek en burgerparti- cipatie in de Verenigde Staten. Vervolgens zal de werkwijze van de cold case unit bij de CMPD uiteen worden gezet. 3.1 ONTSTAAN COLD CASE UNITS Het is lastig in te schatten hoeveel cold cases er in de Verenigde Staten zijn. Om enig inzicht te krijgen, is geke- ken naar het aantal moorden/doodslagen dat per jaar in de Verenigde Staten wordt gepleegd. Uit een rapport van het Bureau of Justice Statistics (BJS) (2011) blijkt dat er sinds 1999 jaarlijks gemiddeld 15.000 moorden worden gepleegd in de Verenigde Staten. Het oplossingspercentage ligt sinds 1999 gemiddeld rond de 64%. Dat betekent er jaarlijks rond de 5400 onopgeloste moorden/doodslagen zijn ( BJS, 2011). In de Verenigde Staten zijn de cold case teams, ook wel ‘Cold Case Squads’ of ‘Cold Case Units’ genoemd, ont- staan aan het eind van de jaren tachtig. Er waren verschillende redenen om deze teams op te richten. De voor- naamste reden was het gevoel van frustratie van het dalende oplossingspercentage en de toename van het aantal moorden/doodslagen. In 1965 was het oplossingspercentage 91%, hetgeen een groot verschil is met de huidige 64%. De drang om deze zaken toch op te lossen werd steeds groter. In de jaren tachtig maakten de ontdekking van DNA-vergelijking en het invoeren van de databank voor vingerafdrukken het mogelijk om mis- drijven makkelijker op te lossen. Dit gaf tevens de mogelijkheid om oude zaken met behulp van de nieuwe technieken nogmaals te bekijken. Zodoende werden er in de Verenigde Staten steeds meer cold case squads opgericht (Davis, Jensen & Kitchens, 2011). 3.2 ORGANISATIE COLD CASE UNITS Naast onderzoek naar het ontstaan van cold case units hebben Davis et al. (2011) onderzoek verricht naar de manier waarop deze teams in de Verenigde Staten zijn ingericht. Wat uit het onderzoek naar voren kwam is dat er in de Verenigde Staten geen universele wijze is waarop de cold case teams zijn ingericht. Bij kleinere politie-eenheden is er één persoon die zich op ad hoc basis met cold cases bezighoudt en in grotere gebieden zijn er compleet ingerichte cold case teams. Daarnaast zijn er geen vaste criteria waaraan een cold case moet voldoen. Er is bijvoorbeeld niet vastgesteld wanneer een zaak nu een ‘(k)oude’ zaak is. Er zijn districten die de termijn van een jaar handhaven, maar er zijn ook districten waarbij een termijn van 72 uur wordt gehanteerd (Regoeczi, et al. 2008 in Davis et al. 2011 ). Naast het oppakken van onopgeloste moorden en doodslagen houden diverse teams zich ook bezig met onop- geloste zedenmisdrijven en er zijn teams die onopgeloste vermogensdelicten oppakken (Davis et al. 2011). 3.3 BURGERPARTICIPATIE BIJ COLD CASE ONDERZOEKEN In Amerika gaat burgerparticipatie terug naar de tijd van het Oude Westen, waarin de sheriff bij de achtervol- ging van een paardendief een groep burgers inschakelde om de dief te achtervolgen. Tegenwoordig wordt er in de Verenigde Staten op vele manieren gebruik gemaakt van de inzet van burgers. Met name bij onderzoek naar cold cases, waarbij het budget krap is en het aantal zaken groot, wordt er gebruik gemaakt van vrijwilligers (Pettem 2012). Pettem, historisch onderzoekster, schrijfster en columnist, heeft zelf als vrijwilligster onderzoek verricht naar diverse cold cases (2012). Daarbij benoemt zij de hulp van vrijwilligers/burgers als een belangrijk middel om onderzoek te doen naar cold cases. Zij geeft aan dat de meerwaarde van assistentie van burgers op verschillende gebieden ligt. Zo bekijken ze de zaak vanuit een ander perspectief en hebben ze meer tijd om achtergrondonderzoek te verrichten en de zaak te categoriseren. Sommige burgers beschikken over specifieke vaardigheden, zoals historisch onderzoek, software expertise of webdesign. Daarnaast hebben zij een passie voor het werk, anders zouden ze dit niet vrijwillig doen. De achtergrond van de burgers verschilt volgens Pettem (2012). Zo is bijvoorbeeld de hulp van studenten inge- roepen bij de verdwijning van Natalee Holloway. Daarnaast wordt er ook veelvuldig gebruik gemaakt van ge- pensioneerde politieagenten, mensen met een berg aan ervaring en vaardigheden, die zich na hun pensioen zijn gaan vervelen en graag weer wat actie willen. Een treffend voorbeeld hiervan is een groep gepensioneerde mannen die zichzelf ‘the Cold Case Cowboys’ hebben genoemd. De mannen zijn in de media bekend geworden en hebben diverse oude moordzaken opgelost (Pettem, 2012).
  16. 16. 8 3.4 CHARLOTTE MECKLENBURG POLICE DEPARTMENT; DE ‘COLD CASE UNIT’ 3.4.1 ALGEMEEN Uit onderzoeken (Cronin et al. 2007 ; Pettem 2012) blijkt dat er diverse cold case units gebruik maken van een civilian review team, ofwel een burger review team. Een afdeling die een leidend voorbeeld lijkt te zijn voor diverse politieafdelingen in de Verenigde Staten is de cold case unit bij de Charlotte Mecklenburg Police De- partment (CMPD) (Pettem, 2012). De CMPD is een politiekorps in de Verenigde Staten in de staat North Carolina. Onder dit korps vallen de stad Charlotte en een deel van de staat North Carolina, genaamd Mecklenburg. Met 1.752 medewerkers en 546 burgers werkzaam in 2011, bestrijkt het korps een gebied van 1.130 km 2 . De bevolking onder jurisdictie van het korps, bestaat uit meer dan 785.882 inwoners (CMPD annual rapport, 2011). De CMPD heeft sinds 2003 een vast team vrijwilligers, dat deel uitmaakt van de cold case unit. Bij de CMPD is er een Homicide Department waarbij 32 rechercheurs zich dagelijks in koppels bezig houden met onderzoeken naar moord en doodslag (charmeck.org ). Momenteel vinden er jaarlijks gemiddeld 55 moorden en doodslagen plaats, maar dit gemiddelde is in de voorgaande jaren veel hoger geweest (CMPD annual rapport, 2011). Hier- door konden diverse onderzoeken niet volledig worden uitgerechercheerd, waardoor het aantal cold cases behoorlijk is toegenomen aldus één van de geïnterviewde rechercheurs. Onder druk van het gemeentebestuur werd in 2003 een cold case unit samengesteld, bestaande uit twee vaste rechercheurs, twee vrijwilligers en zes burger reviewers. Inmiddels, 10 jaar later, bestaat het team nog steeds. 3.4.2 COLD CASE UNIT RECHERCHEURS Diverse leden van de cold case unit werden geïnterviewd over de werkwijze en samenstelling van het team. De teamleden hebben namelijk een afzonderlijke taakverdeling. De twee rechercheurs nemen de beslissingen bij de cold case unit en verrichten alle onderzoekshandelingen. Zij werken onder leiding van een coördinator, echter is de verstandhouding tussen hen, in verband met een goede vertrouwensband, dusdanig dat de rechercheurs nagenoeg zelfstandig werken. Zij bepalen bijna altijd welke cold case er wordt onderzocht en gereviewd. Volgens de rechercheurs wordt in 60% van de gevallen een cold case opgepakt aan de hand van nieuwe DNA technieken en in 40% van de gevallen aan de hand van gemiste of nieuwe informatie. In de meeste gevallen wordt aan de hand van deze informatie besloten om een cold case te reviewen. De rechercheurs gaven aan dat een cold case, volgens de criteria van de cold case unit, een onder- zoek naar de dood of vermissing van een persoon betreft, waarbij het vermoeden bestaat dat er sprake is ge- weest van een misdrijf en waar geen onderzoek meer naar verricht wordt. VRIJWILLIGERS Zowel de twee vrijwilligers als de reviewers werken volledig op vrijwillige basis. Er is echter een onderscheid in de taakverdeling. De twee vrijwilligers werken twee dagen in de week een halve dag op het politiebureau en verrichten met name administratieve werkzaamheden. Zij dragen zorg voor de voorbereiding van de review. De vrijwilligers hebben toegang tot het cold case archief. De vrijwilliger pakt een zaak uit het archief en onderzoekt vervolgens of de zaak geschikt is voor een review aan de hand van een aantal vastgestelde criteria, (Lambert, persoonlijke mededeling, Pettem2012) te weten: 1. Is er forensisch bewijs in de zaak? (DNA, dactyloscopische sporen, ballistisch materiaal) 2. Is dit bewijs nog steeds beschikbaar? 3. Zijn er getuigen bekend in het onderzoek? (Aantal, ooggetuige, beschikbaarheid van de getuige) 4. Zijn er verdachten bekend in het onderzoek? (Aantal, wel/niet gedetineerd, wel/ niet overleden) 5. Kan de zaak gekoppeld worden aan seriematige delicten die opgehelderd kunnen worden? 6. Is de zaak al bekend of behandeld bij/door het Openbaar Ministerie? 7. Ophelderingkans (goed, middelmatig, laag) 8. Is de zaak geschikt voor review? 9. Korte samenvatting voor het review team met bijzonderheden.
  17. 17. 9 Uit het interview met de vrijwilliger van de cold case unit, blijkt dat hij in de afgelopen 10 jaar een goede relatie heeft opgebouwd met verschillende afdelingen binnen de politie. Dit had volgens hem wel even tijd nodig. Hij heeft veel contact met de forensische afdeling en de afdeling inbeslaggenomen goederen omdat het van be- lang is om fysiek te controleren of het bewijs nog aanwezig is. Hij heeft daarbij toegang tot bepaalde politiesys- temen om voornoemde vragen te kunnen beantwoorden. De vrijwilliger verzamelt alle stukken die betrekking hebben op de cold case en kopieert en ordent het tot een leesbaar document. De grootte van het document kan variëren van een mapje tot aan een aantal grote ordners. Daarnaast zorgt de vrijwilliger voor de in- en uitgave van de cold cases aan de reviewers en maakt in bepaalde gevallen eenvoudige aanvragen op voor de rechercheurs. Indien de cold case niet aan de criteria voor een review voldoet, wordt de zaak met de criteria lijst gearchiveerd. Als laatste poging om de zaak toch te kunnen onderzoeken wordt de cold case op de website van de CMPD geplaatst met het verzoek aan getuigen om zich te melden indien zij meer informatie hebben. REVIEWERS Zodra een zaak in orde is gemaakt door de vrijwilliger, wordt deze uitgegeven aan een reviewer. De reviewer neemt het onderzoeksdossier mee naar huis, leest het zorgvuldig door en maakt een samenvatting volgens een vaste methodiek. Uit het interview met één van de reviewers blijkt dat de methodiek in de loop van tijd door de vrijwilligers zelf is ontwikkeld aan de hand van een door de FBI gebruikte methode. Iedere reviewer krijgt een aparte zaak toegewezen, tenzij het gaat om een zeer omvangrijk onderzoek. Gemiddeld is een reviewer volgens de rechercheurs 20 á 30 uur kwijt aan een review, maar ook dit kan gezien de omvang van een zaak afwijken. Zo is er momenteel een reviewer al een half jaar met een zaak bezig. 3.4.3 DE REVIEWMETHODIEK Ieder onderzoek wordt altijd via dezelfde volgorde samengevat waarbij de volgende aspecten worden beschre- ven (Zopp, persoonlijke mededeling, Pettem 2012): • Victimologie • Opsomming van het misdrijf • Sectierapport • Bruikbaarheid/rechtmatigheid van bewijsmateriaal • Forensische onderzoeksrapporten • Getuigen, lokaliseren van getuigen • Soortgelijke onderzoeken of parallelonderzoeken • Potentiële verdachten • Advies in wat nog te doen in het onderzoek De reviewer krijgt daarbij de mogelijkheid om de plaats delict te onderzoeken en om rechercheurs te benade- ren voor aanvullende informatie. Een vaste afspraak is dat er geen meningen of oordelen in het verslag worden vermeld en dat de reviewers zelf geen onderzoekshandelingen verrichten. De review wordt afgesloten met een lijst aan aanbevelingen van onderzoekshandelingen die nog verricht kun- nen worden. Deze aanbevelingen worden gegeven alsof het misdrijf de dag ervoor heeft plaatsgevonden. Bij een zaak van bijvoorbeeld 20 jaar oud kan het advies nog steeds zijn dat de camerabeelden moeten worden opgevraagd. Dit is volgens de teamleden om zo ‘open minded’ mogelijk te blijven. Daarnaast speelt de ontwik- keling van opsporingstechnieken een rol. ‘Sommige adviezen zoals het opvragen van camerabeelden bij een zaak van 30 jaar geleden lijken misschien raar, maar in die tijd wisten wij bijvoorbeeld ook nog niet wat er nu allemaal mogelijk is met de huidige wetenschap van DNA.’ (Philips, persoonlijke mededeling, 2013). Maandelijks vindt er een bijeenkomst plaats waarbij een zaak van één van de reviewers besproken wordt. Vóór dat deze vergadering plaatsvindt, stuurt de reviewer de samenvatting van het onderzoek naar alle teamleden, zodat iedereen de samenvatting kritisch kan bekijken. Volgens de rechercheurs kan de zaak op die manier door de verschillende achtergronden van de reviewers vanuit diverse invalshoeken worden bekeken en beoordeeld. De rechercheurs zelf hebben de cold case niet bestudeerd. Het betreft dus geen review die gelijktijdig wordt uitgevoerd.
  18. 18. 10 Naast de medewerkers van de cold case unit, worden er geregeld derden uitgenodigd, zoals forensisch mede- werkers, rechercheurs die het onderzoek in eerste aanleg hebben verricht en leden van het Openbaar Ministe- rie. Nadat de review is besproken, vindt er een brainstormsessie plaats over de cold case, waarbij de aanbevelingen en de kans is dat de zaak opgelost zal worden aan bod komen. Zij waarderen de zaak vervolgens gezamenlijk met een cijfer tussen de 1 en 5, waarvan 5 betekent dat er weinig kans van slagen is om een persoon voor de zaak aan te houden (Cronin et al. 2007, Pettem, 2012, Furr & Philips, persoonlijke mededeling). 3.4.4. ACHTERGROND EN SELECTIEPROCES Volgens de rechercheurs is het van cruciaal belang dat de vrijwilligers en reviewers zorgvuldig geselecteerd worden. Het aanbod van mensen die op vrijwillige basis een cold case willen reviewen is heel groot, echter zijn lang niet alle personen ervoor geschikt. Vaak worden de vrijwilligers en reviewers voorgedragen op grond van aanbevelingen van mensen binnen de politieorganisatie of het gemeentebestuur. De voorkeur gaat daarbij uit naar mensen met een politieachter- grond of een andere opsporingsachtergrond. Het werk vereist en grote mate van zelfstandigheid, waardoor het belangrijk is om mensen te hebben die weten wat een opsporingsonderzoek inhoudt. Wel raden zij aan om een selectie te maken van mensen met een verschillende achtergrond en waar mogelijk uit verschillende gebieden, zodat er een brede expertise vanuit verschillende invalshoeken in het team aanwezig is. Niet alle leden hebben een politieachtergrond. Zo heeft de geïnterviewde vrijwilliger bij de NASA en Duke Energy als projectleider gewerkt en is één van de reviewers een professor aan een Universiteit in Charlotte. Zij heeft voor het FBI tijd- schrift een artikel geschreven over de uitdagingen van een cold case unit (Lord, 2005). Tijdens haar loopbaan heeft zij wel een tijdje voor de ‘Sheriff’s department’ gewerkt. Zodoende was zij bekend in het politienetwerk. Het is volgens de rechercheurs van belang dat de vrijwilligers geen dubbel motief hebben, het schrijven van een boek werd als voorbeeld genomen. Er bestaat mede door televisie series een geromantiseerd beeld van cold case onderzoeken terwijl de werkelijkheid verre van sensationeel is, aldus de geïnterviewde teamleden. Het is daarom van belang dat de mensen zich hier bewust van zijn en over de eigenschappen zorgvuldigheid, accuratesse en geduld bezitten omdat het gaat om het analyseren en nauwkeurig doorlezen van complexe onderzoeken. 3.4.5. DISTRICT ATTORNEY Een belangrijk aandachtspunt volgens de rechercheurs is het contact met de ‘district attorney’ (vergelijkbaar met de Officier van Justitie). In de gemeente Charlotte Mecklenburg worden er namelijk 12 moordzaken op jaarbasis voor de rechter en de jury gebracht, terwijl er nog 100 zaken in de wacht staan. Er vindt dus een strenge selectie plaats van zaken die in behandeling worden genomen. Daarnaast wil de district attorney niet te veel zaken in behandeling nemen waarin het bewijs zwak is, omdat dat het imago aantast van cold case onderzoeken, hetgeen weer van invloed kan zijn op cold case onderzoeken die in de toekomst behandeld gaan worden. Het is daarom van belang om een oudere kansrijke zaak na de review te bespreken met de ‘district attorney’ zodat deze kan beoordelen of het haalbaar is om de zaak voor de rechter te brengen (Lord, 2005). De ‘district attorney’ krijgt in plaats van het hele cold case dossier, een exemplaar van de review. Volgens de re- chercheurs heeft het Openbaar Ministerie veel baat bij de review omdat zij door middel van deze overzichtelij- ke samenvatting makkelijker en sneller een beslissing kunnen nemen om de zaak wel of niet op te pakken. 3.4.6. RESULTATEN In de afgelopen 10 jaar zijn er 129 zaken gereviewd waarvan er 37 zaken zijn opgehelderd. Er zijn 24 aanhou- dingen verricht. Van deze 24 aanhoudingen zijn er vier rechtszaken geweest waarvan alle vier de verdachten zijn veroordeeld. Het verschil in de cijfers komt volgens de rechercheurs door verschillende omstandigheden. Er waren enkele verdachten overleden. Diverse verdachten zaten al vast in de staat North Carolina voor een ander misdrijf. Er was meerdere malen sprake van een seriematig delict. Sommige verdachten zijn overgedra- gen aan een andere staat omdat zij daar ook misdrijven hadden gepleegd. Daarnaar gevraagd bleek er geen zaak te zijn waarbij de review van het civilian review team de doorslag heeft gegeven. Het is volgens de rechercheurs juist de samenwerking tussen de rechercheurs en het team die zorgt voor een succesvolle afloop. Naast dat het de rechercheurs werk bespaart worden de onderzoeken daarbij ook nog eens met een frisse blik bekeken vanuit diverse invalshoeken (Lord, 2005). Het primaire doel van de cold case unit is om de zaak op te helderen. Het secundaire doel is om afsluiting te bieden, zowel voor de nabe-
  19. 19. 11 staanden als voor de afdeling. Op dit moment liggen er 700 zaken waarvan niet duidelijk is waarom de zaak nooit is opgelost. Door het selectieproces van de vrijwilligers, de review en het besluit van het Openbaar Minis- terie, kunnen zaken worden uitgerechercheerd en beargumenteerd worden afgesloten. De zaak biedt volgens ongeacht de uitkomst uiteindelijk ook een vorm van afsluiting, aldus een van de rechercheurs. 3.4.7 BEST PRACTISE Het team bestaat inmiddels 10 jaar. De toevoeging van een civilian review team lijkt een waardevolle aanvul- ling te zijn geweest voor de cold case unit. Dit werd niet direct zo gezien. ‘In eerste instantie was de politie erg huiverig om samen te werken met burgers. Niemand zit te wachten op een burger die over je schouder meekijkt naar wat jij aan het doen bent.‘ (Philips, persoonlijke mededeling). De rechercheurs gaven tijdens de interviews aan, dat zij achteraf gezien, zeer blij zijn met het initiatief van het gemeentebestuur en dat zij nog steeds profijt hebben van het werk van de vrijwilligers en de reviewers. Eén van de rechercheurs benoemde een zaak waarbij de samenwerking met de rechercheurs, de forensische afdeling en het review team, ervoor zorgde dat de zaak als een puzzel in elkaar paste. Het betrof de moord op een ex-prostituee. Bij het onderzoek in eerste aanleg kon er iemand als verdachte worden aangemerkt maar was er sprake van te veel indirect bewijs. Toen de zaak opnieuw werd bekeken werden in overleg met de fo- rensische afdeling, diverse sporen opnieuw ingestuurd. De zaak werd op verzoek van de rechercheurs gere- viewd door één van de reviewers. De rechercheur gaf aan dat hij door de aanbevelingen uit de review direct aan de slag kon met de aanbevelingen, in dit geval het horen van relevante getuigen. Hij kon, zonder zelf alles uit te moeten zoeken en door te lezen, zich direct richten op de getuigen die na een aantal jaar mogelijk met nieuwe informatie zouden komen. Dit bleek het geval te zijn, waardoor deze verklaringen en de forensische sporen die bleken te matchen zorgden voor een veroordeling van de verdachte. ‘De review maakte het moge- lijk dat wij direct met de juiste zaken aan de slag konden waardoor al het werk op een gegeven moment als een puzzel samen viel.’ (Furr, persoonlijke mededeling). Volgens de geïnterviewde teamleden zijn er diverse afdelingen in de Verenigde Staten die de werkwijze van de CMPD willen overnemen en wordt hun afdeling landelijk als voorbeeld gesteld. Zo ontvangen zij wekelijks ver- zoeken van andere politieafdelingen die graag op soortgelijke wijze een cold case unit willen opstarten en ge- ven zij regelmatig presentaties over de inrichting en werkwijze van de cold case unit. Dit wordt in de literatuur ondersteund door Cronin et al. en Pettem (2012) die beiden deze afdeling als voorbeeld omschrijven van een succesvolle en effectieve aanpak van cold cases.
  20. 20. 12 4 COLD CASES EN BURGERPARTICIPATIE IN NEDERLAND Zoals in hoofdstuk 1 werd besproken, is niet iedere best practise relevant of praktisch voor de Nederlandse politieorganisatie. Een kennis van de context, randvoorwaarden en kritieke succesfactoren is daarom van be- lang. Om onderzoeksvraag 2 (Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?) te kunnen beantwoorden, is het van belang om kennis te hebben van de context van cold case onderzoeken en burger- participatie in Nederland. In dit hoofdstuk wordt deze context weergegeven en vergeleken. In de eerste paragrafen komt de ontwikkeling van cold case onderzoeken in Nederland aan bod. Vervolgens zullen de ontwikkeling van burgerparticipatie en cocreatie binnen de nationale politie uiteen worden gezet. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een vergelij- king van de Nederlandse context met de context van de werkwijze van de CMPD. 4.1 ONTWIKKELING COLD CASE ONDERZOEKEN IN NEDERLAND Cold cases zijn de afgelopen jaren ook in Nederland steeds meer een begrip geworden. Vanuit zowel de politie als justitie is de afgelopen jaren de behoefte gegroeid om ernstige onopgeloste zaken te heropenen. Daarnaast is de maatschappelijke impact van deze zaken zo groot, dat de behoefte om de zaken op te lossen vanuit het publiek net zo groot is. De eerste cold case onderzoeken werden rond 2000 gestart in Groningen en in Utrecht samen met het Korps Amsterdam Amstelland. Met name door vernieuwde DNA-technieken boekten deze korpsen grote successen. Er werd een match gevonden tussen de in 1997 vermoorde Anne de Ruijter de Wildt en de in 1994 vermoorde Annet van Reen. Met behulp van DNA-sporen en professioneel uitgevoerde verhoren werden zo twee zware misdrijven die de rechtsorde ernstig hebben geschokt, een aantal jaren nadien alsnog opgelost (Van Leiden & Ferwerda, 2006). Deze successen leidden in diverse politieregio’s tot het oppakken van oude zaken (Kaasjager 2007 in van der Wal in Kop, Van der Wal & Snel, 2011). Sinds de oprichting van de nationale DNA-databank worden er steeds meer cold cases door middel van DNA- techniek opgelost. Een recent succes met betrekking tot DNA-onderzoek, is de volledige DNA-match die naar voren kwam uit het verwantschapsonderzoek in het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra. De match bleek afkomstig te zijn van één van de ruim 8000 mannen die eind september 2012 werden opgeroepen om deel te nemen aan een verwantschapsonderzoek (NOS, 2012, nov.19). Naast de vooruitgang op het gebied van forensische opsporing, zijn er ook ontwikkelingen geweest dankzij het Programma Versterking Opsporing (PVO) waardoor de methodiek van het rechercheren is verbeterd. Dit verbe- terprogramma is opgesteld naar aanleiding van de aanbevelingen van de commissie Posthumus, teneinde ge- rechtelijke dwalingen in de toekomst te voorkomen. Ontwikkelingen zoals de invoering van de structuur van een Team Grootschalige Opsporing (TGO), de komst van de Landelijke Deskundigheidsmakelaar (LDM), het werken met professionele verhoorders en nieuwe methodieken als tegenspraak en review, hebben sterk bijge- dragen aan een verhoogde professionaliteit bij de recherche. Deze methodieken kunnen ook worden ingezet om cold cases opnieuw tegen het licht te houden. 4.2. KENMERKEN COLD CASES EN COLD CASE ONDERZOEKEN Bijna een kwart van de zaken die als cold case wordt heropend, is niet ouder dan vijf jaar. Het betreffen voor- namelijk moord- en doodslagzaken, maar het kan ook om ernstige zedenmisdrijven of vermissingen gaan. Het gaat met name om zaken met een grote maatschappelijke impact die veel publieke aandacht trekken (Van der Wal in Kop et al. 2011). René Bergwerff, teamleider van het cold case team in Rotterdam, werd voor de onderzoeksopzet van dit on- derzoek geïnterviewd en gaf aan dat met name de misdrijven moord en doodslag worden onderzocht door het cold case team. Als criteria om het onderzoek in behandeling te nemen, benoemt hij de maatschappelijke im- pact die het delict heeft veroorzaakt en de aanwezigheid van een oplossingsfactor in een zaak. De ene keer wordt een onderzoek opnieuw bekeken aan de hand van nieuwe informatie en de andere keer op grond van nieuwe mogelijkheden door ontwikkelingen op forensisch technisch gebied. Het is volgens hem van belang dat er vooraf kritisch wordt gekeken naar de kans dat de zaak daadwerkelijk wordt opgehelderd, dat wil zeggen dat er een dader wordt aangehouden en voor het delict wordt veroordeeld.
  21. 21. 13 4.3 ORGANISATIE VAN COLD CASE ONDERZOEKEN Er is geen eenduidige wijze waarop cold case onderzoeken in Nederland worden georganiseerd. Zowel Van Leiden & Ferwerda (2006) als Van der Wal in Kop et al. (2011) benoemen drie varianten: - Een tijdelijk of ad hoc cold case team waarbij een tijdelijk rechercheteam speciaal voor een speci- fieke cold case is opgericht. - Een permanent cold case team, waarbij vaste medewerkers speciaal zijn vrijgemaakt voor her- nieuwd onderzoek naar kapitale delicten. - Een semi permanent cold case team, waarbij een vaste kern van medewerkers wordt aangevuld met steeds wisselende teamleden. Bij de eenheid Rotterdam is er binnen de Regionale Recherche Dienst (RRD) een permanent cold case team ingericht. Het is in verband met de reorganisatie nog niet bekend hoe de cold case teams landelijk ingericht gaan worden. Het is de bedoeling dat een permanent cold case team per eenheid een landelijke standaard wordt en dat er een gestructureerde eenduidige manier van onderzoek van cold cases wordt ingevoerd. Het team bij de eenheid Rotterdam bestaat momenteel uit 10 medewerkers. Soms zijn er onderzoeken waar- voor meer capaciteit nodig is. In die gevallen wordt er assistentie gevraagd en wordt er een tijdelijk semi per- manent cold case team ingericht (Bergwerff, persoonlijke mededeling). 4.4 EFFECTIVITEIT COLD CASE TEAM ROTTERDAM Het dossier van een gemiddelde cold case is omvangrijk omdat door de TGO-structuur bij ieder kapitaal delict een onderzoeksteam wordt geformeerd dat voor een periode van minimaal 14 dagen wordt ingezet (TGO- uitvoeringsregeling, 2006). Het team wordt, in overleg met een stuurploeg, vaak pas opgeheven als alle rele- vante onderzoekslijnen zijn uitgelopen. Een dossier bestaat vaak uit een aantal ordners en er is in de onderzoe- ken over het algemeen intensief gerechercheerd. Er zijn echter cold cases waarbij er minder uitvoerig onder- zoek is verricht. In de jaren 90 was er nog geen sprake van een TGO regeling. Het budget voor een kapitaal delict was krap en de capaciteit om langere tijd in een onderzoek te rechercheren was beperkt. Volgens Berg- werff is dit in de onderzoeken terug te zien en bevatten met name onderzoeken uit die periode veel nog niet onderzochte onderzoekslijnen. Het kost veel capaciteit om inzicht te krijgen in welke cold cases er nog geïnvesteerd zou kunnen worden. Een dossier wordt bijna nooit 'klip en klaar' aangeboden. Het dossier bestaat uit een verzameling van mappen, ordners, dozen en soms ook verdwaalde stukken van overtuiging, die zijn achtergebleven in lades en kasten van rechercheurs. Het kost de rechercheurs veel tijd om deze stukken te verzamelen, in te lezen, te categorise- ren en te beoordelen, voordat zij uiteindelijk daadwerkelijk aan de slag kunnen met de zaak (Bergwerff, per- soonlijke mededeling). In de regio Rotterdam Rijnmond zijn momenteel zo’n 200 onopgeloste moorden en/of doodslagen. Hiervan heeft het team momenteel 15 zaken in behandeling. Enerzijds is er te weinig capaciteit gelet op de zaken die nog niet zijn opgelost, anderzijds houdt een permanent team van 10 medewerkers zich bezig met het onder- zoeken van cold cases, hetgeen gezien de waan van de dag als een luxe gezien kan worden (Bergwerff, per- soonlijke mededeling). 4.5 ONTWIKKELING VAN BURGERPARTICIPATIE IN DE OPSPORING ‘Wij zijn een politie die intensief samenwerkt met burgers & partners’ (Concept inrichtingsplan nationale politie, 2012, pagina 21). Uit bovenstaand citaat is af te leiden dat er in de toekomst een duidelijke rol is weggelegd voor burgerpartici- patie bij de politie. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat burgers de belangrijkste succesfactor zijn voor effectief en efficiënt opsporen (Maquire, 2008 in Kop et al.). Uit onderzoek (Van der Hoeven, 2011) is gebleken dat de effectiviteit van burgerparticipatie vooralsnog niet te meten is in cijfers, maar dat burgerparticipatie wel degelijk een bijdrage levert. Inmiddels blijkt dat burgers in het algemeen erg positief staan tegenover burger- participatie in de opsporing (Cornelissen & Ferwerda, 2010 in Kop et al. 2011). Doordat ze beter op de hoogte zijn over wat er in hun omgeving gebeurt, geven ze aan meer grip op hun eigen veiligheidsituatie te hebben. Verder lijkt de betrokkenheid een positief effect te hebben op de alertheid en het vertrouwen van burgers. Daarbij voelen zij zich door de politie serieus genomen (Kop in Kop et al. 2011). De politie kan en moet daarom meer investeren in het opbouwen van de relatie met burgers om de bereidheid om informatie te verstrekken te vergroten (Van der Hoeven, 2011).
  22. 22. 14 4.6 BURGERPARTICIPATIE EN HIGH IMPACT In oktober 2010 heeft het voormalig CVO een nieuwe strategie geformuleerd voor de aanpak van criminaliteit die aansluit op de visie van de Nederlandse politie. Het in toenemende mate betrekken van burgers bij de op- sporing is één van de veranderingen die voortgekomen is uit deze strategie (CVO, 2010 in Van der Hoeven, 2010). Er worden bij deze strategie diverse domeinen onderscheiden waarin de politie zijn informatiepositie de volgende jaren wil verbeteren door zich op sterkere relaties met de burger te richten. Deze domeinen zijn de ‘wijkgerelateerde criminaliteit’, ‘high impact‘ en ‘ondermijning’. Dit onderzoek richt zich op burgerparticipatie in het domein ‘high impact’. Hierbij gaat het om klassieke vormen van zware criminaliteit, zoals moord en doodslag, overvallen, ontvoering, gijzeling, verkrachting en mishande- ling, die tot grote maatschappelijke onrust kunnen leiden. In dit domein neemt de burger deel aan het opsporingsonderzoek vanuit zijn belang van veiligheid in zijn of haar sociale omgeving. De politie nodigt daarbij de burger uit om mee te denken in opsporingsonderzoeken in de hoop tot nieuwe inzichten in het onderzoek te krijgen. Een voorbeeld hiervan zijn de dossiers die met bur- gers worden gedeeld via de website www.politie.nl. Het doel van dit initiatief is om de burger niet alleen als tipgever en informant te beschouwen, maar ook om hem of haar in te schakelen bij het vormen van hypothe- sen en scenario’s, zoals het in hoofdstuk 1 genoemde voorbeeld van Monika Tanova. Er wordt gevraagd om de mening en expertise van het publiek, de zogenaamde ‘wisdom of a crowd’. 4.7 BURGERPARTICIPATIE EN COLD CASES De inzet van burgers bij cold cases vindt momenteel in Nederland in diverse vormen plaats. De mate van bur- gerparticipatie verschilt per initiatief. Via de eerder genoemde websites wordt een ieder opgeroepen om mee te denken, maar er zijn ook initiatieven waarbij specifieke groepen burgers worden benaderd om deel te ne- men aan het onderzoek. In juni 2013 is het onderzoek naar de dood van Cassandra van Schaik heropend. Naast dat er informatie op de website www.politie.nl is geplaatst, zijn er burgerparticipatiegroepen samengesteld. Deze groepen bestaan uit mensen die uit de directe omgeving van Cassandra komen, maar ook uit burgers die de zaak niet kennen. De uitkomst van hun gesprekken worden aan het onderzoeksteam gepresenteerd. Deze methode is ook gebruikt in het onderzoek naar de dood van Marianne Vaatstra (www.politie.nl, 05/06/2013). Een initiatief dat gelijkenissen vertoont met de werkwijze bij de CMPD, is een pilot die in 2011 in Rotterdam heeft plaatsgevonden. Deze pilot is opgestart op initiatief van het landelijk parket. Een groep van acht ‘buiten- staanders’ heeft volgens een vooraf opgesteld programma een cold case gereviewd. Het doel van deze pilot was om de haalbaarheid te testen van een extra cold case team bestaande uit oud rechercheurs die na hun politietijd een carrière hebben opgebouwd in het bedrijfsleven. De gedachte was dat deze groep gezien hun politie ervaring in staat was om een kundige review uit te voeren. De mogelijk toegevoegde waarde aan deze review lag echter juist in hun overstap naar een nieuwe bedrijfstak waardoor de oud rechercheurs een andere, bredere manier van denken hebben ontwikkeld. Door deze brede kennis en gevarieerde achtergrond zou het team met verassende resultaten kunnen komen. Het resultaat van deze pilot zal in hoofdstuk 5, paragraaf 2.1 verder worden besproken. 4.8 PARTICIPATIELADDER Van der Hoeven (2011) heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop via burgerparticipatie de effectiviteit van de opsporing versterkt kan worden. Bij haar onderzoek maakt ze gebruik van de participatieladder van Van Edelenbos en Monnikhof (2001). Dit betreft een zogenaamde ladder waarin de maten van participatie inge- deeld kunnen worden op vijf treden. De mate van invloed en macht van de burger wordt groter naarmate zij hoger op de ladder komen. De volgende afbeelding op de volgende pagina illustreert dit.
  23. 23. 15 Uit de ladder blijkt dat bij het informeren van burgers, het minst sprake is van participatie. Er is in deze situatie nauwelijks sprake van participatie van burgers en andere betrokken partijen. De relatie tussen de partijen is met name eenzijdig van aard. De mate van participatie neemt echter toe als er sprake is van raadplegen. De betrokkenen worden als gesprekspartner bij de ontwikkeling van ideeën en processen betrokken. De organisa- tie is in dit geval echter niet verplicht om iets te doen met de informatie die zij heeft verkregen. Dit verandert echter op het moment dat de burgers een adviserende rol hebben. De organisatie is hierbij ver- plicht om de aangeboden informatie tot zich te nemen, maar kan hier tijdens de besluitvorming eventueel beargumenteerd van afwijken. Coproduceren bevat informeren, raadplegen en adviseren en tegelijkertijd is er sprake van het gezamenlijk zoeken naar oplossingen. De hoogste mate van participatie volgens Edelenbos en Monnikhof is meebeslissen. De organisatie heeft in dit geval een adviserende rol en laat de ontwikkeling van ideeën en de besluitvorming over aan belanghebbenden (Edelenbos en Monnikhof, 2001 in Van der Hoeven, 2011). Er is bij de voorbeelden in paragraaf 4.7 een onderscheid te zien in de mate waarin burgerparticipatie wordt ingezet. De begrippen ‘wisdom of the crowd’ of ‘crowd sourcing’ en cocreatie worden bijvoorbeeld vaak in één adem genoemd, echter zijn ze niet hetzelfde. Bij crowd sourcing wordt een grote groep individuen ingeschakeld om oplossingen voor problemen te vinden. De regie blijft hierbij bij de initiatiefnemer (Connell, Grimmius, Van der Meulen, De Prieelle, Soerdjbalie, 2011). Bij cocreatie is er sprake van een intensievere samenwerking en wederkerigheid. 4.9 CONCLUSIE BURGERPARTICIPATIE Uit de literatuur en beleidstukken en de in paragraaf 4.7 benoemde initiatieven, is gebleken dat er een ontwik- keling gaande is op het gebied van burgerparticipatie. Er zijn diverse initiatieven in opkomst waarbij er onder- scheid gemaakt kan worden tussen de domeinen waarin burgerparticipatie plaats kan vinden en de mate van invloed die de burgers bij deze initiatieven krijgen. In Nederland vinden er bij cold case onderzoek al initiatieven plaats waarbij in verschillende mate gebruik wordt gemaakt van burgerparticipatie. Het is van belang om het onderscheid in de mate van participatie te kennen omdat bij de inzet van een burger review team invloed aan de deelnemers wordt gegeven. Dit schept wederzijdse verwachtingen en verplichtingen waaraan duidelijke voorwaarden moeten worden verbonden. Geconcludeerd kan worden dat een initiatief zoals een burger review team valt onder het domein high impact en dat er sprake is van cocreatie. Cocreatie veronderstelt een actieve vorm van wederkerigheid en heeft naast invloed op de besluitvorming ook medeverantwoordelijkheid voor het resultaat (Edelenbos en Monnikhof, 2001 in van der Wal in Kop et al. 2011). Voorwaarden voor succesvolle cocreatie zijn gelijkwaardigheid van de deelnemers, wederkerigheid, openheid en vertrouwen. Indien een burger review team, zoals bij de CMPD, omschreven in hoofdstuk 3, bij de Nederlandse politie wordt ingezet, zal er sprake zijn van coproduceren. Ieder lid van het team wordt als volwaardig teamlid be- schouwd en onderling is er sprake van vertrouwen en openheid. De reviewers hebben invloed op de wijze waarop er vorm wordt gegeven aan de review. Zij dragen bij aan de ontwikkeling van de reviewproducten, de samenvatting en de eindpresentatie. Hoewel de rechercheurs of hun meerderen altijd de eindverantwoorde- lijkheid blijven houden, zijn het de reviewers en de cold case teamleden die tijdens de reviewbijeenkomst sa- men komen tot een eindproduct. Er is tijdens zo’n bijeenkomst sprake van een wisselwerking en samenwerking tussen de burgers en de teamleden.
  24. 24. 16 4.10 VERENIGDE STATEN EN NEDERLAND, VERGELIJKING VAN DE CONTEXT Er zijn diverse overeenkomsten terug te vinden als de context van de CMPD in North Carolina vergeleken wordt met de context van de Nederlandse politie. In beide gevallen is de behoefte groot om cold cases nog een keer te onderzoeken in de hoop dat deze alsnog opgehelderd zal worden. In beide gevallen worden onderzoeken deels op basis van nieuwe informatie en deels op basis van nieuwe forensische mogelijkheden opnieuw onderzocht en heeft het hernieuwde onderzoek re- sultaat. Met name de opkomst van de mogelijkheden van DNA onderzoek heeft er voor gezorgd dat het onder- zoek naar cold cases in beide landen in een stroomversnelling is gekomen. Een tweede overeenkomst is dat er landelijk geen eenduidige aanpak is van cold cases. Er zijn verschillen in samenstellingen van teams en de wijze waarop afdelingen zijn ingericht. Zowel in de Verenigde Staten als in Nederland richten cold case teams zich met name op moord en doodslagzaken. De definitie van een cold case komt overeen. Het hoeft geen oude zaak te zijn, het gaat om (moord/doodslag) onderzoeken die op de een of andere manier stil zijn komen te liggen. Zowel bij de CMPD als bij de Nederlandse Politie wordt er gebruik van de inzet van burgers om de effectiviteit van het politiewerk te vergroten. Er zijn ook verschillen terug te vinden. Bij de CMPD is het civilian review team met name ontstaan in verband met een groot tekort aan capaciteit van rechercheurs en een enorm aantal cold cases. In Nederland speelt de capaciteit afgezet tegen het aantal cold cases ook een rol, maar in mindere mate. De CMPD heeft een aanzien- lijk grotere caseload . Daar waar er bij de CMPD in 2011, 55 moorden / doodslagen hebben plaatsgevonden in een gebied waar 785.882 mensen wonen (CMPD annual rapport, 2011) , vinden er in de provincie Zuid Holland, waar zo'n drie en een half miljoen mensen wonen, jaarlijks gezien gemiddeld 45 moorden plaats (www.cbs.nl). De samenstelling, inhoud en omvang van een Nederlands dossier in vergelijking met een Amerikaans dossier kan daarnaast in grote mate verschillen, omdat het onderzoek naar het delict in eerste aanleg op een andere wijze wordt verricht. Bij de CMPD krijgen twee rechercheurs een moordzaak toegewezen, waardoor zij door het aantal zaken, meerdere zaken tegelijk in behandeling hebben. Er is volgens de geïnterviewde rechercheurs een aantal onderzoeken dat vanwege de capaciteit nauwelijks is uit gerechercheerd. In Nederland geldt sinds 2004 de zogenaamde TGO structuur(Raamwerk TGO, 2006) waarbij er bij de acute aanpak van complexe re- chercheonderzoeken die door de grote maatschappelijke impact de inzet van een deskundig en omvangrijk team vereisen, door Politie en Openbaar Ministerie een TGO ingericht wordt. In Nederland bestaan de meeste dossiers van kapitale delicten uit een grote hoeveelheid ordners. De cold case unit van de CMPD heeft zaken in behandeling die variëren van een mapje met enkele A4-tjes aan informatie tot aan een stapel ordners.
  25. 25. 17 5 EEN BURGER REVIEW TEAM VOOR COLD CASES, DE (ON)MOGELIJKHEDEN In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden en onmogelijkheden van een burger review team bij cold case on- derzoeken besproken die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen. Hiermee wordt onderzoeksvraag 2 (Met welke (on)mogelijkheden krijgt men te maken indien er een burger review team, zoals toegepast in North Carolina, wordt ingezet bij een cold case onderzoek in Nederland?) be- antwoord. Daarnaast bieden de onderwerpen inzicht in het kader voor de opzet van het experiment. In paragraaf 5.1 worden er algemene discussiepunten over burgerparticipatie besproken en in paragraaf 5.2 wordt er dieper in gegaan over de (on)mogelijkheden die de werkwijze van de CMPD met zich mee zou bren- gen in een Nederlandse situatie. De discussiepunten die uit de klankbordgroep naar voren zijn gekomen zullen in deze paragraaf worden omschreven. 5.1 ALGEMENE DISCUSSIEPUNTEN BURGERPARTICIPATIE Zoals in het vorige hoofdstuk werd besproken, is burgerparticipatie in de opsporing in het domein ‘high im- pact’, in ontwikkeling. Naast het positieve effect dat in het hoofdstuk is besproken, is gebleken dat het betrek- ken van burgers bij opsporingsonderzoeken ook discussiepunten oplevert. Deze discussiepunten kwamen tij- dens de probleemverkenning bij de onderzoeksopzet van dit onderzoek naar voren. Het is van belang om deze discussiepunten in overweging te nemen en te vergelijken met de huidige werkwijze van de CMPD zodat dit inzicht kan geven in de randvoorwaarden die zullen moeten worden gesteld. 5.1.1 VERTROUWELIJKE INFORMATIE Een gevoelig punt van het intensief betrekken van burgers in opsporingsonderzoeken, is dat er in meer of min- dere mate vertrouwelijke informatie wordt verstrekt. In bepaalde gevallen wordt er informatie op internet geplaatst. Dit brengt een risico met zich mee. Net als een groot deel van de bevolking nemen criminelen ook deel aan sociale netwerken op het internet. Dit betekent dat zij dus ook kunnen meekijken naar de communi- catie die tussen burgers en de recherche plaatsvindt (Kop et al. 2011). Bij de werkwijze van de CMPD wordt het onderzoek door de reviewer mee naar huis genomen. Zij zijn wel ver- plicht een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen waarin staat dat zij zeer zorgvuldig zullen omgaan met de documenten en dat zij informatie niet met derden zullen delen. Na de review moeten zij alle documenten weer inleveren. Hoewel de informatie niet met derden wordt gedeeld, wordt er een risico genomen door een onderzoeksdossier buiten het politiebureau te brengen, met name als buitenstaanders hier weet van hebben. 5.1.2 ONTERECHTE BESCHULDIGINGEN Een ander aandachtspunt is dat de kans bestaat dat burgers doorslaan in hun rol als rechercheur. Een bekend voorbeeld is de campagne van Maurice de Hond in de Deventer moordzaak. Het gerechtshof te Amsterdam besliste tot een schadevergoeding vanwege onterechte beschuldiging en onrechtmatig handelen (Moor, Hut- sebaut, Van Os, Van Rijckeghem, 2011). De werkwijze van de CMPD is erop gericht dergelijke problemen te voorkomen. Men heeft de duidelijke af- spraak dat de reviewers geen meningen of niet te herleiden conclusies in hun samenvatting mogen zetten. Bij de aanbevelingen is er ruimte om suggesties te doen welke onderzoeksrichting de rechercheurs kunnen uitzoe- ken. De reviewers verrichten geen onderzoekshandelingen. De reviewer heeft wel enige invloed op de vorm en inhoud van de reviewproducten, maar niet op het verloop van het onderzoek. Tijdens de review bijeenkomst is er ruimte om met reviewers te overleggen en om te ‘sparren’ over persons of interest. De teamleden van de cold case unit gaven aan niet snel overtuigd zijn van de schuld van een persoon bij het reviewen van een dossier. Dit komt omdat zij meerdere malen bij de reviewbijeenkomst een verdachte hebben benoemd die er later niets mee te maken bleek te hebben. Bij één van de gereviewde cold cases kwam bij- voorbeeld een later tijdstip een DNA-match van een daderspoor binnen en verdachte die nog niet eerder in beeld was gekomen. ‘Niets is wat het lijkt en niets lijkt wat het is.’ (Lambert, persoonlijke mededeling). Door gerechtelijke dwalingen uit het verleden in Nederland zoals ‘de Schiedammer parkmoord’ en ‘de Puttense moordzaak’ uitgebreid uit te evalueren, is er veel meer bewustwording ontwikkeld in het risico van tunnelvisie en onterechte beschuldigingen. Tunnelvisie komt echter niet alleen bij opsporingambtenaren voor maar bij iedereen (Rassin, 2007). Ook reviewers kunnen met tunnelvisie geconfronteerd worden. Terugkoppeling van de rechercheurs naar de reviewers over het verloop van het onderzoek is daarom van belang om het inzicht in onderzoeken te verbeteren.
  26. 26. 18 5.1.3 ONRECHTMATIG HANDELEN Een derde aandachtspunt is dat in tegenstelling tot opsporingsambtenaren, burgers niet gebonden zijn aan de regels van het wetboek van Strafvordering, waardoor ze zonder beperkingen op onderzoek uit kunnen gaan. In het programma ‘Altijd Wat ‘ (Grenzen van burgerparticipatie, 2012 nov.13) stelt advocate mr. Inez Weski dat er daar waar onderzoek wordt verricht door burgers, sprake kan zijn van bronvertroebeling. Zij geeft aan dat als burgers zelf op onderzoek uitgaan, zonder daarbij rekening te houden met de regels en voorwaarden, niet meer te achterhalen valt hoe en op welke wijze men aan bewijs is gekomen. Bij de CMPD is de regel dat alles wat in de samenvatting wordt gezet, op de aanbevelingen na, afkomstig moet zijn uit het originele proces-verbaal. Dit is met name om bronvertroebeling te voorkomen en om te voorkomen dat een van de reviewers wordt opgeroepen om als getuige te verschijnen. Het document is volgens de team- leden enkel bedoeld als een dossier voor intern gebruik. Een rechercheur kan daarom nooit aanbevelingen of conclusies overnemen van de door de reviewers gemaakte samenvatting. Een rechercheur zal altijd de bronnen moeten verifiëren voordat hij met een conclusie of aanbeveling uit de samenvatting aan de slag gaat. 5.1.4 KOSTEN-BATEN Opsporing is primair een politietaak die om vakkennis en deskundigheid vraagt waarover een burger simpelweg niet beschikt. Het kanaliseren van informatie die naar aanleiding van soortgelijke initiatieven binnenkomt, kost daarbij tijd, personeel en geld (Moor et al. 2011). Cold case teamleider Bergwerff gaf tijdens het interview aan open te staan om samen te werken met burgers aan cold case onderzoeken, maar zeer huiverig te zijn voor bepaalde vormen van burgerparticipatie zoals de website van Monika Tanova, omdat het raadplegen van zoveel mensen ook veel werk genereert. Er zal kritisch gekeken moeten worden naar de kosten-baten analyse bij initiatieven zoals het oprichten van dergelijke websites. ‘Wisdom of the crowd’ is wel een zeer effectief middel dat ingezet kan worden bij het onderzoek naar specifieke zaken, zoals het herleiden van kledinglabels of merklogo’s die uit een onderzoek naar voren komen (Bergwerff, persoonlijke mededeling). Één van de adviezen die de rechercheurs van de cold case unit gaven over de inzet van een burger review team is dat er veel tijd geïnvesteerd moet worden om het team goed te laten functioneren. Het zal in het begin meer kosten dan dat het oplevert. Het duurde bij de CMPD ongeveer een jaar voordat men resultaat begon te zien waardoor het team bijna werd opgeheven. Ervaring leerde hen dat er veel zaken in het jaar erop werden opge- lost, mede omdat het team toen zijn draai had gevonden. Iets wat veel baat opleverde was de politieachtergrond van de reviewers. De rechercheurs gaven aan dat re- viewers niet over jarenlange ervaring met moordonderzoeken hoeven te beschikken, het is met name van belang dat men een realistisch beeld heeft van opsporingsonderzoeken, in staat is breed te kijken en een reëel beeld heeft van wat het werk inhoudt. De variatie aan opsporingsachtergrond en ervaring biedt volgens hen een positieve bijdrage aan de review van een cold case. 5.2 VISIE VAN DESKUNDIGEN OP DE INZET VAN EEN BURGER REVIEW TEAM De werkwijze van de CMPD zoals omschreven in hoofdstuk 3, werd gepresenteerd aan een klankbordgroep die ten behoeve van dit onderzoek werd samengesteld. Er werd hen gevraagd om hun visie op de werkwijze van de CMPD en de haalbaarheid ervan in de Nederlandse situatie, zowel op lange termijn als voor het huidige expe- riment. Uit deze bijeenkomst zijn de volgende punten naar voren gekomen: 5.2.1 EERDER EXPERIMENT Op initiatief van het Openbaar Ministerie, heeft er in Rotterdam een soortgelijk initiatief plaatsgevonden. Dit initiatief werd in paragraaf 4.7 eerder benoemd. Het was de bedoeling dat dit initiatief een vervolg zou krijgen maar dit is door de 'waan van de dag' op een laag pitje komen te staan. Zowel de officier van justitie als de cold case teamleider gaven aan dit te betreuren omdat zij onder de indruk waren van het resultaat. Beiden gaven aan open te staan voor de verdere ontwikkeling van een burger review team. Bij het betreffende initiatief is een groep van acht reviewers vijf keer bijeengekomen. Na de introductie hebben er op een politiebureau twee leesdagen plaatsgevonden. De cold case werd op het politiebureau ter beschikking gesteld aan de reviewers. Na deze leesdagen hebben er twee besprekingen plaatsgevonden onder leiding van een medewerker van het wetenschappelijk bureau van het OM. Tijdens deze besprekingen waren (technisch) rechercheurs aanwezig om vragen over het onderzoek te beantwoorden. De groep is uiteindelijk tot twee belangrijke bevindingen geko- men, te weten een nieuw aannemelijk scenario en een relevante fout in de tijdlijn. Opvallend was, dat deze
  27. 27. 19 bevindingen niet zijn gedaan bij een review die in 2003 heeft plaatsgevonden. Voornoemde bevindingen wer- den door de cold case teamleider en de officier van justitie als adviespunten meegenomen. Deze cold case is nog steeds in behandeling bij het cold case team, aldus de officier van justitie en de teamleider. Met inachtneming van de participatieladder, welke is besproken in paragraaf 4.7, kan worden geconcludeerd dat het burger review team bij dit experiment een adviserende rol heeft gehad. 5.2.2 STRUCTUUR De structuur en de vaste methodiek die door de cold case unit bij de CMPD worden toegepast, werd als een voordeel benoemd. Momenteel is er in verband met de vorming van de nationale politie een werkgroep inge- richt die vorm moet gaan geven aan een gestructureerde landelijke aanpak van cold cases. De officier van justi- tie en teamleider gaven aan deel uit te maken van deze werkgroep. Hierbij zou een gestructureerde werkwijze zoals men bij de CMPD hanteert goed passen. De cold case teamleider gaf aan dat hij het graag zou zien dat de 200 cold cases binnen de eenheid Rotterdam die nog niet zijn beoordeeld, zouden worden voorzien van een gestructureerde review met relevante aanbevelingen. De officier van Justitie gaf aan interesse te hebben in de criteria lijst/checklist die werd gebruikt door de reviewers. Zij zou graag gebruik maken van een criteria lijst om in Nederland op landelijke gestructureerde wijze beslissingen te kunnen nemen over het wel of niet oppakken van een cold case. 5.2.3 CASELOAD REVIEWER Meerdere leden van de klankbordgroep gaven aan dat zij het niet reëel en wenselijk vonden om één cold case per reviewer uit te geven, gezien de omvang van de gemiddelde cold cases. Zij gaven aan dat het juist voor het voorkomen van tunnelvisie, beter was om de zaak door meerdere reviewers te laten beoordelen. Een reviewer van het Nederlandse experiment, maakte deel uit van de klankbordgroep en gaf aan dat dit bij het eerdere experiment was gebeurd en dat hij dit als zeer prettig heeft ervaren. In dat geval werden onder- werpen verdeeld per reviewer en vond er later een brainstormsessie plaats waarbij de onderwerpen vanuit verschillende invalshoeken bekeken konden worden. De reviewer gaf aan een voordeel te zien in het feit dat de reviewer de zaak mee naar huis neemt zodat er continuïteit in het reviewproces blijft. Dit was in het eerdere experiment niet het geval. Daar was er sprake van vijf bijeenkomsten, echter was de periode tussen de bijeen- komsten te lang. De bijdrage van de vrijwilliger bij de cold case unit werd door de klankbordgroep als nuttig gezien. Door de docent van de politieacademie werd het omschreven als een 'tweetrapsraket' waarbij de vrijwilliger de zaak panklaar maakt waardoor de reviewer direct aan de slag kan met het lezen en reviewen van het dossier. Gezien de lange inwerktijd die de vrijwilliger heeft aangegeven bij de CMPD te hebben gehad, leek het de twee aanwezige cold case teamleden, niet haalbaar om bij het experiment gebruik te maken van een vrijwilliger die de cold case voorbereid. Dit werd beaamd door de teamleider. 5.2.4 OPEN BLIK VERSUS PRODUCTIE Uit de bijeenkomst kwam naar voren dat het voor dit onderzoek en het bijbehorende experiment van belang is dat het uitgangspunt voor het opstarten van een burger review team met name moet zijn dat er met een frisse blik naar de zaak gekeken wordt in de hoop dat dit nieuwe aanbevelingen oplevert. Bij de CMPD lijkt het voor- naamste uitgangspunt de productie te zijn. Hoewel er zowel in de Verenigde Staten als in Nederland burgers worden ingezet om de effectiviteit van het politiewerk te vergroten, is het uitgangspunt iets anders. Bij de CMPD is het primaire uitgangspunt de kwantiteit, namelijk het vergroten van de capaciteit om zaken te onder- zoeken. Een bijkomend voordeel is dat de zaken vanuit een ander perspectief worden bekeken. Het uitgangspunt van burgerparticipatie in Nederland, is het verbeteren van de kwaliteit van de onderzoeken. Door het inschakelen van burgers hoopt men op nieuwe inzichten die een effectieve bijdrage kunnen leveren aan een opsporingsonderzoek. Een bijkomend voordeel is dat indien de opsporing effectiever plaats vindt, er meer onderzoeken kunnen worden opgepakt en uiteindelijk worden opgelost. De cold case teamleider gaf aan waarde te hechten aan dit bijkomend voordeel. Hij zou graag zien dat iedere cold case werd voorzien van een gestructureerde samenvatting.

×